Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De bal bleef rollen

Cultuur

Matty Verkamman

Review

De Engelse voetbal-internationals brengen in 1938 te Berlijn de Hitlergroet. Hun eederlandse collega's houden bij de interlands tegen Duitsland tijdens de volksliederen de pink op de naad van de broek. Maar enthousiast voetballen doen de Nederlanders ook in de Tweede Wereldoorlog, blijkt op een expositie in Groesbeek. 'Meer dan ooit is thans de kans, dat de nieuwe geest zich baan kan breken', meent bondsbestuurder Karel Lotsy in die tijd.

In de Tweede Wereldoorlog werd volop gevoetbald in Nederland, zowel met als zonder joodse spelers. Op de tentoonstelling 'De bal bleef rollen - voetbal in oorlogstijd' in het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek is het allemaal zichtbaar. Te zien is ook hoe lafhartig en opportunistisch vooral eerste voetbal-official Karel Lotsy te werk ging, hoe tevreden de bezetter was over al die voetballende jeugd, en hoe hier en daar toch verzet werd gepleegd. Dit in combinatie met voetbalmateriaal uit die tijd: de schoenen van Faas Wilkes, Abe Lenstra-veters, programmaboekjes, ballen, karikaturen, entreebewijzen, de meniscus van Leen Vente op sterk water, enzovoorts.

In hun sublieme Vrij Nederland-bijlage 'Voetbal tijdens de Tweede Wereldoorlog' hebben Frits Barend en Henk van Dorp al in 1979 aangetoond hoezeer de Duitsers waren ingenomen met het gezellig voortvoetballende Nederland. De rode draad van die bijlage wordt op de expositie in Groesbeek door één zinnetje van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederland, dr. Arthur Seyss-Inquart, aangeduid: 'Wer Sport treibt, sündigt nicht'. Helemaal klopt die opvatting van Seyss-Inquart overigens niet. Soms zijn er vormen van verzet. In Gorkum stellen het bestuur en de leden van de voetbalclub Unitas zich principieel afwijzend op, als een NSB'er de club komt runnen. Wanneer deze zwarthemd blijft aanhouden, wordt intern eenvoudig besloten de club (tijdelijk) op te heffen. En Volewijckers, de club uit Amsterdam-Noord met communisten in het bestuur en in de supportersschare, ontketent voorts niet toevallig tegen ADO rellen. De supporters van Volewijckers weten dat ADO enkele NSB'ers in het bestuur heeft en met Gerrit Vreeken tevens een prominent NSB'er in het eerste elftal.

Bijzonder is ook de rol die Vitesse-bestuurslid Henk Herberts speelt. Wanneer Vitesse in 1942 vijftig jaar bestaat, laat Herberts op het veld alle leden van de club een grote V vormen. De bezetter ziet erin, wat Herberts bedoelt: niet de V van Vitesse, maar het Victory-teken van Winston Churchill. Waneeer Herberts vervolgens in een interview ook nog pleit voor een 'echt Nederlands elftal', is voor de NSB de maat vol. P. Reineke jr., de NSB'kringleider te Elst, vindt dat het nu maar eens afgelopen moet zijn en schrijft een vurige brief aan het hoofd van de NSB-propaganda, Max Blokzijl:

Kameraad,

Tot mijn groote verbazing las ik in het Handelsblad een verslag van een bijeenkomst van sportjournalisten, waar de heer H.W.H. Herberts een lezing gaf over het Nederlandsch Elftal. Het is meer dan ergerlijk dat deze Heer nog steeds de gelegenheid wordt geboden in het openbaar op te treden, aangezien hij in de kring als vijand no. 1 staat ingeschreven en niets laat om de komst van de Nieuwe Tijd tegen te werken. Zo weigert hij in zijn blad 'De Betuwe' een verslag op te nemen over een sportgebeuren van den Jeugdstorm. Gaarne zag ik het bericht tegemoet, dat dezen volksgenoot geheel wordt uitgeschakeld.'

Hou Zee !

Wie de tentoonstelling in Groesbeek op zich laat inwerken, concludeert nogmaals dat Buitenveldert in 1997 terecht de naam van de Karel Lotsylaan heeft veranderd in Gustav Mahlerlaan. Karel Lotsy wordt na de oorlog in een vloek en een zucht gezuiverd, maar dat zegt veel meer over de chaos rond de (sport)zuiveringen, dan over Lotsy's veronderstelde onschuld. Na 1945 wordt Lotsy gewoon weer de belangrijkste voetbal- en olympische sportofficial van Nederland. Dat had niet mogen gebeuren, want Lotsy heeft bepaald meer dan de schijn tegen.

Voor de oorlog zijn de nationalistische riedels die hij als op de jongens van het Nederlands elftal afvuurt, doordrenkt van het rood-wit-blauw en ons innig geliefde koningshuis. Op 31 maart 1940 zit Lotsy als mobilisatie-kapitein van het Nederlandse leger, bij de interland Nederland-Luxemburg nog pontificaal naast prins Bernhard op het ereterras van het Feyenoord Stadion. Foto's in voetbalstadions van Lotsy met de koninklijke familie zijn ook afgedrukt in het in 1946 verschenen, door G. Zalsman geschreven boek 'Karel Lotsy en het Nederlandse voetbal'.

Er is iets eigenaardigs met dat boek aan de hand. De Lotsy van voor de oorlog wordt bewierookt. Aan het slot komt ineens een naoorlogse interland aan de orde. De jaren 1940-1945 vormen in het boek één groot gat. Gedurende de oorlog heeft Lotsy volgens Zalsman gewoonweg niet bestaan. Documenten die nu in Groesbeek te zien zijn, bewijzen het tegendeel. In de herfst van 1940 treedt Lotsy als sport adviseur toe tot het departement van onderwijs, kunsten en wetenschappen, in mei 1941 besluit Lotsy zitting te nemen in het College van Gevolmachtigden voor de Sport en in 1942 wordt hij voorzitter van de voetbalbond naar Duits model; de Bond heeft de koninklijke K dan al lang verspeeld.

Binnen deze twee laatste organen klinken geen geluiden van protest wanneer eerst de joodse scheidsrechters van het voetbalveld worden geweerd en later ook de joodse spelers niet meer mee mogen doen. Lotsy gaat met alles akkoord, maar zijn 'gevolmachtigde' collega's zijn dan ook een SS'er (H. van Groningen à Stuling) en een NSB'er (J. de Valk). Lotsy ziet bepaald wel iets in de nieuwe orde. Hij bezoekt in oorlogstijd voetbalwedstrijden in Duitsland, in 1941 vergadert hij in Zürich met Duitsers en Italianen vrolijk mee over de plannen voor een WK-voetbal in 1942 en vol trots meldt hij in 1941 in een brief aan het departement van onderwijs, kunsten en wetenschappen ook nog even dat het met zijn mate van Deutschfreundlichkeit dik in orde is. Gaat het om Duitsland, dan kan Lotsy een zeker gevoel van trots niet onderdrukken. 'Van de Führer heb ik in 1936 bij de Olympische Spelen in Berlijn de Olympia Orde 1ste klasse gekregen!'

Kortom, echt een man, die Lotsy, om direct na de oorlog als KNVB-leider - de Koninklijke K wordt meteen weer in ere hersteld - fel van leer te trekken tegen Bram Appel, de aanvalsleider van ADO die op transport naar Duitsland was gezet en in Berlijn als speler van Hertha BSC had geprobeerd een iets minder onaangenaam leven te realiseren, dan in de fabrieken gebruikelijk was. Appel wordt geschorst, Lotsy is weer de baas.

Dat de voetbal op alle mogelijke manieren door bleef rollen in de Tweede Wereldoorlog, wordt in het Bevrijdingsmuseum duidelijk gemaakt. Nooit eerder gezien: een foto van een voetbalwedstrijd in Westerbork. Gevoetbald is er zelfs in Auschwitz, Theresiënstadt, Neuengamme en andere concentratiekampen. Paniek ontstaat op 27 februari 1944 in het stadion van PSV, als na de wedstrijd tegen Longa een razzia plaatsvindt. Gestaakt wordt alleen bij luchtalarm. Maar staken, niet voetballen, dat wil de Strijdbond tegen het Fascisme al op 17 februari 1935. Die dag is in het Olympisch Stadion Nederland-Duitsland (2-3) aan de orde. De Duitse ploeg brengt tijdens de volksliederen de Hitlergroet. In 1938 gaan in Berlijn bij Duitsland-Engeland de rechterarmen van de Engelsen ook gestrekt. De Engelsen menen dat dit hoffelijk is jegens de gastheren.

De Oranjespelers laten het zo ver niet komen, ook niet wanneer op 31 januari 1937 te Düsseldorf nog eens tegen Duitsland wordt gespeeld, maar de antifascisten vinden al in 1935 dat helemaal niet in Amsterdam gevoetbald mag worden, want: 'Deze wedstrijd is geen sportevenement, maar een nationale ophitsing en propaganda voor de NSB, het filiaal van het Hitler-fascisme. Antifascisten: allen de straat op onder de leuze 'Tegen de fascistische wedstrijd Holland-Duitsland'.

Ten slotte: hoe opvallend is het een document te zien, waarop goed en fout - en alles wat er tussen in zit - in één vitrine samenvalt. De sportjournalist Kick Geudeker is in de oorlog een moedige vaderlander. Zijn daden van verzet zullen later worden geprezen. En toch laat Geudeker medio november 1940 in zijn nieuwe blad Sport uitgerekend Karel Lotsy de aanbeveling schrijven. Dat doet Lotsy als volgt: 'Meer dan ooit is thans de kans, dat een nieuwe geest zich baan kan breken. Geudeker, voorwaarts - zonder achteruit te zien!'

Op dat moment is het leven van de Amsterdamse voetballer Eddy Hamel bijna voorbij. Bij Ajax is hij in de jaren twintig een gevierd voetballer, die in de aanval samen speelt met Geudeker. Eddy Hamel is een joodse jongen - hij wordt in Auschwitz vermoord.

Deel dit artikel