Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Connie Palmen ontdekt de hemel

Cultuur

Xandra Schutte

Review

Waar gebeurd: de vrouw van de flamboyante componist Peter Schat overlijdt door de val van een rots. Een ongeluk, zelfmoord, moord? Connie Palmens nieuwe roman bouwt voort op deze onopgeloste zaak, al dragen Peter Schat en zijn vrouw andere namen. Dat doet ze meesterlijk, vindt Xandra Schutte. Maar één vraag blijft knagen: in hoeverre verschilt Palmen van de venijnige elite die ze beschrijft?

Eerst is er de intuïtie: er klopt iets niet aan ’Lucifer’, de nieuwe roman van Connie Palmen. De schrijfster heeft altijd het literaire gevaar gezocht, altijd grenzen verkend, en de vraag is of ze nu een grens overschreden heeft.

Het gegeven van ’Lucifer’ is prachtig. De schrijfster in het boek loopt op een zonnige middag letterlijk tegen het onderwerp van haar nieuwe roman aan. Op een Amsterdams terras zit een aantal kennissen te drinken, zij schuift aan, het gesprek gaat over een dramatisch voorval dat precies vierentwintig jaar eerder heeft plaats gevonden: de dodelijke val van Clara. Tijdens een vakantie op een Grieks eiland is zij van een rots geduikeld. De schrijfster heeft de vrouw niet gekend, maar het zinnetje dat geïsoleerd in het zwarte kader van de rouwadvertentie stond, was zo opvallend dat het in haar hoofd is blijven haken. ‘Onze engel is gevallen’, luidde het, en daaronder stond de naam van de beroemde avantgarde-componist Lucas Loos.

Lucas Loos en Clara waren in het Amsterdam van de jaren zeventig een opmerkelijk kleurrijk paar. Hij de hemelbestormer, een ‘woeste engel’ die zijn muzikale scheppingsdrift en verlangen naar zuiverheid aan een Nietzscheaanse destructiedrang paart. Een onmogelijke man, die mensen kan meeslepen met zijn jongensachtige enthousiasme, maar ze even hard van zich vervreemdt door zijn hang naar conflict. Zij een beeldschone flamboyante vrouw die te veel campari en wijn drinkt en als een ‘gekwelde engel’ niet aan haar ongeluk, een gedoemd huwelijk, kan ontsnappen. Hij is homoseksueel, zij verlangt naar liefde die hij haar niet kan geven.

De fatale val van Clara is nog steeds in raadselen gehuld. Was het moord? Zelfmoord? Of toch domweg een ongeluk? - de vriendenkring van het paar kan er nog steeds opgewonden over speculeren.

Lucifer is Palmens ontdekking van de hemel. Het is een heel andere hemel dan die van Mulisch, een die bevolkt wordt door boosaardige engelen, een onrustbarend oord waarin goedheid plaats heeft gemaakt voor verraad, verstoting en de val. De titel verwijst uiteraard naar Vondels vermaarde treurspel, en de roman is ook opgebouwd als een klassieke tragedie, in vijf bedrijven. De culturele elite, en dan met name de vrouwen, fungeert als een koor hysterische engelen dat huilt, klaagt en bovenal furieuze beschuldigingen uit. Maar ’Lucifer’ is tegelijkertijd een moderne, meerstemmige roman waarin volop van perspectief wordt gewisseld, in de tijd heen en weer gesprongen, gefilosofeerd over schrijven en muziek. Een rijk en intrigerend boek, waarin Palmen ongelooflijk veel aansnijdt zonder dat ze de greep verliest. Huwelijksdrama, afrekening met het megalomane idealisme van de generatie van ‘68, portret van een kunstenaar als jonge en oude man, schildering van een vriendencollectief als een vijver vol haaien – de roman is het allemaal.

Tragische held is Lucas Loos, hij is Lucifer, de engel die door zijn hoogmoed zijn val uit de hemel bewerkstelligt. De man die naar het absolute streeft in zijn kunst en die in zijn maatschappelijk engagement de ene onverbiddelijke waarheid voor de andere inruilt. Hij ontpopt zich als een gelijkhebberige querulant die vooral de andere geniale kunstenaar in de vriendenkring, de schrijver Aaron Keller, zo de maat neemt dat deze hem niet meer aan de Tafel, een herenclubachtige gezelschap, duldt. Hij maakt Loos voor een verrader uit, die niet alleen hem, maar veel erger, zichzelf verraadt.

De geschiedenis van Lucas Loos krijgt gestalte via zijn vrienden, door hun verhalen en in de beschrijving van hun reactie op Clara’s dood. Daardoor gaat ’Lucifer’ ook op een heel andere manier over hoogmoed en verraad. De vrienden hebben niet alleen lafhartig Lucas’ verbanning van de Tafel toegestaan, na de val van Clara verliezen ze zich ook in speculaties over de toedracht ervan. In hun artistieke universum bestaat het toeval niet, dus pluizen ze als ware detectives het werk van Loos na op ‘bewijzen’ voor moord. En die zijn er te over: Loos’ fascinatie voor Achterberg, de dichter die zijn hospita vermoordde, het feit dat hij vóór de dood van zijn vrouw al aan een requiem werkte, de verwijzingen naar valpartijen en de inspiratie van een dode geliefde. De vrienden baren met elkaar een monster: ze maken van Loos een moordenaar.

Het is ingenieus bedacht en gedaan: de vrienden, de niet verstoten engelen, zijn medescheppers van de duivel. Het morele falen van Lucas, zijn hoogmoed, wordt misschien nog overtroffen door de morele gebreken van de engelen, die hem dubbel verraden, bij zijn verstoting en door het dubieuze verhaal dat ze over hem brouwen. Maar er is nog een addertje onder het gras, ook van morele aard. In het nawoord van de roman stelt Palmen dat de personages niets zeggen dat hun niet door haar in de mond is gelegd, maar twee regels daarna bedankt ze de talloze mensen die met haar over Peter Schat en zijn vrouw Marina Schapers spraken, in de literatuurlijst die daarop volgt staan de werken van Schat opgesomd. Daarmee dringt ze de lezer een tweede lezing van haar boek op: de geschiedenis is in de werkelijkheid geworteld, en verrek, als je er even over doordenkt, zijn in de personages herkenbare kunstenaars van hoofdstedelijke allure te herkennen. Zie je in de Tafel echt de herenclub van Mulisch en kun je er niet omheen dat de feiten uit het leven van Schat de roman dragen.

En dan stoort het opeens dat de schrijfster zich in de roman afzijdig houdt, vooral het doorgeefluik is van de theorieën van de vrienden. Dan mag er helemaal aan het slot wel een tournure zijn: Lucas Loos blijkt van het verraad van zijn vrienden te weten, zij voelen zich beschaamd over hun speculatiedrift en zien in dat ze een waarheid hebben gezocht waar die niet te vinden is, in de kunst. En dan mogen er nog zoveel opmerkingen over het schrijven in de roman staan, bijvoorbeeld over de schrijver als duivel die zich voortdurend kan vermommen en zichzelf ongrijpbaar kan maken. Door zichzelf ongrijpbaar te maken en tegelijk zo op de werkelijkheid te leunen is het of Palmen zelf een van de vrienden is. Ze heeft een monster gebaard, niet zomaar een literair monster, maar een monster dat in werkelijkheid heeft bestaan.

Deel dit artikel