Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Componist Mike Boddé: 'Muziek is God en God is muziek'

Cultuur

Arjan Visser

Mike Boddé. "Muziek is het allerhoogste wat er is, de reden van mijn bestaan, maar er zijn ook dagen waarop ik denk: ach, dat ingewikkelde gedoe over een paar van die melodietjes." © Mark Kohn
Tien Geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Vandaag: Mike Boddé (Rotterdam, 1968): pianist, zanger, componist, voormalig cabaretier en schrijver. 

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

"Boven muziek is er niks. Muziek is dus God. En God is muziek."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Dit beeldje hier, deze buste van Chopin, heb ik van mijn vader gekregen toen ik zes of zeven was. Had-ie voor me meegenomen, uit Parijs. Ik was helemaal idolaat van het werk van Chopin, maar ja, als je jong bent, kan je zelf nog helemaal niks. Chopin heeft fantastische, magistrale muziek geschreven - zo goed gaat mijn muziek nooit worden - maar desondanks vind ik wat ik zelf maak inmiddels toch belangrijker. Ook al is het simpeler. En minder hoogstaand. Wat ik hiermee wil zeggen, is dit: alle mensen zijn gelijk. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de een superieur of ondergeschikt is aan de ander. Ik bedoel: Bach was óók een lastige man, een opgewonden standje dat constant ruziemaakte met de kerkenraad omdat hij vond dat ze hem niet genoeg betaalden voor zijn werk."

Muziek is het allerhoogste wat er is, de reden van mijn bestaan, maar er zijn ook dagen waarop ik denk: ach, lekker belangrijk

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Om mijn metafoor nog even door te voeren: ik vind dus dat je álles met muziek mag doen. Er zijn puristen - vooral in dat klassieke wereldje - die het haast blasfemisch vinden als je van Tsjaikovski iets lolligs maakt. Nóóit aan de nootjes van een componist zitten! Wat een bullshit. In 'Podium Witteman' (iedere zondagavond, 18.10 NPO 2, AV) zong ik laatst een liedje over de symfonieën van Mahler die mij véél te lang duren. Een paar dagen later kwamen de boze brieven binnen: hoe ik zoiets durfde te zeggen? Of ik wel iets van Mahler begreep? En meer van dat geleuter. Muziek is het allerhoogste wat er is, de reden van mijn bestaan, maar er zijn ook dagen waarop ik denk: ach, dat ingewikkelde gedoe over een paar van die melodietjes, lekker belangrijk! Je moet altijd kunnen blijven relativeren, vind ik. Als dingen heilig worden gemaakt, voel ik onmiddellijk een hevige weerzin in mezelf naar boven borrelen."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Op zondag zit ik in de tv-studio, voor repetities of opnames. Op maandag probeer ik de sabbat te vieren, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik erg de neiging heb om mijn agenda helemaal vol te plempen. Mijn vrouw houdt het een beetje voor me in de gaten; die zet af en toe ergens een streep doorheen. Ik ben sowieso gevoelig voor depressiviteit, maar door uitputting zal zoiets zeker in gang worden gezet. Ik móet mijn rust nemen. Vroeger was ik een zenboeddhist maar toen we allerlei sutra's moesten gaan opdreunen - in een taal die ik helemaal niet machtig ben - haakte ik af. Het enige wat ik nu nog praktiseer is 'kinhin', loopmeditatie. Ik tel al wandelend mijn stappen. Het is een concentratieoefening. Meditatie is iets wat per definitie niet lukt: je gedachten waaieren voortdurend uit. Je bundelt ze, dan ga je toch weer van alles denken, graait de boel weer bij elkaar enzovoort enzovoort. Het is vooral belangrijk dat je jezelf geen verwijten gaat maken. Je begint gewoon, heel rustig, weer van voor af aan."

V Eer uw vader en uw moeder

"Als kind had ik ontzag voor mijn vader. Het zou te ver gaan om te zeggen dat ik bang voor hem was, maar hij kon behoorlijk boos worden... Het ontzag is gebleven, maar mijn vader is nu vooral een lieve, goedmoedige, zachtaardige, oudere man met beginnende alzheimer. Wat het moeilijk maakt voor hem, soms, is dat hij weet dat hij ziek is. Toch is hij reasonably content, met mijn moeder in zijn buurt, z'n kopje koffie en z'n glaasje wijn. Het gekke is dat zijn toestand min of meer is gestabiliseerd. De geriater heeft hem zelfs weggestuurd: er is zo weinig ontwikkeling in het ziektebeeld dat hij nu niets voor hem kan betekenen. Mijn vader krijgt hulp bij het wassen, scheren en aankleden. Steeds weer van een andere zuster. Eenentwintig heeft mijn moeder er inmiddels geteld.

Mijn moeder is een fijn mens, zorgzaam en lief. Zij is heel opgeruimd en netjes. Bij haar is alles in orde. Ik heb een tamelijk rommelige manier van leven. Dat we zo verschillen maakt voor onze verstandhouding niets uit; ik ben goed met allebei mijn ouders. Die band is sterker geworden door de vroege dood van mijn oudste broer Harry. Hij overleed op zijn 45ste aan slokdarmkanker. De eerste jaren na Harry's dood was mijn vader vooral boos. Hij vond het onaanvaardbaar wat er was gebeurd. 'Waarom hij? En niet ik?' Wat moet je daar op zeggen? 'Zo zit het leven nu eenmaal niet in elkaar'?

Misschien is ambitie niks anders dan verpakte machtswellust, een volstrekt irrationeel oerverlangen

Ik ben, doordat wij elkaar zo dicht zijn genaderd, niet banger geworden om mijn ouders kwijt te te raken. Ik weet inmiddels uit ervaring dat hoe beter de band is, hoe makkelijker het is om iemand los te laten. Toen Harry op sterven lag, kon hij sommige mensen met wie hij nog dingen uit had moeten praten niet meer in zijn omgeving verdragen. Daar was gewoon geen ruimte voor. Dat kun je er helemaal niet bij hebben, als je al zo veel last hebt van pijn, wroeging en spijt. Tussen ons was alles goed. Ik ging gewoon af en toe bij hem zitten. Gaf hem een slokje 'Green Spot Lemonade' - dat hij per se wilde drinken en mijn moeder na heel lang zoeken uit Singapore had laten overkomen - of had ik het met hem over 'Bulletje en Bonestaak', het boek dat hij nog een keer móest lezen. Ja... Dat was mooi. Heel mooi. Harry is nu al bijna twintig jaar dood, maar we houden hem in leven; zijn naam wordt in onze familie nog elke dag genoemd."

VI Gij zult niet doodslaan

"Mijn depressie duurde zo'n zes jaar (Lees over die periode het boek 'Pil', in 2010 uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar, AV) waarvan ik de laatste twee jaar vocht tegen de wens om een einde aan mijn leven te maken. Ik maakte geen aanstalten, ik had geen plan. Het was eigenlijk geen echte doodswens; ik wilde gewoon dat er een einde aan mijn ellende zou komen. Wat me tegenhield was de idiote overtuiging: een Mike Boddé doet zoiets niet. En misschien de hoop dat er een oplossing zou komen. Die kwam er. Na een lange tocht langs allerlei soorten genezers en het slikken van verschillende soorten medicijnen, kreeg ik dan eindelijk de juiste pil voorgeschreven: Anafranil. Dankzij die pil ben ik nu al twintig jaar stabiel.

Sinds ik die depressie niet meer heb, gaat leven me veel makkelijker af. Vroeger moest ik van alles van mezelf. Ik stelde overal eisen aan. Tegenwoordig kun je me met een slecht glas witte wijn en een saaie gesprekspartner op een koud terras neerzetten en ik ben nog steeds tevreden. Ik kan daarom ook zo woedend worden op mensen die zeggen dat je nóóit antidepressiva moet gaan gebruiken, dat je er zo van zou 'vervlakken'. Wat een gelul! Mijn leven is er door dat ene pilletje enorm op vooruitgegaan. Ik heb weleens gedacht dat iedereen Anafranil zou moeten gaan slikken. Goed, dan word je wel net zo dik als ik maar als iedereen dik is, maakt dat ook niet zo veel meer uit."

Er zijn vrouwen die al #MeToo roepen als een man hen een complimentje heeft gegeven. Flirten hoort erbij

VII Gij zult niet echtbreken

"Je hebt gelijk: in 'Tril' komt een scène voor die je nu absoluut een #MeTootje zou kunnen noemen. Het gebeurde in Amerika waar ik een jaartje aan de Hartt School of Music studeerde. Ik was negentien. Zij heette Terry Belle, een mooi, zwart meisje met een prachtige hese stem. We waren allebei op een feestje waar ineens de stroom uitviel. Ik duwde haar een waskamertje binnen en begon haar meteen te zoenen. Toen het licht weer aanging, stapten we naar buiten en ben ik met iemand anders gaan praten. Misschien schaamde ik me tegenover die totaal overdonderde Terry, dat weet ik niet meer. Ze is later nog een paar keer bij me langs geweest - vooral om te vragen: 'Why me?' - maar er is verder niets meer tussen ons gebeurd. Als ze me een viezerik had gevonden, zou ze me gemeden hebben, toch? Oké, dan zou ik dat verhaal ook niet hebben opgeschreven, maar hee, het valt me nu wel op dat je niet dat ándere voorbeeld uit mijn boek aanhaalt; die keer dat er tijdens een ski-vakantie een meisje naast me kwam zitten om vervolgens zonder pardon haar tong in mijn oor te duwen. Nou vond ik dat toevallig bijzonder opwindend, maar het is toch ook een behoorlijke agressieve manier van benaderen... Het gaat er volgens mij niet om dat je niet zomaar iemand zou mogen zoenen. Dat lijkt me op zich geen probleem. Pas als die ander zegt daar niet van gediend te zijn moet je opsodemieteren. Ik vind dat die discussie een beetje is doorgeslagen. Er zijn vrouwen die al #MeToo roepen als een man hen een complimentje heeft gegeven. Flirten hoort erbij. Overigens krijgt flirten bij mij, sinds ik samen ben met mijn vrouw, geen vervolg meer. Ik vind weleens iemand leuk, maar uiteindelijk vind ik mijn vrouw toch altijd leuker. De dag waarop ik haar tegenkwam, voelde als een thuiskomst. Alsof ik een verloren gewaand familielid op het spoor was gekomen. Heerlijk. Eindelijk klaar met dat gezeik. Ik vond het nogal een gedoe om de juiste vrouw te vinden. Misschien hing het gelukkige huwelijk van mijn ouders daar wel als een donkere wolk boven. Mijn ouders zijn samen een soort onneembare vesting. Zoiets zou mij nooit gaan lukken. Dacht ik. Maar het begint er nu toch aardig op te lijken."

VIII Gij zult niet stelen

"We hebben met z'n allen afgesproken dat stelen niet mag, maar ik vind het niet per definitie een slechte daad. Mensen kunnen door allerlei redenen gedreven worden om iets te stelen. Ik geloof heel erg in wat Shakespeare ooit heeft geschreven: 'For there is nothing either good or bad, but thinking makes it so.' Met andere woorden: ons brein kent de waarde toe. Objectief gezien bestaan goed en kwaad niet. Ik vind de Holocaust niet het absolute kwaad. Natuurlijk, Hitler was een waanzinnige, gevaarlijke idioot die gestopt had moeten worden, maar hij was ervan overtuigd dat hij met iets goeds bezig was. Bovendien: als Hitler de duivel was, wie waren Stalin en Mao dan?"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ik heb sterk de neiging om te romantiseren. Het zal mijn Ierse bloed zijn (Boddé's oma van vaders kant werd geboren in Dublin, AV). Die Ieren doen niets anders dan elke avond van die eindeloze lul-verhalen ophangen in de kroeg. Ze willen alles groter en mooier maken. Niet omdat de werkelijkheid zo saai is, maar omdat de meeste dingen gewoon beter te begrijpen zijn als je er iets bij verzint."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ik was de jongste, de benjamin. Ik moest harder schreeuwen om gehoord te worden. Mijn bewijsdrift heeft ongetwijfeld met die jeugdjaren te maken, maar het is ook een karakterding. Mijn ambitie is nergens op gebaseerd. Misschien is ambitie niks anders dan verpakte machtswellust, een volstrekt irrationeel oerverlangen. Toen een verslaggever aan Hans Teeuwen vroeg waarom hij ook in Engeland ging optreden, antwoordde hij gekscherend: 'I want world-domination!'

Het leven is, welbeschouwd, een raar ding

Toch zit daar voor mij ook een kern van waarheid in. Als ik een liedje schrijf, denk ik: dit moet iedereen horen. Als ze het met je eens zijn - ja, dit is een heel leuk liedje - dan win je, op een bepaalde manier. En ja, dan wil ik ook van anderen winnen. Ik ben de beste, iedereen aan de kant! Op een elegante manier natuurlijk; ik ga in mijn jaloezie nooit echt tot actie over. Het zijn oprispingen die vanzelf weer wegtrekken. Het helpt me ook om een praktische voorstelling van het leven van die concurrent te maken. Stel, je bent Lady Gaga. Dan moet je elke ochtend naar je gymklasje, daarna naar de manicure, vervolgens een interview - en nóg een, en nóg een - en als je de straat op gaat, moeten er drie beveiligers met je mee. Zou ik dat dan willen? Nee. De kans dat ik zo'n status zal bereiken, wordt overigens ook steeds kleiner. Dit is het. Dit is wat ik heb bereikt en daar ben ik blij mee...

Het leven is, welbeschouwd, een raar ding. Ooit dacht ik dat totale onthechting mijn doel moest zijn, maar ik geloof inmiddels dat zoiets volstrekt zinloos en a-productief is. Het levert je heel veel op om je aan mensen of dingen te hechten. Zodra je gaat denken: 'Ach ja, de liefde...' of 'Ach ja, die vleugel...' dan word je een of andere wildvreemde kluizenaar. Tuurlijk, op een dag moet je eraan geloven, of je nou wil of niet. En daar komt mijn God weer goed van pas: muziek brengt ons troost, muziek verzoent ons met onze eigen sterfelijkheid."

Mike Boddé is de huispianist van het tv-programma 'Podium Witteman'. Op 2 november verschijnt bij uitgeverij Brandt 'Tril, een audiografie'.

Deel dit artikel

Muziek is het allerhoogste wat er is, de reden van mijn bestaan, maar er zijn ook dagen waarop ik denk: ach, lekker belangrijk

Misschien is ambitie niks anders dan verpakte machtswellust, een volstrekt irrationeel oerverlangen

Er zijn vrouwen die al #MeToo roepen als een man hen een complimentje heeft gegeven. Flirten hoort erbij

Het leven is, welbeschouwd, een raar ding