Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Componist Martin Fondse: 'Muziek is als het leven, je moet omarmen, niet buitensluiten'

cultuur

Mischa Andriessen

Componist, bandleider en pianist Martin Fondse. © foto Krijn van Noordwijk

De muziek van jazzmusicus Martin Fondse klinkt veel makkelijker om te spelen dan zij in werkelijkheid is. Hij verdoezelt de complexiteit liever.

De belangrijkste Nederlandse jazzonderscheiding - de Buma-Boy Edgarprijs - gaat dit jaar naar een wat atypische jazzmusicus. Althans naar een muzikant die de grenzen van het genre zo ruim definieert dat ze in wezen wegvallen.

Lees verder na de advertentie
Wat mij in jazz altijd heeft aangesproken, is dat alles er binnen past

Is componist, bandleider en pianist Martin Fondse (1967) eigenlijk wel een jazzmusicus? Dat is hij zeker, mits je jazz net als hij een maximale reikwijdte gunt. Fondse: "Wat mij in jazz altijd heeft aangesproken, is dat alles er binnen past. Het is inclusieve muziek en dat bevalt me goed. Muziek is als het leven, je moet omarmen, niet buitensluiten. Zet de deuren open, dan is van alles mogelijk."

Wie de muziek van Fondse beluistert, hoort in eerste instantie vooral hoe melodieus, lichtvoetig en toegankelijk die is. Het is optimistische muziek die zodanig stroomt en vloeit dat er geen rafelranden of haperingen in lijken te zitten. Muziek die minstens zo beïnvloed is door (teken)filmmuziek, klassiek en pop of rock als door jazz. Muziek die zowel heel subtiel kan zijn, als lekker vet aangezet. En ook muziek die je met de breed grijnzende instemming van Fondse zelf 'verneukeratief' mag noemen.

Vierkwartsmaten

Typerend is een concertbespreking die ooit op een jazzwebsite verscheen. Een recensent beklaagde zich erover dat alle stukken die Fondse die avond speelde composities in vierkwartsmaat waren. Fondse reageerde laconiek met het publiceren van de setlist waarbij hij van alle werken de maatsoort vermeldde. Wat bleek: vierkwartsmaten zaten daar nauwelijks tussen. Precies dat is een belangrijk aspect van Fondses meesterschap: Zijn muziek klinkt veel makkelijker om te spelen dan zij in werkelijkheid is. Waar menigeen graag de complexiteit van de muziek benadrukt, lijkt Fondse die liever te verdoezelen.

Een belangrijk aspect van Fondses meesterschap: zijn muziek klinkt veel makkelijker om te spelen dan zij in werkelijkheid is

Fondse groeide op in het Zeeuwse plaatsje Tholen. Daar was jazz aanvankelijk in geen velden of wegen te bekennen en de opgewekte lichtheid die zo karakteristiek is voor Fondses muziek evenmin alomtegenwoordig. Zijn ouders waren enthousiaste amateurzangers. Thuis werd voornamelijk koormuziek gedraaid, Mendelsohn en Bach, of oude muziek, Palestrina en Monteverdi bijvoorbeeld. De pianolessen die de jonge Fondse kreeg, waren klassiek. Jazz kende zijn leraar niet. Die kwam van elders.

Via trompettist Miles Davis en fusion-supergroep Weather Report maakte Fondse kennis met het genre. En via het populaire tv-programma van Koot en Bie 'Keek op de Week'. Elke uitzending werd begonnen en afgesloten met een fragment uit 'Two Folksongs' van gitarist Pat Metheny.

Bizarre saxofoonsolo

Fondse raakte zo in de ban dat hij na lang sparen afreisde naar Bergen op Zoom om daar de dubbelelpee '80/81' aan te schaffen, waarop dat nummer staat. Tot Fondse's schrik bleek de mooie melodie op zeker moment uit te monden in een nogal bizarre saxofoonsolo. "Ik snapte er niets van. Hoe kon Metheny die zulke verzorgde melodieën schreef dit soort uit de pas lopende solo's toestaan? Wat hoorde hij daarin dat ik niet hoorde? Dus heb ik die plaat eindeloos beluisterd in de hoop hem beter te begrijpen.

"Van dergelijke muziek heb ik het meeste geleerd. Muziek waar je niet meteen bij kunt of zelfs nooit helemaal snapt wat er nou precies gebeurt. Eenmaal voor de jazz gewonnen, ging Fondse naar het conservatorium in Rotterdam. Daar liep hij binnen het jaar vast en werd hij zelfs weggestuurd. Hij was te perfectionistisch, te verkrampt. Hij wilde beter zijn dat zijn docenten en was te jong om te beseffen dat hij daarvoor te jong was.

Van muziek waar je niet meteen bij kunt of zelfs nooit helemaal snapt wat er nou precies gebeurt heb ik het meeste geleerd

Fondse ging naar Artez in Arnhem waar hij meer in de luwte wel tot wasdom kwam. Daar en later tijdens een studie bij de befaamde trombonist en bandleider Bob Brookmeyer ontwikkelde hij zich tot de musicus die hij wilde zijn. Iemand die geen afstand wilde nemen van de geliefde koormuziek van zijn ouders of van de tekenfilmmuziek die zo goed aansloot bij zijn gevoel voor humor. Hij ontmoette bovendien musici die zijn ideeën over muziek flink opschudden. Zo had Fondse dankzij de dixieland die hij op Zeeuwse braderieën had gehoord een hartgrondige hekel aan de klarinet. Dankzij muzikanten als Mete Erker en Claudio Puntin met wie hij vaak speelt, is het inmiddels een van zijn favoriete instrumenten. Waarbij gezegd moet worden dat hij veel favorieten heeft.

Soleren

Fondse is dol op blaasinstrumenten, maar ook op strijkers en zang. Hij schrijft graag voor wat grotere bezettingen en de laatste jaren ook steeds meer voor groepen met een voor jazz atypisch instrumentarium. Fondse componeert, arrangeert, dirigeert en musiceert. Activiteiten die voor hem allemaal in elkaars verlengde liggen. "Voor jazzmusici liggen spelen en componeren dicht bij elkaar. Soleren is een vorm van componeren, want wat je dan speelt, was er nog niet. Jazz is een combinatie van kennis, intuïtie en een fractie toeval. Puur vanuit kennis spelen, leidt tot voorspelbare muziek. Puur intuïtief spel vaak tot kakafonie. Je hebt het dus allebei nodig, plus dat je accepteert dat je van tevoren niet weet wat de volgende noot zal zijn. Dat is het verschil tussen jazz en klassiek."

Fondse werkte vaak samen met klassieke gezelschappen als het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Asko/Schönberg. Omgaan met de verschillen heeft hij onderhand wel geleerd. Levendig staat hem voor de geest hoe een klassieke celliste tijdens een repetitie helemaal niets speelde. 'Waarom?', vroeg Fondse. De celliste antwoordde: 'Hoe weet ik wat de goede noten zijn?' Hij kan er jaren later nog hartelijk om lachen. "Ik heb gezegd: 'Als jij de noten met intentie en overtuiging speelt, zijn ze altijd goed. En het is ook een goede vraag als je ervanuit gaat dat goede noten bestaan'. "

Die open blik op muziek wordt nu zeer terecht met de Buma-Boy Edgarprijs beloond.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Wat mij in jazz altijd heeft aangesproken, is dat alles er binnen past

Een belangrijk aspect van Fondses meesterschap: zijn muziek klinkt veel makkelijker om te spelen dan zij in werkelijkheid is

Van muziek waar je niet meteen bij kunt of zelfs nooit helemaal snapt wat er nou precies gebeurt heb ik het meeste geleerd