Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Chris van Geel en Judith Herzberg konden flink botsen in hun briefwisselingen, en dat kan iedereen nu lezen

Cultuur

Janita Monna

Judith Herzberg, 1967. © ANP Kippa
Brievenbundel

In hun dichtersbriefwisseling konden Chris van Geel en Judith Herzberg flink botsen.

Het is nogal wrang. Dan heb je eindeloos aan je gedichten zitten schaven en na veel wikken en wegen eindelijk je manuscript aan je uitgever gestuurd, en dan blijft het stil. Na lang wachten komt er een briefje waarin die uitgever schrijft niet alles van je gedichten te begrijpen en er ook niet 'in haar geheel weg' van te zijn.

Lees verder na de advertentie

Het zijn woorden die dichter Chris van Geel ontving van zijn uitgever Geert van Oorschot. Van Geel beklaagde zich vaker over de relatie met zijn uitgever. Ook tegenover Judith Herzberg. Zo is te lezen in de recent verschenen briefwisseling tussen Van Geel en Herzberg.

De beide dichters leerden elkaar kennen door de poëzie, schrijft bezorgster Marsha Keja in haar voorwoord. Van Geel was in 1958 gedebuteerd met 'Spinroc en andere verzen'. Herzberg publiceerde al in literaire tijdschriften voor in 1963 haar eerste bundel 'Zeepost' verscheen. Ook bij Van Oorschot.

Van Geel was een piekeraar, die zich in zijn dichterschap vaak niet begrepen voelde, en on­der­ge­waar­deerd

De bundel brieven over en weer begint in 1962, nogal prompt, met een zin die bijna klinkt als een dichtregel: 'hoofd leeg moet toch maar zo blijven staan'. Het blijkt er ook een te zijn, een stukje ervan dan, want Van Geel reageert op een gedicht dat een jaar later in Herzbergs debuut zal staan.

Ze schreven elkaar over van alles, maar veel over poëzie. Dat Van Geel groot belang hechtte aan wat anderen vonden van zijn gedichten is bekend. De dichter en beeldend kunstenaar had een bijzondere manier van werken: hij schreef in samenspraak met zogeheten 'tuttelaars', dichters die meelazen, vrienden vaak van wie hij voorstellen voor verbeteringen overnam. Vertaalster Thérèse Cornips, lange tijd Van Geels geliefde, was een belangrijke tuttelaar, net als dichter Jan Emmens, en Tom van Deel en zeker ook Elly de Waard, met wie hij na het vertrek van Cornips tot zijn dood in 1974 samenwoonde. Over De Waard schreef hij in 1963 aan Herzberg: "ik kan goed met haar samen werken. Ze kan lezen, heeft verstand, een mooi lijf, verfijnde handen en betrouwbare ellebogen."

Lees verder na onderstaande afbeelding.

© RV

Enkele van de brieven die Van Geel aan Herzberg schreef verschenen eerder in 'Ik ben een onderling onverzoenlijk ratjetoe' (2012). Veel van wat Herzberg stuurde ging verloren toen een brand in 1972 het huis van Van Geel in Groet verwoestte. Maar wat wel bewaard bleef - soms flink beschadigd - geeft de correspondentie een zeker evenwicht.

Want Van Geel was een piekeraar, die zich in zijn dichterschap vaak niet begrepen voelde, en ondergewaardeerd. Zijn precies geformuleerde gedichten, met een hoofdrol voor de natuur, en voor het schrijven, typeerde hij tegenover Herzberg eens als 'heldere wartaal, integere kronkels'. "Om de dorre bladeren te ontlopen / greep de wind zijn vingers moe."

Zijn worsteling met de niet altijd even warme ontvangst schreef hij van zich af: "Deze drie velletjes klaagmuur hebben mij opgelucht."

Zelfs met toelichtende noten is niet altijd duidelijk waar Van Geel het precies over heeft

Herzbergs toon is lichter, levendiger dan die van Van Geel. '"Lieve Chris, ik kreeg de schrik: krijg ik nu nooit meer een brief van je? Een telefoon. Nu veranderen je gedichten zeker ook. Je had zo iets mooi onstoorbaars."

Ze schrijft open, is kritisch met ruimte voor een tegenwoord. Stelt vragen over de werkwijze van de dichter: "Hoe zeer Jan ook gelijk heeft met zijn besnoeiingen en bemoeiingen, en hoe zeer ik ook wou, dat hij iedereens gedichten kortwiekte, toch ben ik het er heel erg niet mee eens om er zo op te leunen. Het lijkt me namelijk een houding die niet alleen achteraf, maar ook tijdens het schrijven zelf door gaat werken."

Van Geel kan verzanden in details. Zelfs met toelichtende noten is niet altijd duidelijk waar hij het precies over heeft. Dat roept niet alleen bij de lezer van nu vragen op. Ook bij beide brievenschrijvers ontstonden soms misverstanden. En hoe hecht de vriendschap ook, het kon flink botsen: "even een paar zwarte vlekken in de correspondentie ophelderen, want wat heb je nog aan je leven als we elkaar niet meer begrijpen."

Met de loop der jaren werden de brieven minder. Herzberg stuurde Van Geel op 4 februari 1974 nog een paar regels, hij was ziek. "Misschien heeft het iets prettigs te weten dat er veel mensen zijn die aan je denken, zelfs al heb je daar concreet niets aan."

Een maand later zou hij overlijden. Hij was 56 jaar.

Judith Herzberg en Chris van Geel
Brieven 1962-1974
Bas Lubberhuizen; 208 blz. € 22,99

Oordeel: Levendige briefwisseling over leven en dichten


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Van Geel was een piekeraar, die zich in zijn dichterschap vaak niet begrepen voelde, en on­der­ge­waar­deerd

Zelfs met toelichtende noten is niet altijd duidelijk waar Van Geel het precies over heeft