Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Chinezen zijn - net als hun wijsheden - ongrijpbaar, geen grens houdt ze tegen

Cultuur

Rob Schouten

Rob Schouten © Maartje Geels
Column

In mijn werkkamer ligt onder handbereik, naast een volgeklad adressenboekje, een zakbijbeltje en een plastic figuurtje van Willie Wortel, een boekje met Chinese spreuken. Ooit gekregen, zou niet weten van wie, maar het heeft alle verhuizingen overleefd. 

Het staat vol met wijsheden waar je je geen buil aan kunt vallen, niks concreets zoals ‘was je handen als je naar de wc bent geweest’ of ‘consumeer nooit karnemelk en een zure haring naast elkaar’, maar alles vanaf grote hoogte, want daar verbleven de gedachten van lieden als Confucius en Lao-Tse, hoofdleveranciers van mijn boekje, kennelijk het liefst: ‘Te leiden, maar niet te heersen, dit is de wonderlijke deugd’. ‘Het is de tegenwind die de vlieger doet stijgen.’ Klantvriendelijke wijsheden.

Lees verder na de advertentie

Ze voeren me onwillekeurig terug naar het China uit mijn jeugd, waarvan ik ooit de geur opsnoof via een kinderboek (titel vergeten) waarin een te vondeling gelegd jongetje, kaalgeschoren maar met een staart, door een bergachtig landschap dwaalt op zoek naar iets, en naar het boekenweekgeschenk van 1964, ‘Vier vingers’, een Rechter Tie verhaal van Robert van Gulik - ik was toen tien.

In mijn jeugd werd er wel gesproken van ‘Het gele gevaar’ of ‘De Chinezen komen’, maar heel erg dreigend voelde het niet

Altijd als ik over handelsoorlogen met China hoor, of over massa-executies in dat land, of over een bijeenkomst van klapvee tijdens het Volkscongres, moet ik eraan denken, en ik tel er de tientallen Chinese restaurants bij op waar ik in mijn leven heb gegeten, met Chinese kalenders en Chinese muziek, en het Kuifje-album ‘De Blauwe Lotus’ natuurlijk.

Een soort grap

In mijn jeugd werd er wel gesproken van ‘Het gele gevaar’ of ‘De Chinezen komen’, maar heel erg dreigend voelde het toch niet, meer een soort grap naast de veel gevaarlijker Russen. Maar de Russen kwamen niet en de Chinezen wel. Dat komt omdat de Chinezen, net als hun wijsheden, ongrijpbaar zijn, geen grens houdt ze tegen.

Soms zie je op een filmpje een concreet Chinees gezin, keuken, vrouwtje roert in een wok, man zit aan tafel. Net echt, maar direct slaat het besef toe dat het slechts puncties zijn uit een vele grotere, collectieve en amorfe werkelijkheid. Barbapapa’s en -mama’s zijn het. Ze leggen wegen aan in Afrika, ze dringen computers binnen in Europa, ze overspoelen de markt in Amerika. Laatst kreeg ik bericht over een artikel dat ik in Engeland had besteld, maar ik moest even geduld oefenen, want het bevond zich nog op de Chinese zee.

En dat alles met Confucius en Lao-Tse in de achterzak. Ik vind het een buitengewoon intrigerend evangelie, dat van de hapklare brokken wijsheid, de simpele geloofwaardigheid, het onversneden opportunisme ook waarvoor het zich in het geheel niet schaamt. Het Chinese spreukenboekje is daarvan als het ware het tastbare bewijs, het had allang verdwenen kunnen zijn, opgegaan in de massa van duizenden andere boeken, of gewoon een keertje weggegooid, maar het ligt er nog altijd, met z’n prikkelloze filosofie voor iedereen en voor alledag. ‘De dwaas doet wat hij niet laten kan, de wijze laat wat hij niet doen kan.’

En zo is het krek, zou mijn grootvader zeggen.

Schrijver, dichter en literatuurcriticus Rob Schouten (Hilversum, 1954) is als literair medewerker verbonden aan Trouw en bespiegelt in zijn columns over de kleine en grotere dingen des levens. Eerdere columns leest u hier.

Deel dit artikel

In mijn jeugd werd er wel gesproken van ‘Het gele gevaar’ of ‘De Chinezen komen’, maar heel erg dreigend voelde het niet