Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Chinese vredesrocker helpt fans de weg vinden in een razende maatschappij

cultuur

Tabitha Speelman

Cui Jian in 2014. © VCG via Getty Images

We zoeken deze zomer wekelijks naar hippieachtig idealisme en activisme over de grens. Deze week: een Chinese vredesrocker.

Liggend op yogamatjes bewegen zo’n dertig lichamen zich op de muziek. De langgerekte beat maakt de zware sit-ups, die gepaard gaan met ritmische fietsbewegingen, beter vol te houden. De half geschreeuwde tekst van het nummer is moeilijk te verstaan. Maar voor de deelnemers aan deze avondfitnessklas in een gymzaaltje in Oost-Peking is het rauwe stemgeluid direct herkenbaar.

Lees verder na de advertentie
Na het bloedbad van 4 juni 1989 trad Cui geblinddoekt op, waarna hij in Peking vijftien jaar lang geen grote concerten meer mocht geven

Dit is Cui Jian (spreek uit: tswee dzjen), de ‘vader van de Chinese rock’ die in de jaren tachtig China’s hoofdstad in beroering bracht met zijn liedjes over individuele zoektochten in een snelveranderende maatschappij vol onzekerheden. Nummers als ‘Nothing to my Name’, een van de lijfliederen van China’s bloedig onderdrukte mensenrechtenbeweging in 1989, gingen voor velen zowel over hun eigen leven als over de toekomst van een land. “Ik wil alles voor je doen /en je mijn vrijheid geven /maar je lacht me steeds uit, omdat ik niets heb”, zong Cui in straatoptredens voor de protesterende studenten.

In beide opzichten was de muziek revolutionair: in de socialistische jaren zestig en zeventig was het vrijwel onmogelijk voor zangers om persoonlijke gevoelens in hun muziek te uiten. De jaren tachtig veranderden dat. China opende zich economisch, maar ook op cultureel vlak kwam de wereld weer binnen. Een ‘culturele renaissance’ waarin voor de muziek Aziatische pop en westerse rock belangrijke invloeden werden. Na het bloedbad van 4 juni 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede trad Cui, boegbeeld van de bloeiende lokale rockbeweging, geblinddoekt op, waarna hij in Peking vijftien jaar lang geen grote concerten meer mocht geven.

“Ik weet dat het toen ook politiek bedoeld was”, zegt Cassie Xue, de 30-jarige fitness-instructeur die nummers van Cui Jian in mijn wekelijkse sportuurtje draait. Zelf heeft ze daar niet zoveel mee. “Ik was er niet bij”, zegt ze, terwijl ze haar schouders ophaalt. Cassie heeft haar eigen redenen om van Cui’s muziek te houden. “Liedjes uit die tijd gaan wat dieper. Nu gaat populaire muziek alleen maar over liefdesverdriet. Cui klinkt verdwaald in zijn muziek. Op zoek naar wat hij moet in het leven. Dat gevoel herken ik.”

Het nummer waar we op sporten heet ‘Rock op de nieuwe Lange Mars’; de ‘oude’ Lange Mars, de historische trektocht van 9600 kilometer dwars door China, behoedde de Communistische Partij voor vernietiging door de nationalisten in de jaren dertig. Tijdens vroege concerten speelde Cui, die een klassieke achtergrond heeft als trompetspeler, het nummer in versleten legerkleren. Waarom zulke ‘rode’, socialistische verwijzingen in de muziek van een rockidool, dat met lang haar en veel durf rebelleerde tegen de gevestigde orde?

Cassie heeft er nog nooit over nagedacht. “Het is een vrolijk, krachtig nummer - geschikt om op te sporten. Zo hoef ik niet alleen maar westerse up-tempo nummers te draaien.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Cui Jian in 1992. © AFP

Vraagtekens 

Dj Zhang Youdai heeft wel een antwoord. Als presentator bracht hij die Chinese rock in de jaren negentig op de publieke radio. Zhang is 50, vijf jaar jonger dan Cui. “Cui Jian speelt met de betekenis van de oude socialistische symbolen. Het is sarcastisch, maar tegelijk was dat onze wereld”, legt hij uit. “We groeiden op tijdens de Culturele Revolutie. Ergens zit dat idealisme nog in ons, al zetten we er vraagtekens bij.”

Cui speelt met die oude socialistische symbolen

Zhang besloot de muziek in te gaan op de golven van de stormachtige jaren tachtig. Daarvoor studeerde hij literatuur. Hij ging werken voor de nationale radio waar hij de rockscene van toen, maar ook populaire (en vaak minder politieke) groepen als Tang Dynasty of de Panters voor een groot publiek toegankelijk maakte. Nooit ging rock in China mainstream, maar sinds de start, toen het volgens Zhang ‘volstrekt nieuw’en ‘subversief’ was, werd het wel een stuk normaler.

Als dj merkt Zhang hoe verschillende generaties terugkijken op de periode. “Er zijn mensen van mijn leeftijd die uit jeugdsentiment volledig onkritisch terugblikken, en daar Cui Jian bij luisteren. Veel overheidsambtenaren zijn nu ook fan.” Hij ziet ook hoe bepaalde retroalbums en -artiesten het goed doen bij een jong publiek. “Die snappen niks van wat het voor ons betekent.”

Hoe breed Cui’s publiek is, zie ik tijdens een concert ter gelegenheid van ‘Dertig jaar Chinese rock’ in het Werkersstadion in Peking. Juist daar waar ‘de oude Cui’, zoals hij wordt genoemd, in 1986 voor het eerst ‘Nothing to my Name’ performde. Door de smog heen licht in de verte een luxehotel op in het rood en geel van de Chinese vlag, ter gelegenheid van de verjaardag van de Volksrepubliek.

In de rij voor mij zie ik jonge kinderen met hun ouders en verscheidene vader-zoonkoppels, van wie de vader vaak al op leeftijd is. Een twintigjarige jongen met een wilde haarbos naast me zegt dat Cui voor hem het begin van het individualisme in China vertegenwoordigt. “Daarvoor ging het alleen maar over wij, daarna werd het ik.” Idealisme hoorde hij er verder niet in. Wel veel seks, als je goed luisterde.

Cui was een energieke rocker van middelbare leeftijd. Fans zeggen vaak dat hij hetzelfde gebleven is, iets wat hij zelf ook benadrukt. “Onze idealen zijn niet veranderd”, meldt hij tussen twee nummers in. Vervolgens zegt hij wat kritische dingen over China’s materialisme en wat later zingt hij een Chinees-Engelse versie van ‘Message in a Bottle’, met een uitzinnige Stewart Copeland op de drums.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Fans van Cui Jian in Peking. © AFP

Betoverende momenten 

Cui draagt zijn karakteristieke witte pet met een rode ster erop. Zijn haar is inmiddels kort. Met hiphoppers en robotdansers brengt Cui nieuw werk. Zoals zo vaak bij oude idolen heeft het publiek daar weinig belangstelling voor.

China ontwikkelt zich zo snel dat het soms uit de bocht lijkt te gaan vliegen

Cassie Xue

Betoverende momenten zijn er ook. Zo springt een oudere man schuin voor mij, die stoïcijns de eerste anderhalf uur van het concert heeft aangehoord, recht overeind bij de eerste maten van ‘Nothing to my Name’. Hij zet zijn handen aan zijn mond om mee te schreeuwen. Hetzelfde doet hij bij ‘Rock op de nieuwe Lange Mars’.

De Chinese jaren tachtig hebben trekken van de jaren zestig in Amerika: een hoopvolle tijd waarin cultuur en activisme een belangrijke rol speelden en de maatschappelijke veranderingen voor het grijpen leken te liggen. De vergelijking gaat deels op. Zo was China in de jaren tachtig nog zo arm dat de kritiek die westerse artiesten in die tijd leverden op de consumptiecultuur in China niet van toepassing was. “Wat dat betreft is het materialistische China van nu te vergelijken met jullie jaren 80”, zegt Zhang Youdai, de dj. China’s nieuwe generatie artiesten kan daarop reflecteren, vindt hij.

Voor Cassie is luisteren naar Cui en andere rockers uit de jaren tachtig een manier om de weg te vinden in een razende maatschappij. “China ontwikkelt zich zo snel dat het soms uit de bocht lijkt te gaan vliegen. Cui’s muziek is simpel maar krachtig: een zingende man met een gitaar. Geen elektronisch gedoe. Het past bij het soort leven dat ik wil leiden.”

In een interview zei Cui eens dat ‘Rock op de nieuwe Lange Mars’ verwijst naar de lange weg die rockmuziek als nieuw genre te gaan had. “Aan de tekst konden mensen zien dat het ook over een persoonlijke Lange Mars gaat.”

Dertig jaar later is China een heel ander land. Politieke hervormingen bleven grotendeels uit, maar de zoektocht naar individueel geluk die in de jaren tachtig losbarstte is nooit meer opgehouden. Al dan niet met strakkere buikspieren.

Poptempels in China

China's poptempels hebben het niet makkelijk. Regelmatig sluit een bekend livehouse zijn deuren, om politieke dan wel commerciële redenen. Alleen de ingevoerden in de alternatieve muziekscene weten bij welke hippe plek je vervolgens weer moet zijn voor live optredens, die gelukkig nooit helemaal stoppen.

In die zin is het Werkersstadion, waar Cui zowel zijn eerste als meest recente concert gaf, een zeldzame constante. Het stadion blijft beschermd door zijn historische status: het is een van de tien architectonische hoogstandjes die China bouwde ter ere van het tienjarig bestaan van de Volksrepubliek in 1959. ‘Gongti’, zoals het stadion annex poppodium in het Chinees heet, is ook de thuisbasis voor Pekings voetbalteam.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Na het bloedbad van 4 juni 1989 trad Cui geblinddoekt op, waarna hij in Peking vijftien jaar lang geen grote concerten meer mocht geven

Cui speelt met die oude socialistische symbolen

China ontwikkelt zich zo snel dat het soms uit de bocht lijkt te gaan vliegen

Cassie Xue