Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Chaim Potok eert BZZT0H

Cultuur

GERT-JAN VINCENT

Review

Chaim Potok: De hand van de golem. Vertaald door Marianne Verhaart. BZZT0H, Den Haag; 159 blz. ¿ 26.50.

Potok schreef het boekje ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van uitgeverij BZZT0H. Een wereldprimeur dus van de hand van een van de belangrijkste joods-Amerikaanse auteurs, als dankbetuiging aan een uitgever die inmiddels het volledige oeuvre in Nederlandse vertaling heeft gepubliceerd.

Potoks introductie in Nederland verliep niet zonder problemen. Zijn grote romans: 'The Chosen' ('Uitverkoren') en 'My Name is Asjer Lev' ('Mijn naam is Asjer Lev'), eerder door een andere uitgever op de markt gebracht, sloegen niet erg aan. BZZT0H zag er wel wat in. In overleg werden de rechten overgenomen en bouwde BZZT0H gestaag aan de uitgave van het complete werk van deze in Amerika zo succesvolle auteur.

Potok heeft zijn waardering voor dat vertrouwen al eerder bewezen door werk in het Nederlands te laten verschijnen voordat de Engelse editie in de handel kwam.

'De hand van de golem' is niet zomaar een gelegenheidsprodukt: het is een aangrijpend verhaal dat perfect past binnen het oeuvre van deze auteur. Stevig geworteld in de joodse traditie, schetst het een beeld van de manier waarop de joodse gemeenschap in Rusland haar positie binnen de samenleving in de afgelopen eeuw heeft zien veranderen.

In een voorstadje in het noordoosten van Amerika blikt de verteller van het verhaal, de negenentachtigjarige timmerman Lev Shartov, zittend aan het bed van zijn slapende kleindochter, terug op zijn turbulente leven. Het is een verhaal “dat in volkomen stilte verteld moet worden. Alle anderen die ervan geweten hebben, zijn dood.”

Aan de hand van de verschillende levensfasen van zijn hoofdpersoon, geeft Potok een indringend beeld van de revolutionaire veranderingen die in de eerste helft van deze eeuw de Russische maatschappij ontwrichtten en beschrijft hij de steeds benardere positie van de joden als gevolg van de stalinistische terreur.

Shartovs jeugd speelt zich af in een plattelandsgemeenschap waar boeren en joden in harmonie samenleven. Al snel komt de jonge Lev tot een pijnlijke ontdekking: hij heeft moeite met lezen. Zijn vruchteloos geploeter ontlokt zijn onderwijzer de verzuchting: “O lieve God, Meester van het Heelal, kan het waar zijn dat u de enige zoon van Levi Jitschok als golem hebt geschapen?” Zijn klasgenoten nemen dat oordeel gretig over en Lev raakt niet meer van die bijnaam af. Het steekt hem, niet alleen omdat een golem volgens de overlevering een wezen is zonder geest en zonder ziel, maar ook omdat hij niet had gekregen “wat voor een jood de meest waardevolle van alle gaven is: een scherp verstand”.

Kort daarop raakt hij gewond als zijn aartsvijand, Wrede Jonkel, de zoon van de koster, hem voor een aanstormende zeug duwt. De tinteling in zijn hand die hij daaraan overhoudt, houdt de herinnering aan dat voorval levend, en voedt zijn haat.

We volgen Lev als soldaat in het leger van de tsjaar, en als held in de revolutie in de strijd tegen de Witten, die de joden de schuld geven van de omwenteling. Op kleine schaal doen zich al pogroms voor, maar de dreiging neemt snel toe. Als hij te horen krijgt dat de complete bevolking van zijn geboortedorp is uitgeroeid, knapt er iets in hem. Hij kent geen genade meer als het om vijanden gaat, en langzaam maar zeker ontwikkelt hij zich tot een geduchte folteraar, gespecialiseerd in het breken van vingerkootjes. Zijn ster rijst snel en als 'specialist' in het ondervragen krijgt hij handenvol werk door de snel om zich heen grijpende paranoia binnen de communistische partij. Omdat hij zich beschermd voelt door zijn macht binnen de organisatie, is hij blind voor de tekenen aan de wand: de razzia's op joodse intellectuelen, het verwijderen van joden uit invloedrijke posties. Als de waarheid over Stalin langzaam tot hem begint door te dringen, verliest hij de controle en wordt hij zelf het slachtoffer van hallucinaties die hem dag en nacht bestoken.

Naarmate zijn verhaal gruwelijker wordt, onderbreekt hij het steeds vaker om zich weer te concentreren op zijn kleinkind: het contrast tussen haar onschuld en zijn verzwegen verleden neemt daardoor steeds dramatischer vormen aan. Het beeld van de oude timmerman in ruste, de voorbeeldige grootvader in de geciviliseerde omgeving van een Amerikaans voorstadje, roept tijdens het lezen onwillekeurig de herinnering op aan Demjanjuk, de man van wie beweerd werd dat hij in de Tweede Werelkdoorlog een gevreesde kampbeul was geweest.

Als Potok met zijn verhaal één ding duidelijk maakt, is het wel dat mensen onder druk van de omstandigheden tot de meest gruwelijke dingen in staat zijn, en bereid zijn om in naam van een ideologie, maar in wezen vanuit diepgewortelde wraakgevoelens, alle denkbare morele grenzen te overschrijden. Maar ook dat diezelfde mensen, als de tijden veranderen, een onopvallend leven als oppassend burger kunnen leiden. Potok veroordeelt niet, wekt eerder mededogen. Met kennelijke instemming citeert hij Tsjechov in het motto van deze novelle: 'Niets in deze wereld is te begrijpen.'

Deel dit artikel