Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CD's op vrijdag: Wende Snijders, Editors en Gogo Penguin

Cultuur

Muziekredactie

CD-recensies

Wende Snijders vertaalde geslaagd haar theatervoorstelling 'Mens' naar een popalbum, minder goed gelukt is de nieuwe Editors die vooral meer van hetzelfde is. Brahms, vast ook bekend, krijgt in de handen van Robin Ticciati iets uiterst invoelbaars. En dan tipt de muziekredactie deze week nog de jonge cellist Sheku Kanneh-Mason en jazzpopdanceband Gogo Penguin. 

Goddelijke Brahms, nooit hoogdravend

Lees verder na de advertentie

KLASSIEK 

Robin Ticciati
Brahms Symfonieën (Linn)
★★★★☆

Na negen jaar chef-dirigent te zijn geweest van het Scottish Chamber Orchestra zwaait Robin Ticciati (1983) af met een registratie van de Brahmssymfonieën.

De afgelopen periode hebben orkest en dirigent veel repertoire uit de negentiende en het einde van de achttiende eeuw verkend. Voor een deel is dat terug te horen op cd, zoals een aantal symfonieën van Haydn, en die van Schumann compleet. Brahms’ vier symfonieën, opgenomen onder studiocondities in de Edinburghse Usher Hall, zijn in een kamermuzikaal jasje gestoken: de strijkerssectie is niet al te groot, bij het koper is gezocht naar helder instrumentarium als laatnegentiende-eeuwse Weense hoorns, om zo dichter bij Brahms’ klankwereld te komen.

De slag van de geboren Londenaar is altijd mild, welhaast aaibaar, zijn muzikale benadering volledig invoelbaar, met als resultaat een rustige, uiterst transparante en warme contrastwerking. Ticciati meet met de menselijke maat. Hoe goddelijk de muziek ook is, er zit niets hoogdravends in zijn benadering. De dirigent over zijn Schotse collega-musici: ‘Ze zijn mijn adem geworden. In het DNA van het orkest zit onze gedeelde geschiedenis.’ En zo is het. (Frederike Berntsen)

Wende schuwt de grote thema's niet 

POP

Wende

Mens (Tathana/PIAS)

★★★★☆

Wat betekent het om mens te zijn, in deze tijd, te midden van de anderen? Dat is de vraag die Wende Snijders (39) centraal stelt op ‘Mens’. Dat was niet zo gepland: het thema drong zich aan haar op, net als de taal (Nederlands) en het instrumentarium (veel synthesizers).

Van dat laatste hoeft niemand te schrikken, voor het oor is Mens stukken vriendelijker dan de onstuimige voorganger ‘Last Resistance’, die de zangeres handgeschreven brieven van verontruste fans opleverde. Alleen ‘Hoe Lang Nog’ (sic) zal bij verstokte liefhebbers van Wendes vroege chansonwerk mogelijk voor verwarring zorgen. Mens is weliswaar duister en broeierig, maar de elektronica houdt het op de achtergrond, niets mag de teksten in de weg zitten. 

Zelfs voor al te frivole melodieën is nauwelijks plaats: Wende praatzingt haar album vol. Ze schakelde een legertje hulptroepen in, voornamelijk uit de literaire wereld. Uiteindelijk belandden er drie liedteksten van Dimitri Verhulst op het album en eentje van Joost Zwagerman. Wende herinnerde zich dat ze van die laatste nog ergens een tekst had liggen toen ze het nieuws over zijn overlijden hoorde. Afgezet tegen de rest is ‘Voor Alles’ eenvoudig te verteren, het is feitelijk niet meer dan een opsomming van angsten. De clou: ik ben overal bang voor, behalve voor jou. Ja, ook de dood komt voorbij: ‘[ik ben bang] voor doodgaan, [...] voor dood zijn misschien iets minder’.

Wende Snijders © Robin de Puy

Ook andere grote thema’s passeren de revue: liefde, eenzaamheid, familie, vriendschap. Het prachtige ‘Schone Handen’ is wat dat betreft een buitenbeentje. Wende beschrijft haar worsteling met de niet aflatende nieuwsstroom: hoe kun je onbezorgd leven als het lijden in de wereld je voortdurend onder de neus wordt gewreven? ‘Ik zit gebeiteld in dit paradijs / toch ben ik gierig in mijn dankbaarheid.’ 

De invloed van Typhoon, met wie Wende afgelopen jaren veelvuldig samenwerkte, is onmiskenbaar. De rijmschema’s, de timing, de woordkeuze; ze moet de rapper goed hebben bestudeerd. De grap is dat ze tegelijkertijd aan Brel doet denken. Het Franstalige chanson en de Nederlandse hiphop hebben meer met elkaar gemeen dan je verwacht. 

Kom je er als luisteraar uiteindelijk achter wat is het om mens te zijn? Zo goed en kwaad als dat gaat. Niets is enkel mooi of lelijk. Dansen moeten we, maar alleen omdat niemand weet wat de volgende dag ons brengt. ‘Alles wordt rot, dus wij zeker / maar vrolijk kun je ook vergaan.’ (Klaas Knooihuizen)

Duffe titel, maar: diversiteit!

KLASSIEK
Sheku Kanneh-Mason

Inspiration (Decca)

★★★★☆

Diversiteit. Bij de podiumkunsten en de film is dat hét nieuwe aandachtspunt. En geheel terecht. In de witte wereld van de klassieke muziek, qua leidinggevende functies nog steeds gedomineerd door blanke mannen, is men op zoek naar musici die niet alleen een voorbeeldfunctie kunnen vervullen (zoals ooit de zwarte alt Marian Anderson), maar die ook nieuwe bevolkingsgroepen naar de concertzaal kunnen lokken (zoals de latino-maestro Gustavo Dudamel). Qua diversiteit kan de nieuwe cd ‘Inspiration’ (toegegeven, een wat duffe titel­­) dan ook haast niet beter. De jonge zwarte cellist Sheku Kanneh-Mason speelt daarop onder andere het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj waarin hij begeleid wordt door het City of Birmingham Symphony Orchestra (CBSO) waar Mirga Gražinyté-Tyla sinds kort de scepter zwaait. Sheku en Mirga, de Britse cellist en de Litouwse dirigente, vinden samen het sarcasme in Sjostakovitsj en de melancholie in Offenbachs ‘Les larmes de Jacqueline’. Met de cellisten van het CBSO speelt Sheku leuke bewerkingen van Saint-Saëns en Casals. En alleen gooit hij zich in zijn eigen bewerking van Bob Marleys ‘No Woman, No Cry’, als was het een solo-suite van Bach. Dan volgt tot slot in strijkkwartetvorm nog ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen. Ook wat dat betreft diversiteit dus. (Peter van der Lint

Editors verrassen geen moment meer 

POP

Editors

Violence (PIAS)

★★

 Euforie! Kablamma! Daar komen de vlammenwerpers! Je ziet de bijbehorende liveshow van de nieuwe Editors direct voor je, bij deze zesde langspeler van de zwaarmoedige postpunkers uit Birmingham, ondertussen uitgegroeid tot gelikte stadionband.

Gingen ze op hun vorige ‘In Dream’ nog op de elektronische toer, nu herwinnen de gitaren terrein. Opzwepend, dat lekker uitgebouwde einde van titelnummer ‘Violence’. En het is smullen van die overstuurde puinhoop, aangericht door producer Blanck Mass, bij ‘Hallelujah’. 

Dat is dé knaller van dit album, waarbij de festivalweide straks massaal de armen omhoog gooit, synchroon met genoemde vlammenwerpers. Het is zo’n nummer waarvan Editors er op elke plaat wel eentje heeft, zo’n nummer dat de band tot zo’n graag geziene festivalact maakt. Je weet precies wat je aan ze hebt.

Alleen dat is nu precies het probleem. Editors is inmiddels zo oorspronkelijk als een Hallmark-ansichtkaart. De band is zijn eigen sjabloon geworden. En ontstijgt dat eigenlijk alleen bij het breekbare pianonummer ‘No Sound But the Wind’. Erg mooi, vooral na al dat geweld. Hier krijgt die donkere stem van Tom Smith alle ruimte, die nog altijd onweerstaanbaar is. Troostrijk, behaaglijk. Krachtig als een opstekende herfststorm. 

Maar verder kun je het allemaal uittekenen: dat feelgood-deuntje ‘Darkness at the Door’; het schaamteloos recyclen van eigen werk tijdens ‘Violence’; zo’n vergeetbaar ‘Counting Spooks’ of het passend getitelde ‘Nothingness’. De nieuwe Editors heeft z’n momenten, maar op geen enkele zul je verrast opveren. (Joris Belgers)

Drie sterren voor een onopvallende ster
 

JAZZ 

Gogo Penguin

A Humdrum Star

(Blue Note)

Een ster die wel straalt, maar niet erg opvalt. Zo zou je cd-titel kunnen vertalen waarbij je dan meteen het ongemakkelijke gevoel bekruipt dat je tegelijk ook de muziek beschreven hebt.

Muzikaal gezien gaan de drie Britten van Gogo Penguin verder­­ op de ingeslagen weg. Waarom zouden ze de koers ook verleggen? In de kortste tijd is het trio immers uitgegroeid tot een populaire act die nu zelfs bij het beroemde Blue Note-label is binnengelaten. Dat succes is Gogo Penguin ook gegund. Hun mix van jazz met pop en dance is fris. Koppel daaraan hun oprechte enthousiasme, toegankelijke, pakkende melodieën en aanstekelijke dynamiek en je snapt waarom een steeds groter publiek zich daarvoor gewonnen geeft. Het is muziek waaraan niets wringt, precies dat is ook de achilleshiel ervan en de band zelf lijkt zich daarvan intussen bewust.

Die opmerkelijke titel klinkt al als een geheugensteun, want wie wil er nou een saaie ster? Een enkel nummer geeft ook duidelijk de intentie prijs meer diepgang en gelaagdheid aan te brengen. Dat is beslist lovens­waardig, al gebeurt het nog niet genoeg. (Mischa Andriessen


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel