Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CD's op vrijdag, met Anouk in het Nederlands

Cultuur

Redactie

Recensie

De meest bijzondere cd deze week is de terugkeer van Anouk, in het Nederlands, welteverstaan - wen d'r maar aan. Verder luisterde de muziekredactie met plezier naar de nieuwe My Baby; naar Bach uit de vingers van de IJslandse pianist Víkingur Ólafsson; een opera van Salieri onder leiding van Rousset en de introspectieve jazz van Shai Maestro.

POP
Anouk
Wen D'r Maar Aan
(Goldilox / Universal)
☆☆

Lees verder na de advertentie

Groot nieuws: voor het eerst in haar twintigjarige carrière zingt 's lands bekendste zangeres in haar eigen taal. Helemaal nieuw is dat trouwens niet: u herinnert zich vast nog Anouks drie jaar oude single 'Dominique'. Dat begon als grap, ze schreef het nummer voor haar jarige vriend. Het kon echter op zo veel enthousiasme rekenen dat Anouk dacht, ik maak een heel album in het Nederlands. En het is beslist prijzenswaardig hoe de zangeres zich na al die tijd met zo'n simpel foefje weet uit te dagen en te vernieuwen.

Want wat taal al niet vermag. Het maakt namelijk wel degelijk verschil dat de Haagse voor het eerst voor haar moerstaal kiest. In zangstijl, in gevoel, in boodschap. Een barrière is weggenomen: de nummers in het Nederlands komen een stuk feller binnen dan voorheen. En dat nog wel bij Anouk, toch al niet iemand die een blad voor de mond nam.

Wel had ze meer moeite met het vinden van de juiste woorden dan anders, zegt ze in het begeleidende persbericht. Dan weer was het 'te netjes', dan weer 'te poëtisch' - de uitdaging was hier een middenweg te vinden. Gevonden. Want de eigen taal geeft haar hoorbaar meer vrijheid: dat prachtige werkwoord 'kroelen', of het neologisme 'jij waardeloze tjappie': kom daar maar eens om, in het Engels. Aan de andere kant is op momenten duidelijk te horen dat het schrijven van Engelse teksten ingebakken zit, door lelijke anglicismen als "volg ik jou / waar je gaat".

Dat komt van het overigens prachtige 'Ik Mis Je', waarin ze bij het refrein sterk haar kopstem inzet. Het is één van de hoogtepunten van deze scheutig gearrangeerde plaat - soms iets te scheutig, met die overdaad aan strijkers en blazers. Anouk waagt zich even aan Basseyesque jazzpop ('Liefde Kent Geen Haat'), maar het zijn vooral smekende ballades als 'Red Mij' die de toon zetten.

Daarmee is het een gemiste kans dat er niet meer van die frisse, fruitige popliedjes als albumafsluiter 'Dominique' zijn gemaakt. Want al die melancholie, ingegeven door verbroken relaties, gemis en depressie maakt dit album tot een weinig vrolijke boel. Zelfs de ode aan de lente krijgt iets herfstigs, ook al zingt ze, 'ik voel, de kou is voorbij / ik heb zo lang op jou gewacht'. Zo tegen het einde, met het zijige 'Zwart is de lucht' en 'Lawaai', weten we het wel.

Want ook in het Nederlands is Anouk op haar best als ze zich kwaad maakt, zoals in het duidelijke 'Het is klaar'. "Ik heb het met jouw rotkop gehad", schreeuwt ze het steeds harder uit op het zwierende nummer, waarbij het oer-Hollandse levenslied eventjes om de hoek kijkt.

Het knappe van 'Wen d'r maar aan' is dat de zangeres het over een andere boeg gooit, maar toch trouw blijft aan haar eigen stiel. Ze ontwijkt knap de valkuil van het kleinkunstige, altijd een risico bij het Nederlandstalige lied. Dit experiment is beslist voor herhaling vatbaar. En dat zou goed kunnen gebeuren, als de albumtitel enige indicatie mag zijn. (Joris Belgers) 

KLASSIEK
Víkingur Ólafsson
J.S. Bach
(Deutsche Grammophon)
★★★★


Nadat hij in 2008 zijn studie in New York had afgerond verhuisde de IJslandse pianist Víkingur Ólafsson (1984) naar Engeland. Zijn agenda was leeg, evenals zijn Engelse adressenbestand. Een bevrijding: tijd en ruimte beheersten zijn leven, en Ólafsson stortte zich op Bach. De componist werd zijn leraar, in de geest. Bach is niet de enige in zijn bestaan, Ólafsson speelt veel hedendaagse muziek en leidt het Zweedse muziekfestival Vinterfest. Op zijn cv prijken inmiddels twee Bachopnames, waarvan de recentste een album voor Deutsche Grammophon.

Naar eigen smaak en inzicht ordende Ólafsson een reeks composities, al dan niet bewerkingen. Ólafsson is een hip en intelligent speler. Hij schudt de muziek uit zijn mouw, en zelfverzekerd ook. Althans, zo klinkt het, daar gingen natuurlijk bloed, zweet en tranen aan vooraf. Soms lijkt Ólafsson op een Bachwolk te zitten en de grond nergens te raken. Puntje van kritiek: Bach is hemels, maar allerminst 'light'. Zijn transparante en tedere aanslag zorgt op andere momenten voor een diepgravende Bachlezing. Je kunt er veel van vinden, maar goed is goed. (Frederike Berntsen)

POP
My Baby
Mounaiki - By the bright of the night
(Prehistoric Rhythm)
★★★★

'My Baby loves voodoo', 'Prehistoric rhythm', 'Shamanaid'. Bekijk de titels van de voorgangers van 'Mounaiki' en je weet waar je het moet zoeken: ver weg in plaats en tijd. Als je bedenkt dat zus en broer Van Dijck op Marken opgroeiden, is dat in het licht van de discussies over culturele toe-eigening op zijn best onhandig en op zijn slechtst aanstootgevend. Toch komt My Baby ook op dit vierde album eenvoudig weg met haar opzichtige flirts met traditionele culturen en vervlogen tijden. 

Deels omdat haar leden zo ontzettend muzikaal zijn, maar in de eerste plaats omdat zij zich er volledig aan overgeven. Dat ze een heel album bouwden rond een zelf verzonnen muze klinkt misschien vergezocht, maar ze hebben hun mystieke inspiratiebronnen niet verkaaskopt. De bezwerende ritmes, de elektrische saz, de verwijzingen naar het bovennatuurlijke: het voelt nooit bedacht, dit is muziek uit het hart. Hoewel 'In the club' en het titelnummer het op de dansvloer uitstekend zouden doen, laat de band de verslavende grooves van hun liveshows goeddeels achterwege. In de huiskamer is My Baby nadrukkelijk een andere band dan op het podium. Een bedaarde band, die elk detail de aandacht geeft die het verdient. Alleen het eindstation - complete vervoering - is hetzelfde. (Klaas Knooihuizen

OPERA 
Christophe Rousset
Salieri 'Les Horaces' (Aparte)
★★★★

De opera 'Les Horaces' van Antonio Salieri beleefde in november 1786 zijn première in Parijs. Een half jaar eerder zag in Wenen 'Le nozze di Figaro' van zijn rivaal Mozart het levenslicht. Twee opera's, twee werelden. De oorspronkelijke en geniale buiteling van Mozart contrasteert heftig met de klassieke grandeur van Salieri.

Christophe Rousset, die zich eerder over de Franse opera in dit tijdsgewricht heeft gebogen, houdt evenwel een vurig pleidooi voor deze ietwat verguisde componist. Salieri baseerde zich op een tragedie van Corneille over de strijd tussen de twee drielingen van de families Horatii (uit Rome) en Curiatii (uit Alba Longa) in het Romeinse rijk. Het beroemde, gigantische Louvre-schilderij 'De eed van de Horatii' van David (twee jaar vóór de opera geschilderd) geeft precies de neoklassieke stijl weer die uit de muziek spreekt. Vreemd dat dit schilderij de hoes niet siert.

Rousset en zijn Les Talens Lyriques halen het maximale uit de ietwat eenvormige partituur. Veel recitatief en relatief weinig aria-achtige passages. Wie zich aan deze stijl overgeeft, ontdekt echter veel moois. Vooral dankzij de prachtige en nobele bijdragen van Judith van Wanroij als de onfortuinlijke Camille. (Peter van der Lint

JAZZ
Shai Maestro
The Dream Thief
(ECM Records)
★★☆☆

Elke noot is er een. Dat lijkt een open deur, maar voor menig musicus zijn sommige genoten gelijker dan anderen en niet zelden hoort de luisteraar een deel van de gespeelde noten nauwelijks. De jonge, Israëlische pianist Shai Maestro is gezegend met een zuiver toucher dat zelfs de zachtste toon nog vol tot zijn recht laat komen. Nu hij zijn vijfde album en het eerste voor het monumentale ECM heeft opgenomen, doet deze kwaliteit zich nog meer gelden. 

Maestro heeft inmiddels begrepen dat technische hoogstandjes de meeste indruk maken wanneer ze gedoseerd worden ingezet en schijnbaar uit het niets komen. Op het vaak ingehouden en introspectieve 'The Dream Thief' zijn er meerdere van zulke sprankelende momenten waarop Maestro, bassist Jorge Roeder en drummer Ofri Nehemya plotseling de geest krijgen, het vuur hoog oplaait, om dan bij wijze van tweede verrassing in een fractie van een tel terug te keren tot de initiële kalmte. Wel blijft het zoeken naar de balans. Een enkel stuk blijft wat vlak. Niettemin is het samenspel van het trio soms op het telepathische af. (Mischa Andriessen

Shai Maestro speelt vanavond in Den Haag, op 17 november Tilburg en op 22 november in Amsterdam.

Deel dit artikel