Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CD's op vrijdag: Florence, Soulwax en een jonge Bruckner

Cultuur

Joris Belgers

cd-recensies

Florence + The Machine: over lijden gesproken 

Lees verder na de advertentie

POP

Florence + The Machine
High as hope (Universal)
★★★☆☆

Drie jaar na haar breakup-album ‘How big, how blue, how beautiful’ wilde Florence Welch een positieve plaat maken. Dat viel niet mee. 

Over geluk schrijven vindt ze lastig, zingt ze in het afsluitende ‘No choir’. Ze noemt het een weinig enerverend onderwerp. Belangrijker is wat volgt: de aanzwellende koren waar ze zich graag van bedient, zouden nogal misplaatst zijn. De liedjes zouden volledig vergeten worden. 

© EPA

Ziedaar de poëtica van de Britse zangeres. Haar muziek draait om pathos en het grote gebaar. Ingetogen is ze alleen voor het contrast; het moet de uitbarstingen des te overweldigender maken. Hoe ze die discrepantie het hoofd biedt? Door de term ‘positief’ met een korreltje zout te nemen. Al in de eerste zin van het eerste nummer barst ze in tranen uit. Niet veel later galmt het koor. Wat dat betreft is er sinds haar debuut uit 2009 weinig veranderd. 

Inhoudelijk heeft ze een grote stap gezet. Welch, inmiddels 32 jaar oud, is niet meer altijd het lijdend voorwerp in haar eigen teksten. In plaats daarvan reflecteert ze op haar lijden. Ze stelt zich daarmee boven haar luisteraars. Niet langer is ze lotgenoot, ze werpt zich op als gids. 

In ‘Hunger’ vertelt ze hoe ze als zeventienjarige ophield te eten. ‘Ik dacht dat liefde een soort leegte was / nu snapte ik de honger die ik voelde tenminste / en hoefde ik het niet langer eenzaamheid te noemen.’

In het refrein trekt ze haar persoonlijke ervaring breder (‘We all have a hunger’), om haar fans vervolgens een hart onder de riem te steken. Met swingende gospelkoortjes en (dus) hartstikke vrolijk én memorabel. Wie zei ook alweer dat zoiets niet kon? 

In ‘Big God’ horen we de oude Florence. Het gaat over ghosting: het fenomeen­­ dat een date of geliefde ineens niets meer laat horen, in de onterechte veronderstelling dat die strategie bij de ander minder pijn doet dan een uitgesproken einde. ‘Jesus Christ, Jesus Christ, it hurts.’

Over lijden gesproken. Hier is de orkestratie voor het eerst adembenemend mooi, subtiel maar groots tegelijk­­, met een grandeur waar Shirley Bassey jaloers op mag zijn. Daar ontbreekt het, net als op vorige albums, te vaak aan. Welch lijkt van mening dat het goed zit zolang ze alle registers opentrekt. En áls ze het dan een keer klein houdt, zoals in ‘Sky full of song’, blijft ze tot vervelends toe hangen in hetzelfde idee. Haar cv wordt volgend jaar uitgebreid met concerten in Rotterdam en Antwerpen. Misschien is het een goed idee om daar een cursus doseren aan toe te voegen. (Klaas Knooihuizen

Soulwax maakt meest essentiële plaat van dit jaar 

POP/DANCE

Soulwax
Essential (DEEWEE/PIAS)
★★★★☆

‘Hoi, de BBC hier, hebben jullie misschien zin om voor ons een Essential Mix te maken?’, zo klonk het in Gent door de telefoon. Tuurlijk joh, dachten de gebroeders DeWaele. Doen we. Maar dan wel op onze manier. Bestaande muziek aan elkaar mixen? Nah, saai.

In plaats daarvan grepen de twee Vlaamse creatievelingen achter Soulwax/Too Many DJ’s de uitnodiging van de Britse omroep aan om een uur aan nieuwe muziek te maken. Ze sloten zich twee weken lang op in hun befaamde Studio DeeWee met enkel het woordje ‘Essential’ als uitgangspunt. Vandaar de titel van de plaat, vandaar de tracks ‘Essential One’ tot ‘Essential Twelve’.

En het gekke is: deze lollige aanleiding heeft een fascinerend serieus resultaat. Muzikaal liggen de twaalf nummers tracks in het verlengde van hun ‘From Deewee’, de eerste Soulwax-plaat in twaalf jaar.

Het zijn aaibare housetracks, electropunk, veel percussie op warme, haast akoestische leest geschoeid. Ergens tussen Kraftwerk en LCD Soundsystem in. Maar dan abstracter en veelal gestript van melodielijnen.

Hoe zit Essential daar dan in  verwerkt? Nou, gewoon, als de spelling ervan (‘Six’); als mantra boven een compleet uit elkaar getrokken beat (‘One’); als gezongen tekst (‘Four’) of als opgelezen synoniemenlijst (‘Eleven’) boven een kale klikbeat.

Het project is een sonisch experiment en zo klinkt het ook. Zeker bij de laatste tracks lijkt de inspiratie wat weggeëbd en verliest Soulwax zich in hun speurtocht naar interessante geluidjes. Maar zeker de eerste helft tonen de gebroeders zich fenomenale ongedwongen beatmakers. (Joris Belgers)   

Ook de jónge Bruckner kon componeren 

KLASSIEK

RIAS Kammerchor
Bruckner Missa Solemnis (Accentus) 
★★★★☆

In de crypte van de abdijkerk van het Oostenrijkse dorp Sankt Florian bezoeken jaarlijks duizenden muziekliefhebbers het graf van Anton Bruckner. Hij werd op zijn twaalfde in die abdijkerk ondergebracht, nadat­­ zijn vader plots overleed. Hij leerde in het Augustijner klooster zingen, orgelspelen en componeren. 

Het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik © Accentus

Composities uit die tijd werden door Bruckner-specialisten afgedaan als oninteressante vingeroefeningen. Je hoort ze nooit. Dat dat niet terecht is bewijst een cd waarop de Missa Solemnis uit 1854 is opgenomen en voorzien van de historische context rondom de eerste uitvoering ervan in St. Florian. Bruckner-expert Benjamin-Gunnar Cohrs (ook de drijvende kracht achter de voltooiing van Bruckners Negende symfonie) vond het Graduale, het Offertorium en het Te Deum terug, die in 1854 tussen de misdelen van Bruckner werden gezongen. Muziek van Führer, Eybler en Gänsbacher. 

We hebben dus niet alleen een voorbeeldige uitvoerig, maar ook nog eens een historisch document. De haydneske Bruckner van vóór de symfonieën moet zijn draai nog vinden, maar is het aanhoren meer dan waard. Zeker in de modeluitvoering van het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik onder leiding van Lukasz Borowicz. Een mooie verrassing, deze cd. (Peter van der Lint)

Ze botsen niet, maar staan haaks op elkaar 

JAZZ 

Sly & Robbie meet Nils Petter Molvær feat. Eivind Aarset en Vladislav Delay
Nordub (Okeh)
★★★

Een ontmoeting tussen Sly Dunbar en Robbie Shakespeare, het vermaardste ritmeduo uit de reggae en de dub, en de Noorse trendsettende jazztrompettist Nils Petter Molvær? De eerste gedachte is: logisch dat die samenwerken, in hun carrières hebben ze telkens kaders doorbroken en opnieuw gedefinieerd. De tweede gedachte is terughoudender. Accordeert dat wel? Die ruimtelijke, peinzende muziek van de Noorse Molvær met de warmbloedige en opwekkende ritmes van de wereldberoemde Jamaicanen?

Na talloze keren luisteren, blijven beide gedachten onverminderd van kracht. De motivatie achter deze samenwerking is oprecht en geenszins opportunistisch. In de elf tracks zijn ook meer dan genoeg momenten aan te wijzen dat het werkt.

Toch lijken de uiteenlopende temperamenten niet zozeer te botsen, maar soms haaks op elkaar te staan. De vrolijke basloopjes van Robbie en Molværs langgerekte noten op de trompet die altijd iets vluchtigs hebben, er altijd ietwat tegen hun wil lijken te zijn.

Het blijft moeilijk met elkaar te rijmen, maar misschien is de verrassing die niet wegebt juist ‘Nordubs’ grootste kracht. (Mischa Andriessen

Kapelmeester van de ruimte is complex maar nooit ontoegankelijk

KLASSIEK 

Kamerkoor Am­semble
Daan Manneke: Car ta voix est douce (Donemus) 
★★★★☆

‘Een doorlopend archipelconcert’, zo noemt componist Daan Manneke zelf de cd met een selectie van zijn eigen religieuze koorwerken. Hij bedoelt daarmee dat de composities inconsistente vormen en stijlen hebben, als een grillige eilandengroep. Deze prachtige cd komt ondanks die versplintering beslist als een eenheid op de luisteraar over.

Dat is behalve aan de ijzersterke composities zeker ook te danken aan het Kamerkoor Amsemble dat onder leiding van Benjamin Bakker voor fraaie opnamen heeft gezorgd. Mannekes idioom is intens expressief, qua harmonieën en structuren complex, maar nooit ontoegankelijk. Dat geld in het bijzonder voor de gloednieuwe Psaume 19, waarin dirigent Bakker indrukwekkend soleert als bariton.

Bijzonder in dit werk, net als in de Motetten op teksten uit het Hooglied, is dat er een solistische rol is weggelegd voor een instrument dat zelden in koormuziek wordt gebruikt: de accordeon, briljant bespeeld door Vincent van Amsterdam. Deze bekende accordeonist is tevens te beluisteren in sfeervolle solowerken van Manneke. Minpunten van deze cd zijn de minimalistische lay-out (piepkleine letters), het povere art-work en het ontbreken van de liedteksten. (Christo Lelie)

Deel dit artikel