Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bregje Hofstede: ‘Ik ben geen leuk mens als ik over mijn relatiebreuk schrijf. Maar so be it’

Cultuur

Sander Becker

Bregje Hofstede © Maartje Geels
Interview

Drie jaar lang liep schrijfster Bregje Hofstede er met een boog omheen, maar er viel niet aan te ontkomen: de breuk met haar grote liefde. ‘Ik ben geen leuk mens als ik erover schrijf’, dacht ze. ‘Maar so be it.’

Hun liefde begint fijn en intens, maar sluipenderwijs gaat het mis. Zij lijdt eronder dat hij nauwelijks doorheeft hoe ze zich voortdurend schikt naar zijn miniemste wensen. Hij wordt op zijn beurt jaloers en argwanend als blijkt dat zij wel eens fantaseert over andere mannen. Zij gaat zich vervolgens meer en meer ergeren aan zijn eeuwige afwachtendheid. Het wederzijdse wantrouwen krijgt de overhand en er volgen bittere ruzies vol verwijten. Op den duur zitten er zoveel breuklijnen in hun relatie dat er weinig meer valt te lijmen.

Lees verder na de advertentie

Plat samengevat is deze relatiebreuk een verhaal uit duizenden. Maar als zo’n drama je overkomt, grijpt het je geweldig aan, weet Bregje Hofstede (30) uit ervaring. Ze schreef er een scherpe roman over, ‘Drift’, verrijkt met beeldspraak en symboliek, en vol sprongen in de tijd, waardoor het verhaal grote diepte krijgt.

Jeugdliefde

“Ik was zeventien toen ik mijn jeugdliefde leerde kennen”, vertelt Hofstede in haar zonnige bovenwoning in Amsterdam. “Ik was nog een kind. Toen het bijna tien jaar later uitging, was ik volwassen en gedebuteerd.”

De relatie, bezegeld met een huwelijk, was een cruciaal deel van haar leven geweest. Een onderwerp bij uitstek voor een boek. Maar ze kon het niet maken om over het einde te schrijven, vond ze. “Het wás al zo pijnlijk, en dan zou ik ook nog mijn eenzijdige verhaal gaan vertellen. Dat leek me onkies.”

Daarom probeerde Hofstede aanvankelijk te schrijven over iets anders. Ze voltooide de roman ‘Het aanzien van Emma’, over een vrouw die door een ongeluk verminkt raakt in haar gezicht. Maar het bleef een ‘doods verhaal’ dat integraal in de prullenbak belandde. Daarna volgde het boek ‘De Welp’, losjes gebaseerd op haar eigen kindertijd. Dat was al beter, maar nog steeds niet wat ze diep van binnen wilde schrijven.

Ik ben zelf in elk geval blij dat ik verder geen schrijvers in de familie heb. Hypocriet hè?

Pas na lang aarzelen waagde Hofstede zich aan het verboden verhaal. “Het bleef zich opdringen”, verklaart ze. “Na drie jaar heb ik mijn scrupules overboord gezet. Ik ben geen leuk mens als ik het doe, dacht ik, maar so be it. Daarna heb ik het in een zucht opgeschreven – een bevrijding.” Het leverde een liefdevol en tegelijk genadeloos relaas op.

Waarachtigheid

Behalve voor het overwinnen van haar wroeging was de lange aanloop ook nodig voor het vinden van de juiste stem. Die is persoonlijker dan in haar debuutroman, zonder opsmuk, zoals in haar dagboeken en brieven. De schrijfster spreekt van haar ‘mascaraloze stem’. “Ik heb gemerkt dat je een zekere naaktheid en compromisloosheid moet toelaten om waarachtigheid te creëren. Dat is eng, want het kan pijn doen. Maar als je jezelf buiten schot houdt, wordt het een laffe bende.”

De roman begint als de hoofdpersoon, ook Bregje Hofstede geheten, bij haar vriend Luc wegloopt. Ze vertrekt – net als in het echt – met een rugzak vol dagboeken, de weerslag van hun relatie. Het verhaal is opgebouwd uit terugblikken, dagboekfragmenten en bespiegelingen over de vraag of de relatie nog valt te redden. Ook delen van het eerder verworpen boek ‘De Welp’ zijn er inventief in verwerkt, namelijk als debuutroman van het personage Hofstede.

Autofictie

Autobiografisch noemt de schrijfster haar roman niet. Het is eerder autofictie: het verhaal heeft in grote lijnen echt plaatsgevonden, maar is in het boek vervormd en literair verrijkt. “Wat fictie zo waardevol maakt”, zegt Hofstede, “is dat het je in staat stelt om een waarheid te laten zien die je niet zou durven tonen als het non-fictie was. Fictie is geen manier van liegen, maar juist een manier om onder een vermomming een diepere waarheid aan het licht te brengen, een mythe, iets wat voor iedereen herkenbaar is.”

Hofstede heeft haar ex in de roman een andere naam gegeven, maar wat vond de echte ‘Luc’ eigenlijk van het boek? Hoe was het voor hem om zijn kwetsbaarheid terug te zien, zoals in de passage waarin Lucs piemel bij het vrijen dubbelklapt waarna er voor altijd een breuklijntje – hoe symbolisch –voelbaar blijft? Die vraag wil Hofstede alleen in algemene termen beantwoorden. “Ik heb intimi de kans gegeven om het boek te lezen”, zegt ze. “Sommige van hen hebben dat gedaan, zodat ik details kon aanpassen die te dichtbij kwamen.” Het boek is zonder conflict verschenen, verzekert ze. “Daar ben ik blij om. Ik heb de intentie gehad om een liefdevolle roman te schrijven, geen wraakboek waarin ik mijn gelijk probeer te halen.”

Kapot geschreven

De schrijfster besteedt veel aandacht aan het spel tussen werkelijkheid en fictie, met taal als quasi-onschuldige intermediair. Ze laat in detail zien hoe haar schrijven het ‘echte leven’ beïnvloedt. Als de hoofdpersoon aantekeningen maakt in haar dagboek, voelt Luc zich bijvoorbeeld buitengesloten; daar ontstaat de eerste verwijdering al. Hofstede’s selectieve geheugen tijdens het schrijven vergroot de kloof verder, net als de woordkeuze waarmee ze het verleden op haar manier inkleurt. En wanneer Luc de confronterende tekst ten slotte onder ogen krijgt, heeft dat al helemaal een drastisch effect.

Heeft de hoofdpersoon haar relatie misschien eigenhandig kapot geschreven met haar obsessieve gekalk in het dagboek? “Het schrijven is inderdaad een bom geweest onder de liefde”, beaamt ze. “Het is een vorm van mummificeren: je wilt alles vastleggen terwijl het nog gaande is. Dat werkt verstikkend. Het is voor een partner moeilijk om onder zo’n stolp te leven. De schrijversblik is bijna een derde persoon in de relatie, een spelbreker.”

Hoe liefdevol ze haar roman ook bedoeld heeft, schrijven blijft een ‘agressieve daad’, beseft ze. “Ik denk dat er weinig mensen zijn die denken: ‘Had ik maar een schrijver in de familie’, of ‘Was mijn ex maar een schrijver’. Ik ben zelf in elk geval blij dat ik verder geen schrijvers in de familie heb. Hypocriet hè?”

Bregje Hofstede, ‘Drift’, uitgever Das Mag, 400 blz., € 22,99 © -

Lees ook: Eerst bén je gewoon een lichaam, als baby en als klein kind, zo constateert Bregje Hofstede, later héb je een lichaam. 

Deel dit artikel

Ik ben zelf in elk geval blij dat ik verder geen schrijvers in de familie heb. Hypocriet hè?