Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Boek van de week: Mooie woede in Fallen Leaves

Cultuur

Rob Schouten

L.H. Wiener. Foto: Mark Kohn.
Recensie

L.H. Wieners brieven zitten vol boosheid, maar ook vol ironie; oprechtheid en pose ineen.

Briefschrijvende literatoren zijn vaak vurige geesten, die van iets af moeten en dat doen door een collega aan te schrijven of zich tegenover anderen op te winden over de maatschappij. Zo eentje is ook L.H. Wiener, de eigenzinnige schrijver uit Zandvoort/Haarlem, die het in zijn boeken maar ook in zijn brieven vaak lijkt te willen opnemen tegen de rest van de wereld. Dat zijn de leukste correspondenten, die hun wrok weten vorm te geven in prachtige zinnen waarmee ze de ontvanger bestoken of ook wel eens proberen te paaien. De dikke 500 pagina's brieven die Wiener in ‘Fallen Leaves’ op ons afstuurt zijn wat dat betreft een mer à boire; je hebt na afloop zin direct zelf de pen ter hand te nemen.

Lees verder na de advertentie

Hij schrijft ze aan vriend en vijand, al is dat onderscheid bij hem niet altijd even duidelijk; hij beweert ergens vijanden onder zijn beste vrienden te hebben.

Je hebt na afloop zin om direct zelf de pen ter hand te nemen

Maar goed, A.L. Snijders, auteur van ultra-korte verhalen maar kennelijk ook van talloze brieven (die we helaas niet te zien krijgen), is wel een echte vriend, evenals R.A. Basart - samen met Jeroen Brouwers de meest aangeschreven penpals in deze correspondentie. Maar er zitten ook vertoornde brieven tussen, aan gehate buren en collega’s, aan instanties die hem dwarszitten en aan in ongenade gevallen kennissen. In een van die epistels schrijft Wiener “Ik wil nog een hele poos tegenstribbelen en mopperen”. Ik hoop het. Verongelijktheid is een goed geoliede literaire motor. Inmiddels heeft hij prijzen gehad en zelfs een ridderorde, maar ik vermoed en verwacht dat dat hem niet volledig zal kalmeren.

Eigenwaan

In een van zijn vroegste brieven (aan jeugdvriend Basart, met wie hij overigens ook langdurig gebrouilleerd was) beschrijft hij een soort wensdroom over een tentamen (Engels) dat hij tegenover zijn examinatoren moet afleggen: “De heren worden krankzinnig van mijn eigenwaan. Hun vragen worden moeilijker en moeilijker; maar ik weet alles. Ik word onbeschofter, daag ze uit. Ze willen me kraken, beginnen met strikvragen, maar ik geef ogenblikkelijk strikantwoorden. Ze raken ziedend, ik moet zakken.”

Het geeft een aardig inkijkje in het temperament en de gestemdheid van Wiener, geharnast schrijver, lastpak, querulant soms. Maar hij verpakt het allemaal zo mooi dat je hem niet alleen vergeeft maar ook met hem instemt, zelfs als hij onschuldige buren aan de overkant schoffeert aangaande een boom in zijn tuin die hun overlast bezorgt. Overigens is ook de andere kant vertegenwoordigd in deze brieven: hij heeft bij tijd en wijle de nodige zelfkritiek en als hij iemand hoog heeft zitten krijgt die ook werkelijk alle lof.

Hij loopt zich zelfs het vuur uit de sloffen om Jeroen Brouwers een eredoctoraat te bezorgen. Evenals zijn misprijzen is zijn vermogen tot bewondering mateloos.

Je bent soms geneigd er vooral de boosheid in te zien maar ze zitten toch ook vol ironie, het is oprechtheid en pose ineen

Maar het is eigenlijk niet de inhoud van de brieven waar het hier om gaat, het is de taal waarin ze vervat zijn, de geestigheid ook van het oordeel, zoals in deze brief aan Joost Zwagerman: “Waar het om gaat is dat ik uw essayistisch werk wel degelijk waardeer, al heeft het iets gezochts en schurkends. Nergens heb ik tot nu toe iets ontdekt dat u zelf heeft bedacht. Dat geeft niet want uw stijl is goed. Al raad ik u aan woorden als ‘taakstelling’ en het voortdurende ‘munten’ te vermijden. Taakstelling is De Hoop Scheffer en munten is Engels.” Hij is ook wel eens flauw trouwens, ‘Tel uit je verlies’, ‘Ik zal er mijn nadeel mee doen’.

Dubbelzinnig 

Een terugkerend thema in zijn brieven is de vrouw. Dit schrijft hij aan zijn goede vriendin Erna over dat mysterieuze wezen dat hem voortdurend begoochelt maar ook weer in de steek laat: “Dat ik aan een ernstige vorm van misogynie lijd is waar, maar laten we de zaak wel even helder stellen, ja: dat komt niet door mij, maar door de vrouw zelve. Godallemachtig, wat ik voor die wezens al niet heb over gehad, hoe ik niet mijn best heb gedaan om ze als volwaardige wezens te zien.”

Zoiets verraadt ook direct het dubbelzinnige in Wieners brieven: je bent soms geneigd er vooral de boosheid in te zien maar ze zitten toch ook vol ironie, het is oprechtheid en pose ineen.

Een ander favoriet onderwerp in dit boek, dat zich ook als een autobiografie laat lezen, is de verloedering in het onderwijs (Wiener was leraar Engels), de verschrikking van het ‘studiehuis’ en ander pedagogisch leed. Er valt denk ik onderhand een fikse literaire bloemlezing samen te stellen over deze problematiek, met schrijvers als Wiener, Robert Anker, Ed Leeflang, R.A. Basart op de bres.

Van dezen is Wiener ongetwijfeld de meest welbespraakte hater. Terwijl hij toch ook, uit angst voor armoede, leraar werd en nooit voluit voor het schrijverschap koos. Maar ach, zonder de wereld van knechting en betweters zou Wieners mooie woede en frustratie ook helemaal niet gevoed worden. Het is zijn onmisbare vijand, een vijand te midden van vele andere tegenstanders, die hij in deze briefwisseling te vuur en te zwaard bestrijdt en zo nu en dan een aai over de bol geeft.

L. H. Wiener
Fallen Leaves
Atlas Contact; 560 blz. € 29,99
Oordeel: Wiener toont zich een welbespraakt hater

Lees hier meer boekrecensies

Deel dit artikel

Je hebt na afloop zin om direct zelf de pen ter hand te nemen

Je bent soms geneigd er vooral de boosheid in te zien maar ze zitten toch ook vol ironie, het is oprechtheid en pose ineen