Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Biografie: Lucebert en de last van het oorlogsverleden

Cultuur

Jaap Goedegebuure

© Geels, Maartje
Recensie

Hazeu’s Lucebert-biografie was al af toen hij stuitte op zijn spectaculairste vondst: de nazi-sympathieën van de dichter

Bertus Swaanswijk, beter bekend als de dichter en schilder Lucebert (1924-1994), was 16 toen Hitler Nederland onder de voet liep. Veel leeftijdgenoten die net als Bertus verlangden naar een groots en meeslepend leven keken met heimelijke bewondering op tegen de fris en vrolijk ogende Wehrmachtsoldaten waartegen ons eigen leger het onderspit had gedolven. Zoveel elan en vitaliteit, daar wilden ze wel in delen. En dus lieten ze zich met tienduizenden tegelijk inlijven bij de Waffen-SS om aan het Oostfront de ‘bolsjewistische horden’ te bestrijden.

Lees verder na de advertentie

Zo ook Bertus Swaanswijk. Samen met zijn vriend Johan van der Zant, de latere dichter Hans Andreus, begaf hij zich op 30 maart 1943 naar het Amsterdamse kantoor van het Vrijwilligerslegioen Nederland. Maar terwijl Hans de benodigde formulieren invulde, bedacht Bertus zich en maakte rechtsomkeert.

De waarheid is dat Swaanswijk zich uit vrije wil én als overtuigd na­zi­sym­pa­thi­sant bij de Arbeitseinsatz liet inschakelen

Het zou tot 1991 duren voor de literaire journalist Adriaan Venema dit feit wereldkundig maakte. Hij vertelde er nog bij dat Van der Zant een jaar lang dienst deed in Joegoeslavië en Rusland, om daarna te worden afgekeurd. Lucebert kreeg de kans om commentaar op deze scoop te leveren, maar zag daarvan af.

Pas nu krijgt deze onverkwikkelijke geschiedenis een vervolg, en wel in de Lucebertbiografie van Wim Hazeu. Gebruikmakend van tot nu toe onbekende documenten ontkracht Hazeu de door Lucebert gewekte suggestie als zou hij als dwangarbeider in de Duitse oorlogsindustrie te werk gesteld zijn.

De waarheid is dat Swaanswijk zich uit vrije wil én als overtuigd nazisympathisant bij de Arbeitseinsatz liet inschakelen. Eenmaal in Duitsland stuurde hij een vriendin brieven die hij ondertekende met Sieg Heil en Heil Hitler. Ook gaf hij flink af op Joden en de ‘negercultuur’. 

‘Vreselijk wonder’

In de Lucebertkunde had de oorlogsperiode altijd nog de status van een zwart gat. Men wist dat de ervaringen in Duitsland ingrijpend waren geweest, maar meende dat ze niet wezenlijk verschilden van ervaringen van later bekend geworden schrijvers en kunstenaars als Alfred Kossmann, Anton Heijboer en Gerard Fieret, die onder dwang naar Duitsland waren gegaan.

Lucebert sprak van een ‘vreselijk wonder’ dat hem omstreeks 1943 was overkomen en hem had aangezet tot het schrijven van de beroemde frase over de schoonheid die haar gezicht had verbrand. Daarbij kon je denken aan de confrontatie met bombardementen, terreur en honger. Maar nu Hazeu er melding van maakt dat Lucebert naar eigen zeggen met schizofrenie te kampen had, mogen we er van uitgaan dat het vreselijke wonder niets met de oorlog te maken had, maar neerkwam op een mystieke openbaring. De dichter hoorde innerlijke stemmen, een ‘onmogelijk mompelen aan de elbe’ zoals het in een van zijn gedichten heet. Geen wonder dat hij zich bij zijn debuut, eind jaren veertig, profileerde als een geroepene, een profeet.

Eenmaal in Duitsland stuurde hij een vriendin brieven die hij ondertekende met Sieg Heil en Heil Hitler

Hazeu presenteert de onthulling van Luceberts oorlogsverleden als het begin- én het zwaartepunt van het door hem vertelde levensverhaal. De bron waarop hij zich baseert, kwam hem pas onder ogen toen hij zijn boek al af had. Dus zag hij zich genoodzaakt om alsnog de nodige retouches aan te brengen. Bij wijze van rode daad komt hij telkens terug op Luceberts hardnekkig zwijgen over zijn jeugdzonde, die hij duidt als een nooit uitgesproken en dus ook nooit verwerkte schuld.

Afgezien van deze spectaculaire vondst brengt deze biografie de doorgewinterde kenners en liefhebbers niet zo veel nieuws. We waren al tamelijk goed op de hoogte van de jaren waarin de schilders van de Cobrabeweging (Appel, Constant, Corneille en anderen) een verbond sloten met de dichters die zich presenteerden als de Vijftigers (behalve Lucebert en Andreus ook Campert, Elburg, Kouwenaar, Schierbeek en Vinkenoog).

Open brief

Cobra en Vijftig maakten voldoende rumoer om de ingedommelde muzen wakker te laten schrikken en genoten tot halverwege de jaren vijftig de reputatie van barbaren en asociale types. Hun schilder- en dichtwerk werd afgedaan als kinderlijk geklieder en gestamel. Collega-dichter Bertus Aafjes bestond het zelfs om te schrijven dat met Lucebert de SS de Nederlandse poëzie binnengemarcheerd was.

Die aantijging moet hard aangekomen zijn, gegeven de last van het oorlogsverleden dat Lucebert met zich meedroeg. In een open brief aan het adres van Aafjes vergeleek hij zich met de gekruisigde Christus. Niet dat hij de diepten van de hel niet even goed kende als de toppen van de hemel. Zijn pseudoniem mag dan door hem geduid zijn als ‘brenger van licht’, de naam Lucebert is ook een duidelijke echo van Lucifer, de vorst der duisternis.

Dit grote en belangrijke kunstenaarschap, dat qua poëtische opbrengst behoort tot het beste en meest vernieuwende dat de Nederlandse literatuur heeft voortgebracht, kwam omstreeks 1955 in rustiger vaarwater. Na de woeste en wilde beginjaren maakte de aversie van het publiek plaats voor brede acceptatie. Luceberts gedichten begonnen in de prijzen te vallen en stilaan kreeg ook zijn beeldend werk meer waardering. Na jaren van bittere armoede genoot hij sinds het midden van de jaren zestig zelfs een zekere welstand. Toen hij in 1994 overleed gold hij onbetwist als de belangrijkste dichter van zijn tijd en werd hij niet alleen door generatiegenoten, maar ook door het nageslacht om het luidst geprezen.

Toen hij in 1994 stierf, was hij de grootste dichter van zijn tijd

Sprookje

Hazeu laat er geen misverstand over bestaan dat hij de geleerde interpretaties van Luceberts werk niet alleen weinig verhelderend vindt, maar zelfs een sta-in-de-weg bij het onbevangen genieten. Wat hem betreft hoef je geen verstand te hebben van de christelijke mystiek, de kabbala en het zenboeddhisme om je te laten betoveren.

Hij sluit zich aan bij de opinie van K. Schippers die Luceberts poëzie bij voorkeur leest buiten het kader van een of ander ‘metafysisch sprookje’. Die scepsis heeft wel iets verfrissends. Toch vind ik het jammer dat Hazeu zich niet waagt aan een wat meer gedetailleerd antwoord op de vraag hoe Luceberts komeetachtige opkomst aan het einde van de jaren veertig te verklaren valt en uit welke persoonlijke diepten zijn lyrische erupties zijn opgeweld.

Spijtig is ook dat Hazeu’s weergave van de feiten niet altijd even accuraat is. Zo schrijft hij een gedicht van Marsman toe aan Lucebert, gaat hij ervan uit dat Rudy Kousbroek de oorlog niet in een Japans concentratiekamp maar in Nederland doorbracht en laat hij de bevrijding van Auschwitz niet op 27 januari, maar op 8 mei 1945 plaatsvinden. Op het grote geheel zijn het kleine smetjes, maar ze springen toch lelijk in het oog.

Oordeel: afgezien van één grote vondst biedt de biografie niet zo veel nieuws.

Lees ook:

Lucebert werkte niet gedwongen, maar vrijwillig in nazi-Duitsland. En hij stuurde anti-Joodse brieven naar huis. Zijn biograaf Wim Hazeu kreeg vorig jaar ruim vijftig brieven in handen die Lucebert regelmatig ondertekende met Sieg Heil.

Dichter en kunstenaar Lucebert had tijdens de oorlog nazisympathieën, blijkt uit onderzoek van biograaf Wim Hazeu. Moeten we zijn werk nu met andere ogen bekijken?

Zijn biografie van Lucebert was bijna af toen Wim Hazeu brieven in handen kreeg, die duidelijk maakten dat de dichter sympathie had voor de nazi's. 'Was hij een romantische naïeveling? Totaal.'


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

De waarheid is dat Swaanswijk zich uit vrije wil én als overtuigd na­zi­sym­pa­thi­sant bij de Arbeitseinsatz liet inschakelen

Eenmaal in Duitsland stuurde hij een vriendin brieven die hij ondertekende met Sieg Heil en Heil Hitler

Toen hij in 1994 stierf, was hij de grootste dichter van zijn tijd