Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Binnenkort in Google Translate: het Tigrinya. Met dank aan Rotterdamse Eritreeërs

Cultuur

Petra Vissers

Travis-directeur Cornelis Jansen met de vertalers Amanuel Gebregziabher, Yonas Gebrekrstos en Habtegiorgis Eyob. © Inge Van Mill

In het Groothandelsgebouw in Rotterdam digitaliseren Eritreeërs hun taal. Uiteindelijk moet die in een vertaalcomputer kunnen om vluchtelingen te helpen hun draai te vinden. 

Als Amanuel Gebregziabher de hoofdletter ‘O’ en de kleine ‘a’ intikt, verschijnt op zijn scherm de eerste letter van de zin die hij van het Engels naar het Tigrinya moet vertalen. Zo heeft elk van de 37 letters van het alfabet waarin Tigrinya wordt geschreven, een eigen toetscombinatie op het Nederlandse toetsenbord. Voor wie alleen het Latijnse abc kent, leidt het tot een onbegrijpelijke reeks symbolen.

Lees verder na de advertentie

In het Rotterdamse Groothandelsgebouw digitaliseert Gebregziabher met Eritrese collega’s Tigrinya. Die Semitische taal wordt met name gesproken in het noorden van Ethiopië en in Eritrea. Van dat laatste land is het een van de belangrijkste talen. Het uiteindelijke doel is de taal in een vertaalmachine te krijgen, zoals Google Translate. “Migranten en vluchtelingen hebben nul houvast als ze de taal niet spreken”, zegt directeur Cornelis Jansen van de Travis Foundation. Die stichting werd opgericht door het commerciële Travis, een bedrijf dat vertaalcomputers maakt voor vakantiegangers en zakenlieden.

Vluchtelingen zouden sneller zelfredzaam zijn als ze zich verstaanbaar konden maken

Cornelis Jansen

Vijftien talen

De techniek is er natuurlijk al – het apparaatje van Travis vertaalt moeiteloos gesproken Nederlandse zinnen naar het Spaans of Arabisch en andersom – maar er ontbreken nogal wat talen waar met name vluchtelingen iets aan kunnen hebben. De Travis Foundation wil in 2022 vijftien talen gedigitaliseerd hebben waar computers nu nog niet mee uit de voeten kunnen.

Te beginnen met Tigrinya. Na Syriërs vormden Eritreeërs dit jaar de grootste groep vluchtelingen die in Nederland asiel aanvroegen. Veel van hen komen van het platteland, hebben een laag opleidingsniveau en spreken geen Engels. Jansen: “Zij zouden sneller zelfredzaam zijn als ze zich verstaanbaar konden maken. We hebben het idee dat iedereen alles zelf moet regelen, dat je gewoon Nederlands moet leren. Volledig mee eens. Maar tussen het moment dat ze hier aankomen en het moment dat ze de taal beheersen, moet er iets anders zijn waarmee vluchtelingen zich kunnen redden.”

Een taal digitaliseren gaat niet zomaar. De zeven mannen en vrouwen die voor de Travis Foundation werken, kunnen per persoon op een goede dag zo’n 150 zinnen vertalen. De Eritreeërs zijn als het ware de computer taalles aan het geven, en dat is een enorme klus. Voor een goed werkende vertaling van geschreven tekst zijn een miljoen zinnen nodig. Dat andere vluchtelingen straks iets hebben aan hun werk maakt de klus de moeite waard, zegt Gebregziabhers collega Yonas Gebrekrstos.

Mijn werk is in het Engels, maar met Cornelis praat ik altijd Nederlands

Amanuel Gebregziabher

Inspreken

Om te voorkomen dat de hele taal pas over tien jaar gedigitaliseerd is, komt er binnenkort een spel online waar mensen over de hele wereld mee kunnen helpen vertalen. Is dat eenmaal achter de rug, dan moeten er nog honderden uren gesproken Tigrinya aan worden toegevoegd om de computer te leren van gesproken tekst geschreven tekst te maken en andersom. Zelflerende algoritmen maken daar vervolgens een systeem van dat elke combinatie aankan. De Travis Foundation moet nog wel geld vinden voor het inspreken van de taal.

Voor Gebrekrstos, Gebregziabher en aanwezige collega nummer drie Habtegiorgis Eyob is hun werk voor de Travis Foundation ook een manier om Nederlands te leren en om in te burgeren. De Eritreeërs die bij Jansen werken zijn relatief nieuw in Nederland, en vonden hun baan via een vriend of dankzij een coach van de gemeente. “Mijn werk is in het Engels, maar met Cornelis praat ik altijd Nederlands”, zegt Gebregziabher.

Na Tigrinya wil Jansen verder met Rohingya, Farsi, Urdu - hij heeft een heel lijstje klaarliggen. “Er zijn nog heel veel niet-gedigitaliseerde talen die gesproken worden door groepen mensen die in de penarie zitten.”

Lees ook:

Zijn de grappige fouten van Google Translate binnenkort verleden tijd?

Vorig jaar lanceerde het Duitse techbedrijf Deepl een nieuwe vertaalmachine die gebruik maakt van kunstmatige intelligentie.

De kunst van het vertalen van Michel Houellebecq

Hoe is het om als Nederlander in Frankrijk te leven en daar het oeuvre van ‘de bestverkopende Franse schrijver in het buitenland’ te vertalen? Een gesprek met Martin de Haan (51), vriend en vertaler van Michel Houellebecq.

Deel dit artikel

Vluchtelingen zouden sneller zelfredzaam zijn als ze zich verstaanbaar konden maken

Cornelis Jansen

Mijn werk is in het Engels, maar met Cornelis praat ik altijd Nederlands

Amanuel Gebregziabher