Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bijma zoekt samenspel op het scherpst van de snede

Cultuur

Armand Serpenti

Review

Greetje Bijma 25 years on stage, gehoord zaterdag 1 maart in het Bimhuis, Amsterdam

Greetje Bijma, de stemkunstenares die eigenlijk actrice wilde worden ’omdat ze zo graag in een andere huid kruipt’, staat een kwart eeuw op de planken. De Friezin vierde haar jubileum in een vol Bimhuis voor een publiek dat grotendeels uit Friezen bestond.

Overal hoorde je Fries spreken en zo kon je niet anders dan opmerken hoe Bijma de klankrijkdom waarmee deze taal zich van het ABN onderscheidt meeneemt in haar stemkunst.

Op het podium is Bijma echt aanwezig, want zingen doet ze met heel haar lichaam. ,,Ik hoef maar een beetje met mijn hoofd te draaien en meteen krijgt mijn stem een andere kleur”, zei ze eens in deze krant. Bijma is autodidact, heeft nooit noten leren lezen. Toch was ze maar mooi de eerste vrouw aan wie de Boy Edgar Prijs, de belangrijkste jazzonderscheiding van Nederland werd toegekend.

Inspiratie vindt ze vooral in het geschreven woord. Gedichten van Sybren Polet lagen aan de basis van ’Zenith en Nadir’, een geïmproviseerd radioconcert van Bijma en componist Louis Andriessen, waarmee ze de Prix Italia wonnen. En met harmoniumspeler Klaas Hoek bracht ze interpretaties van werken van Yeats, Thomas Moore en de Friese dichter Douwe Tamminga.

Vorige maand nog deed Bijma een programma met auteur Arthur Japin, wiens lezing uit zijn boek ’De overgave’ ze van kleurrijk commentaar voorzag. Nu mag Japin Bijma op haar feestje aankondigen.

Vanuit de coulissen klinkt iets tribaals, iets dat lijkt op indianengezangen, in elk geval een onmiskenbare Bijma-klank. In sierlijke japon betreedt ze het podium, schopt haar hakken uit, want de planken moet je voelen. Met langzaam uitstrekkende armen spreidt ze haar stem uit over de zaal. De klank verandert als ze zich omdraait en oogcontact krijgt met pipa-speelster Yang Jing, die haar tokkelend op de Chinese luit begroet. Virtuoos suizen beide vrouwen door de enorme breedte van hun toonbereik (Bijma haalt nog altijd vijf octaven). Ze veroorzaken frontale botsingen van contrasterende timbres die even later weer sierlijk samenvloeien in een strak synchroon lopende ritmiek.

Diep gebrom van een Mongoolse keelzanger met de rochel van een oude man of de schrille kreten van een geschrokken kind, Bijma schakelt er moeiteloos tussen.

Yang Jing slecht zo ongeveer alle grenzen die aan de pipa worden toegedicht. Er klinkt een klassieke gitaar, een jazzgitaar, een flamencogitaar, een Arabische oud en af en toe ook even een pipa. Roffelend en plukkend galopperen haar vingers over de snaren of glijden gracieus dansend van toon naar toon. En steeds weer is daar die mooie tegenstelling tussen de blikkerig, roestige kleur in het harde raggen en de zilveren klank van de tedere hand.

Samenspel op het scherpst van de snede, dat nog een treetje hoger klimt als Bijma in de tweede set aantreedt met het sextet van pianist Michiel Braam.

De top van de Nederlandse geïmproviseerde muziek stijgt met Greetje als katalysator ver boven zichzelf uit.

Het swingt, klankleuren spetteren en Bijma gaat helemaal op in de karakters die ze zingt, een kindje, een huisvrouw met een stalker, een neuroot in de file. En na afloop is ze gewoon weer de nuchtere Greetje uit een klein dorpje in Friesland.

Deel dit artikel