Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij Maarten Doorman zoemt de fax, speelt de video en vloeit de cola-light

cultuur

PETER DE BOER

Review

Maarten Doorman: Afstandsbediening van katoen. Bert Bakker, Amsterdam; 54 blz. - ¿ 24,90. Peter van Lier: Miniem gebaar. Meulenhoff, Amsterdam; 60 blz. - ¿ 19,90.

Ook bij Van Lier en Doorman zijn de verschillen welbeschouwd groter dan de overeenkomsten. Van Lier betoont zich een wel zeer opgewekte natuurmysticus die volmondig 'ja' tegen het leven zegt, terwijl er in Doorman, die typische stadspoëzie schrijft, een gevoelige satiricus schuilt die fel naar het leven kan uithalen. Ook naar de vorm verschilt hun werk. Van Lier grossiert in korte lyrische sfeerbeelden, terwijl Doorman zich juist thuisvoelt in het langere, beredeneerde gedicht.

Toch stemmen ze op één punt wezenlijk overeen. Beiden worden gedreven door een heel aards engagement. Dit zou best eens met hun filosofische achtergrond te maken kunnen hebben, want de filosoof is immers bij uitstek degene zich zich engageert met mens en wereld. Bij Van Lier ontpopt dit zich vooral als een bijna schaamteloze flirt met het oerhollandse 'kleine geluk'. Ik ben in geen jaren een dichter tegengekomen die zich zo onbekommerd durft uit te spreken vóór het lieflijke.

De titels van zijn gedichten - 'Hoe aangenaam', 'Natuurliefde', 'De jonge moeder' - zeggen wat dit betreft al genoeg. Een kinderschoen, wat ritselende bladeren, een 'minieme snuitkever' liggend op zijn rug: Van Lier heeft maar weinig nodig om ontroerd te raken. En hij is een meester in positief denken: “Het/ leven is een feest”, leraart hij, en ook: “het leven is mooi / en goed.” “Prima, meer dan / prima” heet het elders, en het slotgedicht vat nog eens samen: “Wat bestaat / bestaat, en mooi.”

Dit alles zou belachelijk zijn wanneer Van Lier er niet in slaagde zijn suikerzoete romantiek net dat tikje te geven dat haar ook voor minder geëxalteerde zielen verteerbaar maakt. Hij doet dat niet door middel van de ironie, maar met subtieler middelen die het wezen van het lieftallige intact laten en tegelijk op gepaste afstand zetten. Soms geeft hij een tafereel een groteske draai, zoals in het titelgedicht 'Miniem gebaar', dat eindigt met:

Ik ben een serieus mens, nooit bak ik het ei met geschonden dooier.

Soms ook is de hele scène vervreemdend, bijvoorbeeld daar waar hij zich verlekkerd identificeert met een geeuwend en poepend vogeltje. Op weer andere momenten laat hij het clichématige sfeerbeeld bijna ongemerkt verdwijnen in iets anders. Van een jonge moeder met haar kindje voorop de fiets lijkt alles zich toe te spitsen op het moment waarop zij “haar kind een kus op het hoofd zal geven.” Voor het zover komt, breekt Van Lier het gedicht echter getruukt, en zonder moeder en kind geweld aan te doen, af met de regels:

want welke jonge moeder kan die verleiding weerstaan tijdens zo'n heerlijke dag, fietsend aangekomen op het hoogste punt van een brug met uitzicht.

Bijna onmerkbaar, want even schmierend als daarvoor, heeft hij onze aandacht afgeleid en het gezichtspunt verruimd. Dankzij het uitzicht aan het slot wordt de zoetigheid ervóór opeens aanvaardbaar. En zo gaat het vaker in deze merkwaardige bundel, waarin plotseling kantelende perspectieven de idylle goddank wat temperen. Het is subtiel gedaan en apart is het zeker. Anderzijds zit er in de voortdurende elevatie van het banaal alledaagse tot zoiets als de zevende hemel ook veel dat stoort.

Bij Maarten Doorman is zo'n tijdeloze setting van bloemetjes, bijtjes en moedertjes absoluut ondenkbaar. Zijn gedichten zetten juist scherp en gedetailleerd onze eigen tijd neer. De fax zoemt, de video speelt, de cola-light vloeit. Er schuilt iets cabaratesks in zijn zedenschetsen, waarin hij uiteenlopende zaken als het moderne bouwen, de fitness-cultus of de vergadercultuur over de hekel haalt.

Hij is een verre nazaat van Greshoff en Du Perron, met diezelfde aangename vermenging van hyperkritiek en poëtische gevoeligheid. De balans slaat weleens te veel naar het kritische element door, maar meestal slaagt hij erin rechttoe rechtaan geëngageerd te zijn zonder de poëzie geweld aan te doen. Mooi is bijvoorbeeld het gedicht 'Een nieuwe dag, blak', waarin we de stad van bovenaf gezien als een soort burgermansarmada uit de ochtendschemer zien opdoemen:

De dakbodems lijken het anker te lichten, de vloot deint zacht boven zwellende doden met cornflakes, koffie en ochtendblad, de doden die onderdaks zweven met man en muis en hond en kat, die hun ruim bemeten tijd per dag thuis uit willen leven.

Dat de maritieme factor verderop misschien iets te krampachtig wordt vastgehouden zij hem vergeven. Heel curieus en vermakelijk is het tweeluik 'Zapbeheersing', dat geheel bestaat uit een vileine collage van de prietpraat die een rondje zappen langs de tv-kanalen oplevert.

Ondanks de humoristische inslag van sommige gedichten, maakt de bundel als geheel toch een ernstige indruk. Met name in de slotafdeling 'Europa' speelt ook het hedendaagse oorlogsgeweld een rol, met felle uithalen naar een verkrachtingspraktijk waarin “alle neukpoppen dienen lekgestoken” en waarin “nieuwe scholen geopend (worden) / met gezegend geschut.”

Er komt uit de slotgedichten een verontrustend beeld naar voren van de moderne mens als een sufgeïnformeerde, van de levende werkelijkheid totaal vervreemde figuur. Hij kan zappen wat hij wil, maar de leegte in hem wordt almaar groter. Wat pikt hij nog op uit al het nieuws, oorlogsnieuws incluis, dat dagelijks over hem wordt uitgestort? “Wat altijd gebeurt / is niet echt”, schrijft Doorman. Het is een karikatuur die hij schetst, maar wel een met een kern van waarheid: we zijn van alles op de hoogte, maar niets raakt ons meer, niets spreekt nog tot de verbeelding. De laatste regels van de bundel luiden dan ook: “Ik moet me laten raken, / ik wil me wat verbeelden.”

Humor en ernst, opstandige betrokkenheid en hier en daar ook een grimmig soort troost: Doorman weet het op een soms wat knoestige manier overtuigend tot een eenheid te smeden. Als het erop aankomt heb ik zijn gedichten liever dan die van Van Lier. De laatste is mij toch wat te veel Emile Ratelband, Doorman is meer Youp van 't Hek. En wie mag er op oudejaarsavond een beetje namens ons allemaal de balans opmaken? Juist.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.