Bhagwan is de vader en Foudraine zijn uitverkoren zoon

cultuur

Tonja Kivits

Review

De psychiater Jan Foudraine houdt van aandacht. Die trok hij ruimschoots toen hij in het begin van de jaren zeventig de traditionele psychiatrie aan de kaak stelde in 'Wie is van hout. . . Een gang door de psychiatrie'. Foudraine raakte na dit overweldigend succes in een diepe crisis. Gelukkig trof hij een redder in de nood, gehaald uit een heel ver land, een goeroe uit India die eerst Bhagwan heette en later Osho werd genoemd.

Het was liefde op het eerste gezicht, verklaart Foudraine in zijn nieuwste boek 'De man die uit zijn hersenen zakte. Vingerwijzingen van een mysticus'. En deze onvoorwaardelijke overgave aan de meester houdt Foudraine nog steeds helemaal in de ban. Foudraine is als een Petrarca die zijn Laura bezingt of een Dante zijn Beatrice, ware het niet dat het hier geen lofzang op de liefde betreft, maar een blind varen op een aanbeden leider. Alles wat krom is, wordt met een fluitje van een cent door Foudraine recht gepraat, elk woord dat de oude grijze man met zijn lange baard uit het Oosten te berde brengt als de absolute wijsheid en waarheid de hemel in geprezen.

'De man die uit zijn hersenen zakte' is een weerslag van zijn ontmoetingen met de Bhagwan. ln de proloog laat hij de handel en wandel van de Indiase goeroe nog eens de revue passeren. Het is weliswaar bekende koek, maar heel aandoenlijk hoe Foudraine de grilligheden van zijn idool schoonpraat.

Bhagwan, geboren als genie, slaat alle verleidelijke aanbiedingen af, interesseert zich niet voor een wetenschappelijke carrière of een goedbetaalde baan. Hij cijfert zich daarentegen weg en stelt zich ten dienste van de verloederende mensheid. Hij wordt onze verlosser, onze redder in nood die ons zal bevrijden van al het kwaad en alle verlokkingen in deze boosaardige wereld. We gaan immers, zo stelt Foudraine, ten onder aan het vuil van de ideologische indoctrinatie dat van generatie tot generatie wordt doorgegeven.

Bhagwan leidt ons de weg. Hoe? Niet door als een armoedige kluizenaar op een rots ergens in de Himalaya naar zijn navel te staren. Nee, zegt Foudraine. Dat is veel te oosters. Bhagwan heeft een nieuwe visie uitgevonden: 'het spiritueel materialisme'. Dat wil zeggen al rijdend in een Rolls-Royce de boodschap verkondigen dat we aan onze eigen materialistische hebzucht ten onder gaan.

Bhagwan schijnt een echte grappenmaker te zijn. Want allemaal vanwege de publiciteit, aldus Foudraine, bezat Bhagwan niet één maar bijna 365 van die dure auto's, één voor elke dag, en scheurde hij daarmee door de heuvels in Oregon, waar zijn onderdanen zich in het zweet zwoegden om een Bhagwan-stad te bouwen, een wereldwijd centrum voor gelovige aanhangers.

Maar Bhagwan blijkt nog meer 'stunts' in huis te hebben. Hij die weigert, aldus Foudraine, een religie uit te dragen, laat zich 'God' noemen en vereren als 'de Gezegende', kleedt zijn volgelingen in oranje kleren, strooit kwistig met zijn portret dat ze allen om hun nek moeten dragen en geeft hun een nieuwe naam.

Maar er komt een kink in de kabel. Bhagwan blijkt het een tijdje wat rustiger aan te doen. Hij zwijgt, en laat zijn secretaresse Sheila voortaan het werk opknappen. Maar alles wat hem is vergund, mag Sheila niet. Als zij in Amsterdam in de grote zaal van Krasnapolsky verschijnt, gehuld in een wijnrode jurk behangen met goud en zilver en zich de Paus laat noemen, is zij een 'volleerd mannequin' en een 'fascist'. Zij die zich precies als Bhagwan gedraagt, begaat nu ineens wandaden, en zou hem in gijzeling houden. Gelukkig wordt de paleisrevolutie op tijd in de kiem gesmoord. Paus Sheila wordt door de achterdeur afgevoerd, en Bhagwan moet op zijn oude dag weer aan het werk.

Dat doet hij op zijn oude vertrouwde manier. Homo's lijden aan een groeistoornis en zijn de veroorzakers van een ziekte die de mensheid uitroeit. Bhagwan vermoeit zijn overigens gewillig gehoor met lange, saaie en vervelende monologen. Maar niet getreurd, Foudraine pruimt werkelijk alles. Het is aandoenlijk hoe hij als een trouwe waakhond zijn meester beschermt. Wie niet voor hem en zijn goeroe is, is tegen hem; ja zelfs zielig, want zij stevenen af op hun eigen ondergang.

Foudraine's adoratie doet, op z'n zachtst gezegd, vreemd aan. We kunnen hem immers een weldenkend en intelligent mens noemen. Maar Bhagwan blijkt een meester in massa-psychologie. Alle technieken die nodig zijn om mensen te binden, hanteert hij feilloos.

Al in 1921 legde Sigmund Freud bloot hoe een van de kenmerken van liefde de combinatie is van exclusieve verbintenis en geloofwaardige gehoorzaamheid. Het leger en de kerk, zo stelde Freud, zijn bij uitstek de instituties die de massa aan zich weten te binden. De Tweede Wereldoorlog gaf Freud helaas gelijk, en Mussolini en Hitler konden zich wentelen in klakkeloze adoratie, met alle desastreuze gevolgen van dien.

In de kerk, en met name de katholieke herk, heeft deze praktijk al eeuwenlang gewerkt, hoewel deze magie thans lijkt uitgewerkt. In dit opengevallen gat blijkt Bhagwan zich als een vis in het water te voelen. Hij zegt niet zonder ironie: “Ik ben de zee die je zoekt.”

Bhagwan weet Foudraine te verleiden: Bhagwan als de vader met Foudraine als zijn uitverkoren zoon. Hij, de oppermachtige, de alwetende, spreekt hem, de hulpeloze en machteloze, persoonlijk aan. Als een onvervaarde Rostelli hypnotiseert hij zijn gehoor, dat volledig in zijn ban is. Hij raakt hun voorhoofd aan, en laat hen maandenlang als begroeting 'ya-hoo' schreeuwen dat dreunend moet worden uitgeroepen en het gebied rondom de navel in trilling brengt. Of ze moeten urenlang lachen of huilen, het is maar hoe de pet van de meester staat.

Het systeem van Bhagwan begint, zelfs voor de toegewijde leerling Foudraine, lichte scheurtjes te vertonen als hij een andere goeroe ontmoet, Krishnamurti. Deze schijnt niet zo'n hoge pet op te hebben van 'die gentleman uit Poona'. Over en weer wordt er wat gekibbeld en vegen uit de pan uitgedeeld. Foudraine raakt lichtelijk in de knel, maar treft gelukkig een andere 'Zelf-gerealiseerde' of verlichte geest, heel dichtbij huis, op de Prinsengracht in Amsterdam.

Zijn naam is Alexander Smit, die vorig jaar overleed. Als Foudraine hem het manuscript van 'De man die uit zijn hersenen zakte' laat lezen, verwijst deze het onmiddellijk naar de prullenbak. Foudraine heeft helaas diens raad niet opgevolgd. Want echt iets nieuws heeft Jan Foudraine alias Deva Amrito, de Goddelijke Onsterfelijkheid, allang niet meer te zeggen.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie