Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Betoverende groupie werpt zich op als hoedster van Frommels libido

Cultuur

Monica Soeting

De eeuw van Gisèle. © Trouw
recensie

Gisèle van Waterschoot ondersteunde de antiburgerlijke idealen, en sloot de ogen voor misbruik.

In september 1939, toen Hitler aan de expansie van zijn Derde Rijk begon, strandde een zevenendertigjarige Duitse dichter in het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen. Hij heette Wolfgang Frommel en woonde in Parijs, maar kon vanwege Frankrijks oorlogsverklaring aan Duitsland niet meer terug. Geboren was hij in Heidelberg, waar hij diep onder de indruk was geraakt van de dichter Stefan George, die zich door een select groepje volgelingen als een profeet liet vereren. Iets dergelijks wilde Frommel ook. 

Lees verder na de advertentie

Opvallend gekleed en gekapt imponeerde hij de dichter Adriaan Roland Holst en de kunstenares Etha Fles, die hem onder hun hoede namen. Ook de zeventwintigjarige schilderes Gisèle van Waterschoot van der Gracht raakte in de ban van Frommel toen zij hem in 1940 bij Roland Holst ontmoette. Deze ontmoeting zou, zoals Annet Mooij in haar indrukwekkende biografie van Van Waterschoot van der Gracht laat zien, hun beider levens grondig veranderen. Voor Frommel in alle opzichten in gunstige zin, maar voor Van Waterschoot van der Gracht lag het gecompliceerder.

Gisèle van Waterschoot van der Gracht was in 1912 in Den Haag geboren als het vierde kind van een Nederlandse vader en een Oostenrijkse moeder. Ze leidde een beschermd en geprivilegieerd leven en groeide op in Oostenrijk en de Verenigde Staten. Begin jaren dertig leerde ze in Limburg het kunstenaarsechtpaar Suzanne en Joep Nicolas kennen, wat haar een opleiding als glazenierster en een verhouding met Joep opleverde. Aan die verhouding kwam tot haar verdriet een einde toen het gezin Nicolas kort voor de oorlog naar de Verenigde Staten emigreerde.

De centrale vraag in deze biografie is wat Gisèle bewoog Frommel te ondersteunen, hoewel ze wist dat hij haar uitbuitte

Mystieke sessies

De ontmoeting met Frommel gaf Gisèle nieuwe levenslust. Frommel mag Gisèle uit een depressie hebben gered, maar Gisèle redde Frommels leven. Zij gaf hem de gelegenheid zijn droom te verwerkelijken. Dit greep zozeer op haar eigen leven in, dat Mooijs biografie voor het overgrote deel is gewijd aan Gisèles levenslange rol (Gisèle stierf in 2013, honderd jaar oud) als facilitator van Frommels ideaal, een rol die haar bekender heeft gemaakt dan haar werk als kunstenares.

In oktober 1940 huurde Gisèle een étage aan de Amsterdamse Herengracht, waar ze Frommel en diens vriend Percy Gothein onderdak verleende. Met Frommel en Gothein arriveerde een groep jonge, mooie en vaak labiele jongens, die Frommel opnam in een mannengemeenschap, een besloten, antidemocratisch rijk genaamd Castrum Peregrini. Deze gemeenschap stond in het teken van een mystieke verering van George. En van zogenaamde pedagogische seks, door Frommel en Gothein aangeduid als de opening naar ‘de weg naar het hogere’, die het goddelijke in de jongens tot leven moest wekken, maar meestal simpelweg verkrachting was.

Vrouwen mochten aan de mystieke sessies niet deelnemen, wat de positie van Gisèle ingewikkeld maakte. Zij betaalde de huur, voorzag de groep van eten en zorgde er na de oorlog voor dat het gehele huis eigendom werd van Castrum Peregrini. Tijdens de bezetting liet zij samen met haar bovenburen drie van Frommels jongens in het huis aan de Herengracht onderduiken. Toch werd ze door de meeste jongens geminacht. ‘Das Weib’ noemden ze haar, en ze zagen haar liever gaan dan komen.

Manipulatief gedrag

De centrale vraag in deze biografie is wat Gisèle bewoog Frommel te ondersteunen, hoewel ze wist dat hij haar uitbuitte. Hetzelfde, meent Mooij, wat de jonge mannen en later ook vrouwen (Frommels libido bleek onbeperkt) ertoe bewoog om bij Frommel te blijven: diens gave zijn pupillen het gevoel te geven bij een groep uitverkorenen te horen, en het gezamenlijk ideaal ‘een antiburgerlijk leven te leiden in de geest van de dichter’.

Frommel misbruikte mensen, maar betoonde zich tegelijkertijd een mentor en een vriend. ‘Het kon er fijn zijn,’ schreef Andreas Burnier in een sleutelroman over Castrum Peregrini, en Mooij onderschrijft dit. Maar het was ook een hel die je alleen kon overleven door je ogen te sluiten voor Frommels manipulatief gedrag.

Gisèle excelleerde in het wegkijken. Waarschuwingen van vrienden als Jany Roland Holst, die Frommel een ‘highbrow animeerknaap’ noemde, sloeg ze in de wind. Ook de scepsis van haar latere echtgenoot, oud-burgemeester van Amsterdam Arnold d’Ailly, deerde haar niet. ‘Over de narigheid heen kijken en zich laten betoveren, het negatieve negeren en het mooie blijven zien - dat was de stuwende kracht in het leven van Gisèle,’ schrijft Mooij. De pijnlijke conclusie is dat Gisèle daarmee ongewild medeplichtig was aan het leed dat Frommel en Gothein hun pupillen aandeden.

OordeelIndrukwekkende biografie van betoverde groupie.

Annet Mooij
De eeuw van Gisèle. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares
De Bezige Bij
480 blz., € 34,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Lees ook:

Hoe Frank Ligtvoet het misbruik in Castrum Peregrini aan den lijve ondervond

'Ik werd onderdeel van een organisatie die seksueel misbruik formaliseerde.'

Deel dit artikel

De centrale vraag in deze biografie is wat Gisèle bewoog Frommel te ondersteunen, hoewel ze wist dat hij haar uitbuitte