Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bert ter Schegget: bijtgrage hoeder van de armen

Cultuur

Jan Greven

Review

Bert ter Schegget (1927-2001) behoorde niet tot het type mens dat zijn best doet aardig gevonden te worden. Hij was een begaafd ruziemaker en leed niet aan twijfel over het eigen gelijk. Maar hij kon ook luisteren, bemoedigen en inspireren. In de kerkelijke gemeentes die hij als hervormd predikant diende, Vreeland en het eiland Curaçao, werden zijn woorden en daden vele jaren later nog in dankbaarheid herinnerd.

Zijn gebrek aan twijfel kwam voort uit een rotsvast geloof in de zaak van God die wilde dat de wereld veranderde. Dat aan onrechtvaardige situaties een einde kwam. Als de kerk er niet voor ’de zaak’ was, had ze geen nut.

Karl Marx leerde hem hoe de wereld te verstaan, wat er moest gebeuren. Wie hem in die aan Marx ontleende analyse niet volgde, was niet echt een volgeling van Jezus. Toch ging zijn geloof niet op in maatschappelijke inzet. Van binnen was hij een orthodox gelovige jongen uit de gereformeerde traditie.

Maar wel één die altijd tegenspraak opriep. Voor de één een ruzie makende salonsocialist en een gevaar voor de kerk. Voor de ander een begenadigde ziener die de kerk, of liever nog de gemeente, onvermoeibaar herinnerde aan haar enige bestaansrecht: inzet voor een rechtvaardiger wereld.

In zijn hervormde kerk hadden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw debatten over Israël, atoombommen, Zuid Afrika en kruisraketten gezorgd voor diepgaande polarisatie. Ter Schegget had duidelijk en kritisch partij gekozen. In het algemeen vond hij de kerk te burgerlijk, te zeer gespitst op door hem verfoeide ’religie’, te meegaand met de macht. Slechts een kleine groep, die de bijbel las met de ogen van Marx en die politiek en kansel in elkaars verlengde zag, kon door de beugel.

Dat zou allemaal goed en wel geweest zijn, als Ter Schegget niet de ambitie gehad had hoogleraar in de theologie te worden en voor de vervulling van die ambitie de steun nodig had van zijn synode, die in meerderheid bestond uit mensen met een geloofsbeleving waarover hij zich onophoudelijk kritisch snerend had uitgelaten. Dat stemde, zacht gezegd, niet positief. Moest je aan iemand die zo polariseerde de opleiding van aanstaande predikanten toevertrouwen?

Aan de andere kant vonden zijn medestanders afwijzing ontoelaatbaar en spraken van een Berufsverbot. Zo werd de persoon Ter Schegget katalysator in de polarisatie die de hervormde kerk diep verdeelde. Met als gevolg dat hij van 1973 tot 1981 vijf keer gepasseerd werd voor een kerkelijke hoogleraarsbenoeming. De synode lustte die linkse drammer niet. Al paste ze wel op dat hardop te zeggen. Gelukkig kwam het in 1981 met een benoeming in Leiden toch nog goed.

Ondanks pogingen het conflict waardig en bestuurlijk wijs op te lossen, werd de strijd meestentijds zo bot en liefdeloos gevoerd dat geleidelijk aan ieder die er zich mee inliet onder de modder kwam te zitten. Inclusief Ter Schegget zelf die zich er op de achtergrond mee bemoeide.

Zo is Ter Scheggets biografie óók een ontluisterend portret van een gepolariseerde kerk, die acht jaar nodig had voordat de meerderheid, die hem niet wilde, ruimte gaf aan de minderheid die hem zo van harte begeerde.

In de biografie springen die acht jaren er het meeste uit. Als predikant, docent aan de Academie de Horst en tenslotte als hoogleraar te Leiden deed Ter Schegget zijn werk. Hij deed dat goed. Maar ook weer niet onderscheidend uitzonderlijk. Uitzonderlijk waren zijn persoonlijke eigenschappen. Zijn afkeer van concessies, zijn bijtbereidheid voor ’de zaak’, zijn neiging bij kritiek hard van zich af te slaan en zijn vermogen mensen in kleine kring te inspireren.

Een vat vol emotie. Partijganger van de armen. Maar dan als leverancier van argumenten. Vanuit de studeerkamer. Ik bedoel daar niets negatiefs mee. Maar het heeft ook iets romantisch, al had de kwalificatie waarschijnlijk zijn toorn opgewekt.

De tijd is verdergegaan. Bij Ter Schegget ging het om veranderen, nieuwe aarde, inzet en maakbaarheid. Intussen is het kapitalisme minstens drie slagen krachtiger dan in zijn tijd, is Marx nog maar heel voorzichtig bezig met een come back en gaat het niet meer om veranderen maar om overleven. Religieus overleven. Dubbel fout volgens Ter Schegget. Je moet je leven willen verliezen en afzien van religie. Hij had gelijk. In zijn tijd. Zelfs eeuwige boodschappen ontsnappen niet aan tijdsgebondenheid.

Deel dit artikel