Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bauhaus: de moderne jas die iedereen past

Cultuur

Joke de Wolf

Ansichtkaart van het Bauhaus in Weimar, door Theo van Doesburg voorzien van de tekst. © Boijmans

Het Rotterdamse museum Boijmans pakt voor de sluiting nog één keer groot uit met een tentoonstelling over de wisselwerking tussen het honderd jaar geleden opgerichte Bauhaus en Nederland. Met 800 objecten net iets té overweldigend.

De Nederlandse Kitty van der Mijll Dekker ging in 1929 naar Dessau om binnenhuisarchitectuur te studeren bij het Bauhaus. Helaas, vrouwen moesten zich bezighouden met textiel en serviezen. En architectuur was een mannenzaak, vonden de heren van de kunstacademie. De 21-jarige belandde achter het weefgetouw. Van der Mijll vond dat eerst ‘te peuterig, te knus’, later was ze toch tevreden met de verplichte koerswijziging. “De ingenieursvonk ontbrak me, zooals den meesten vrouwen.”

Lees verder na de advertentie

Als enige Nederlander verliet Van der Mijll de Bauhaus-academie drie jaar later met een diploma. Wel waren er zo’n tien Nederlandse studenten die in de veertien jaar dat de opleiding bestond, een tijdje aan de school studeerden. En dan waren er de docenten: drie Nederlanders gaven er les, maar geen had een vaste aanstelling.

Toch was er veel wisselwerking tussen Nederlandse ontwerpers en de Duitse academie, zo wil het Boijmans Van Beuningen laten zien. Het Rotterdamse museum pakt voor de sluiting vanwege de verbouwing nog één keer groot uit met een duizelingwekkende presentatie van zo’n achthonderd kunstvoorwerpen uit een halve eeuw lang moderne vormgeving uit Duitsland en Nederland, van 1919 tot 1968.

Theo van Doesburg en Walter Gropius waren geen vrienden

Kunst die gaat van Kandinsky’s eerste abstracte schilderijen tot reclameposters voor kinderkleding, van experimentele foto’s tot maquettes van de Van Nelle-fabrieken in Rotterdam uit 1929 en het tijdschrift ‘Goed wonen’. Bauhaus was geen duidelijk te herkennen stijl, het staat voor een brede waaier aan moderne ideeën en uitwerkingen in architectuur en industriële vormgeving, waarin iedereen een eigen richting koos en eigen dogma’s nastreefde. Een kapstok voor een bonte verzameling kunstenaarsjassen.

Bauhütte

Architect Walter Gropius was in 1919 directeur geworden van een kunstacademie in Weimar waarin twee al bestaande kunstopleidingen fuseerden. Hij koos voor de makkelijk te onthouden naam Bauhaus als verwijzing naar de middeleeuwse Bauhütte, waarin alle handwerkslieden bij de bouw van kathedralen samenwerkten. En hij bedacht een systeem waarbij studenten het eerste jaar vanaf de basis van het ‘bouwen’ begonnen: ze deden oefeningen met primaire kleuren en geometrische figuren. Gropius’ slimste zet qua naamsbekendheid was dat hij en de latere directeuren in de loop der tijd zo’n tweehonderd kunstenaars uitnodigden als docent: het gaf de academie een groot aanzien. Tegelijkertijd was het met al die eigenwijze persoonlijkheden lastig koers houden, er waren continu wijzigingen in de opzet en de directie.

Walter Gropius, Wassily Kandinsky en J.J.P. Oud tijdens de Bauhaus-tentoonstelling in Weimar, 1923. © Boijmans

Een van de bekendste Nederlandse kunstenaars van dat moment, Theo van Doesburg, kwam zelfs onuitgenodigd. Hij was in 1917 een van de oprichters geweest van De Stijl, een beweging die qua rechtlijnigheid en afkeer van krullen sterk leek op de uitgangspunten van Gropius. Goede vrienden waren die twee niet: Gropius noemde Van Doesburg een opschepperige proleet, de Nederlander vond het een knullige organisatie. Hij kwam in 1921 in Weimar aan, huurde een atelier, verhuisde zelfs de redactie van tijdschrift De Stijl mee, en begon studenten zelf les in architectuurontwerpen te geven bij hem thuis. 

Kitty van der Mijll zou haar leven lang profiteren van de opleiding

Die lessen moeten indruk hebben gemaakt, hoe precies die invloed heeft uitgewerkt is lastig vast te stellen. Nadat de academie in 1925 naar Dessau verhuisde, en in 1932 nog een jaar in Berlijn zat, achtervolgd door groeiende tegenstand van de politiek, kwam in 1933 een einde aan het Bauhaus. Een aantal oud-studenten en -docenten vluchtten naar Nederland, anderen zouden na de oorlog hier verder werken. Dat Walter Gropius na 1933 hakenkruisvlaggetjes tekende in zijn ontwerpen, de Duitsheid van het Bauhaus onderstreepte en oud-studenten later de serieproductie van de barakken van de concentratiekampen bedachten, komt in museum Boijmans niet ter sprake.

Wirwar

In Rotterdam kan de bezoeker proberen grip te krijgen op de wirwar van connecties, levenswegen en vriendschappen tussen de honderden kunstenaars met behulp van een tablet: kies een kunstenaar en de voor hem of haar relevante stations op de tentoonstellingsplattegrond lichten rood op. Toch wordt het voor de iets minder scherpe bezoeker al snel een doolhof. Niet alle invloeden zijn even overtuigend, daar is de selectie veel te breed voor. Beter kan je de tentoonstelling zien als een overzicht van een halve eeuw grafische en industriële vormgeving en architectuur in Nederland en Duitsland: gebruiksvoorwerpen en gebouwen als decorstukken voor een maakbare, rechtlijnige wereld.

Kitty van der Mijll Dekker, ‘Bauhaus Diplomarbeit’, veelkleurig slingerbindingsweefsel voor katoenen bedsprei (detail), 1932, handgeweven katoen. © Boijmans

Kitty van der Mijll zou haar leven lang profiteren van haar opleiding: ze zette in Nunspeet haar eigen weverij op, De Wipstrik, gaf les aan de latere Rietveldacademie, en maakte ook grootschalig toepasbare ontwerpen. Een van haar meestgebruikte ontwerpen was een vierkant met gekleurde rode, blauwe, gele en groene strepen langs de rand. Een revolutionaire verandering in de vormgeving van een alledaags gebruiksvoorwerp dat tot dan toe enkel rood of blauw was geweest: de theedoek.

Veel Bauhaus-activiteiten in Duitsland

In Weimar moest het Bauhaus lang wijken voor de klassiekere beroemdheden uit het stadje, Goethe en Schiller. Het bestaande Bauhausmuseum tegenover het Theatergebouw was krap behuisd. Op 6 april opent een nieuw Bauhausmuseum in Weimar, en ook op veel andere plekken in Duitsland wordt gevierd dat Bauhaus een eeuw geleden werd opgericht. Zo zijn er in Dessau vanaf 18 april meer ruimtes van het door Walter Gropius ontworpen schoolgebouw toegankelijk voor bezoekers en is in Berlijn de eerste week van september ‘Bauhauswoche’. 

Ook dichterbij de Nederlandse grens zijn Bauhaus-activiteiten: veel oud-studenten kregen hun opdrachten van de industrie in Noordrijn-Westfalen. Krefeld, veertig kilometer vanaf Venlo, was bijvoorbeeld bekend om de zijdeweverijen. Bauhausdirecteur Ludwig Mies van der Rohe ontwierp er in 1931 een fabrieksgebouw en zo’n 25 oud-Bauhausstudenten maakten er ontwerpen, waaraan in een speciale presentatie wordt herinnerd. In het Folkwang Museum in Essen zijn overzichtstentoonstellingen met werk van Bauhaus-kunstenaars Lyonel Feininger (tot 14 april) en Lászlo Moholy-Nagy (vanaf 20 september).

Boijmans verbouwt

De Bauhaustentoonstelling is de laatste grote tentoonstelling voordat het Boijmans lange tijd dicht is. Om het voorlopige afscheid van gebouw en collectie iets makkelijker te maken, zijn er twee kleine tentoonstellingen. Aan de vorig jaar overleden Rotterdamse kunstenaar Co Westerik wordt een overzichtstentoonstelling gewijd, met naast zijn beroemde werk ‘Snijden aan gras’ ook een presentatie over zijn ‘Touwtjesspringend meisje’ uit 1976, een tijdelijke schildering van 17 meter hoog op de muur van een Rotterdams politiebureau. Daarnaast is er de expositie ‘Als de luiken sluiten’, met zeventig hoogtepunten uit de collectie. Tijdens de verbouwing trekt de collectie door Rotterdam: schoolklassen kunnen een kunstwerk in de klas uitnodigen, er wordt gewerkt aan een locatie in Rotterdam-Zuid. En in 2021 opent het openbare depotgebouw.

Nederland Bauhaus: pioniers van een nieuwe wereld

Tot 26 mei in Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam
★★★☆☆

Lees ook:

Museum Boijmans graaft in zijn oorlogsverleden en laat het oordeel aan u

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte directeur Dirk Hannema van Museum Boijmans samen de Duitsers. Zo bezorgde hij zijn museum een slechte naam. Met een onderzoek en tentoonstelling wil het museum volledige openheid geven over deze moeilijke periode.

Deel dit artikel

Theo van Doesburg en Walter Gropius waren geen vrienden

Kitty van der Mijll zou haar leven lang profiteren van de opleiding