Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Autobiografie van Kübler-Ross alleen voor de verstokte fans

Cultuur

FRANS MEULENBERG

Review

Sinds mensenheugenis gaan we dood; sterven doen we eigenlijk pas sinds enkele eeuwen. Wat ik bedoel is: waar de dood eerst als een ongrijpbaar fenomeen werd verpakt in het troostrijk zachte fluweel van rituelen, leidde het actief nadenken over de omgang met de dood pas tot heuse opvattingen over het doodgaan. Dit laatste heet sterven.

Het sterven is in rouw gedrenkt. Allerlei emoties spelen daarbij schijnbaar lukraak een rol. Het is de verdienste van de Amerikaanse, in Zwitserland geboren psychiater Elisabeth Kübler-Ross dat zij in het proces van rouwverwerking patronen herkende. Vijf stadia onderscheidde zij: woede, ontkenning, onderhandelen, neerslachtigheid en aanvaarding. Met boeken hierover, zoals 'Lessen voor levenden' en 'Lessen voor stervenden', werd ze wereldberoemd.

Na zes beroertes is ze nu geheel hulpbehoevend. De autobiografie 'De cirkel van het leven' zal haar allerlaatste boek zijn, ook omdat in 1994, na een brandstichting, al haar aantekeningen, dagboeken, brieven en documentatiemateriaal verloren gingen. De autobiografie moet dus met enorme geestkracht geschreven zijn.

Kübler-Ross gaat schematisch en chronologisch te werk. Haar leven verdeelt ze over hoofdstukken met titels als 'De muis' (de auteur als kind), 'De beer', 'De buffel' en 'De adelaar' (het slothoofdstuk, waarin de bejaarde auteur met een helikopterblik op haar leven terugziet). Het gebruik van dit soort eenvoudige beeldspraak is het keurmerk van Kübler-Ross.

Hoe ziet de reconstructie van haar leven eruit? Ze zoekt de oerbron van haar wil om zich te onderscheiden in het feit dat ze opgroeide als 'onderdeel' van een identieke drieling. Identiteitsloos, aldus haar eigen woorden. Ze zette zich af tegen haar vaders voorspelling dat hij haar als secretaresse op kantoor zou nemen door als kind opstellen te schrijven over ontdekkingsreizen. Op school nam ze veelgeplaagde, zwakke en gehandicapte kinderen in bescherming. Al vroeg ontwikkelde ze een liefde voor dieren. Zo gaat het maar door; het lijkt allemaal iets te veel op een heiligenleven.

De oorlog ging aan het neutrale Zwitserland voorbij. Pas na de oorlog, onder andere via een bezoek aan het concentratiekamp Majdanek, ontdekte ze de kaalslag ervan.

Ze volgde een opleiding tot arts en raakte onder de indruk van de theorieën van de psychiater C. G. Jung. Tijdens de artsenopleiding ontdekte ze haar drijfveer: de morele plicht van de mens om het leed van anderen te erkennen en te proberen hen te helpen.

Overal zag ze dat oorlogsleed, maar ook problemen van geweld, thuisloosheid en later aids, alsmede alledaags verdriet, de wereld in hun greep hadden. Als arts werkte ze met kankerpatiëntjes op een kinderafdeling. Later adopteerde ze aids-kinderen. Haar jarenlange intensieve gesprekken met stervende patiënten vormden de basis voor haar seminars en haar theorieën: “Door te luisteren naar terminale patiënten leerden we allemaal wat we in het verleden anders hadden moeten doen en wat we in de toekomst beter konden doen.”

Maar gaandeweg de ouderdom ontpopt zich de medicus meer en meer als mysticus. Zeker in haar autobiografie, waar zij aan het eind vaststelt: “In het leven na de dood komt iedereen voor dezelfde vraag te staan: hoe vaak stond je klaar voor anderen? Wat heb je gedaan om te helpen?” Vragen die mensen zich, in afwachting van een onzeker hiernamaals, inderdaad beter bij leven kunnen stellen.

Haar betoog verliest gaandeweg samenhang en brokkelt af in etherische statements als 'Tegenslag maakt je alleen maar sterker', 'Niemand sterft alleen' of 'Iedereen wordt gezegend en geleid'.

Aan iedere autobiografie gaat een selectie vooraf, waarna met fictionele instrumenten een geheel gesmeed wordt. Dat geeft een autobiografie stijl, samenhang én zin. Ik vrees dat zowel stijl, samenhang als zin in dit boek ontbreken. Het aantal tearjerkers is gewoon te hoog: wat moet de lezer met het verhaal over haar favoriete konijntje en de martelgang van de kleine Elisabeth met dit konijn naar de slager? De toevoeging van de slager, naderhand, dat het konijn drachtig was, kwadrateert het smartlappengehalte.

Ondanks deze kritiek staan Kübler-Ross' verdiensten nauwelijks ter discussie. Aandacht voor psychosociale en emotionele aspecten is blijvend relevant, zeker in onze technologische gezondheidszorg. Nog steeds vormen de vijf stadia van rouwverwerking een leidraad voor hulpverleners. Hierover zijn goede Nederlandse vertalingen beschikbaar.

Deze autobiografie echter is uitsluitend geschikt voor de doorgewinterde fans. Het boek geeft geen dieper inzicht in de ontwikkeling van haar denken maar biedt enkel wat snapshots uit haar leven. Veel hiervan was al bekend uit Derek Gills 'Biografie van een bijzondere vrouw' en Susanne Schaaps 'Een mensenleven voor het goede sterven'.

'Doodgaan is een kunst, zoals alles', schreef de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath ooit. Elisabeth Kübler-Ross zal dat zeker onderstreept hebben. Maar ook schrijven is een kunst. Die kunst is ze in haar autobiografie - geschreven in een hinderlijk soort kinderlijke eenvoud - helaas niet meester.

Deel dit artikel