Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Auke Hulst portretteert Nixon treffend als de voorvader van de boze witte man

Cultuur

Rob Schouten

President Richard Nixon spreekt de pers toe in het Witte Huis, 1973. © AP
Boekrecensie

Duistere Dostojevski-achtige trekjes van Nixon worden door Auke Hulst treffend verbeeld.

Auke Hulst is met tien boeken in twaalf jaar een vruchtbaar schrijver, maar ook iemand die zich geleidelijk aan heeft ontwikkeld. Filmisch waren zijn romans altijd al, iets wat ik associeer met zijn belangstelling voor Americana, en voor gebeurtenissen en ontwikkelingen uit de recente geschiedenis, maar dat ging soms ten koste van de psychologie. Romans als ‘Wolfskleren’ (2009) en ‘Slaap zacht, Johnny Idaho’ (2015) lazen als avonturen- en ‘on the road’ romans; niet toevallig schreef hij over de vader aller beat-schrijvers Jack Kerouac en ontving hij de Bob den Uyl prijs 2018 voor reisliteratuur.

Lees verder na de advertentie

Zijn jongste roman, ‘Zoeklicht op het gazon’, een roman over Richard Nixon, is echter een ander geval, waarin hij laat zien dat hij inmiddels een volleerd literair portretschilder is geworden.

Eigenlijk hebben we hier te maken met het prototype van de misantroop, een regelrechte voorvader van de boze witte man van tegenwoordig

Richard Nixon, voortlevend onder de bijnaam ‘Tricky Dicky’, het nachtwezen dat ‘s nachts door het Witte Huis dwaalde en die moest aftreden vanwege het Watergate-schandaal, is misschien wel hét voorbeeld van omstreden presidentschap (al kan de tegenwoordig dienstdoende president er, op zijn eigen wijze, ook wat van), maar hij is vooral ook fascinerend vanwege de duistere, Dostojevski-achtige kantjes van zijn persoonlijkheid, die Hulst treffend verbeeldt.

In drie aktes begeeft de schrijver zich in de psyche van de gekwelde wereldleider, eerst tijdens een doorwaakte nacht in het Witte Huis, vervolgens op het moment dat hij, in 1960, de verkiezingen verliest van Kennedy, en tenslotte op de dag dat hij, na de Watergate-affaire, publiekelijk moet aftreden om wat hij ergens zelf ‘een inbraakje van niks’ noemt. Maar dat is het juist, Hulsts Nixon biedt ons een kijkje in de verongelijkte ziel van een man die zich uit armoedige omstandigheden wist op te werken tot het hoogste ambt, maar die er toch nooit van kon genieten. Of zoals hij, in 1960, aan het begin van zijn carrière nog, al zou voelen: “Hij was boos over iets wat misschien niet eens zou gebeuren. Of nee, wel. Het was al gebeurd en het zou nog gebeuren. Zo vaak als hij al gebruuskeerd was in kranten, in debatten, in de kleinste uitingen van alledag, zo vaak als hij niet tekort was gedaan, onderschat was, verkeerd getypeerd, verkeerd begrepen. Gehaat.”

Nixon als verbitterd, gefrustreerd, verongelijkt mens is historisch misschien wat erg dik aangezet maar het levert vooral een overtuigend portret op van een bepaald karakter. Wantrouwig tot op het bot als hij is, is eigenlijk alleen zijn naaste familie vrijgesteld van zijn chronische argwaan en overgevoeligheid. Zelfs vriend Kissinger, zijn bloedeigen ‘heilige’ moeder Hannah, zijn voormalige rivaal Kennedy met wie hij een haat-liefde verhouding had, behoren in zekere zin tot de vijanden. 

Mooi is het latente antisemitisme (‘die jodenbende wilde hem vangen op zijn zwakste moment’) en de minachting voor de nep-verlichtheid van de elite (‘nietszeggende kosmopolieten zonder morele kern, zonder mededogen voor mensen die gebogen door het veld liepen, al dan niet onder de knoet van God’), neergezet naast een algemene afkeer van de ‘Oostkusteikels’: “nee, hij was geen gladde jongen, dat wist hij best, een lichtvoetige lullepot behoorde niet tot zijn repertoire, maar hij minachtte Jan met de pet niet. Hij wás de gewone Amerikaan.”

Eigenlijk hebben we hier te maken met het prototype van de misantroop, een regelrechte voorvader van de boze witte man van tegenwoordig. Ook het nevenportret van de sterke vrouw naast hem, Pat, past in dat plaatje. Nixons grootste moment komt als hij als president het veld moet ruimen en in een afscheidsrede zichzelf overtreft, alsof hij pas in zijn ultieme nederlaag kan gloriëren.

Auke Hulst heeft zich sterk ingeleefd in het karakter van Nixon, een van de meest omstreden figuren uit de recente wereldgeschiedenis, anders kun je zo’n roman niet schrijven. Het mooie is dat je ondanks de onaantrekkelijke, naargeestige kantjes van de man toch een soort begrip en mededogen met hem opvat, alsof hij de belichaming van het menselijk tekort is. Zo roept zijn controversiële karakter, dat vooral ook met zichzelf in gevecht was, ook in de lezer paradoxale gevoelens op, een mengsel van afkeer en empathie met een man die van zichzelf binnen moest zien te komen zonder welkom te zijn: “De wereld zou de deur niet voor hem openhouden, dat wist hij, hij zou de deur met geweld in moeten trappen.”

OordeelPortret van een naargeestige man die toch compassie oproept

Auke Hulst
Zoeklicht op het gazon
Ambo Anthos; 192 blz. € 20

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Deel dit artikel

Eigenlijk hebben we hier te maken met het prototype van de misantroop, een regelrechte voorvader van de boze witte man van tegenwoordig