Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

August Willemsen en Daniel Cross componeren taal en klank van Rosa

Cultuur

Stijntje Blankendaal

Review

August Willemsen, schrijver en vertaler, waagde zich in 1991 aan de vertaling van 'Grande sertão: veredas' (1956) van de Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa, nadat hij die beslissing vijftien jaar voor zich uit had geschoven. Het werk is onleesbaar, totdat de magie van de muziek in het boek je in zijn macht krijgt en je meevoert door de eindeloze woordenstroom. De jonge componist Daniel Cross raakte in de ban van 'Diepe wildernis: de wegen' en schreef de compositie voor een 'suite voor sextet en spreekstem': 'Diepe wildernis'. August Willemsen vertelt.

In zijn ruime woning in de Bijlmer loopt Daniel Cross onrustig rond, August Willemsen schenkt koffie: ,,Zie hier, zie daar'', mira, veja, één van de weinige staande uitdrukkingen in 'Diepe wildernis: de wegen' die Willemsen tot de zijne heeft gemaakt. Het door Rosa (1908-1967) zelf tot meesterwerk uitgeroepen boek, verloochent de wetten van de grammatica en roept het woord uit tot poëzie. ,,Terug naar de oorsprong van de taal.''

Rosa noemde zich geen revolutionair, hij zag zichzelf veel liever als reactionair. Maar Daniel Cross vernoemde zijn zeskoppig ensemble, het RosA EnSEmBle, naar de meester: ,,Misschien brutaal, maar ik voelde mij verbonden met zijn vernieuwingsdrang, het zoeken naar nieuwe wegen.''

In de voorstelling 'Diepe wildernis' wordt met muziek en tekstfragmenten -voorgedragen door August Willemsen- het verhaal verteld van oud-grootgrondbezitter Riobaldo over zijn leven als bandiet in de sertão, bij Rosa het savanne-achtige gebied in de noordelijke helft van de deelstaat Minas Gerais, het oosten van Goiás en het zuiden van Bahia. Riobaldo's voornaamste opdracht bestond uit het wreken van de moord op bendeleider Joca Ramiro, de vader van zijn vriend Diadorim. De moordenaar was bendegenoot Hermógenes, een verrader, de vertegenwoordiger van het kwaad. Diadorim staat voor de grootse, maar onmogelijke liefde in Riobaldo's leven: liefde, dood, goed en kwaad, god en duivel, waartussen de mens zijn weg zoekt.

In zijn nawoord geeft Willemsen een beknopte versie van de vele colleges die hij over Rosa in Brazilië gaf en later aan een klein groepje liefhebbers aan de Universiteit van Amsterdam (,,Mijn Rosarium''), al voor hij aan de vertaling begon. Hij leerde ze lezen: 'lezen zonder grammatica. Muzikaal lezen. Lezen als een kind. Je laten wiegen door de woorden'. Want ook voor veel Brazilianen was de taal een struikelblok, maar: 'Of men het leest als avonturenroman of als esoterisch rituaal, 'Grande sertão: veredas' is als van een verblindende rijkdom, meerduidig, fascinerend en onuitputtelijk als het leven zelf.'

Rosa zelf kondigde het aan als spannend jongensboek en deed de oproep de ontknoping geheim te houden: ,,De lezers, en degenen die over het boek schrijven, wordt verzocht niet de afloop van het verhaal te onthullen, om niet de anderen te beroven van het genoegen zelf het geheim te ontdekken van 'Grande sertão: veredas'.'' In de voorstelling 'Diepe wildernis' vindt de ontknoping binnen een uur plaats, maar doen de enkele tekstfragmenten, uit een totaal van 524 bladzijden, en de intrigerende muziek smaken naar meer.

August Willemsen: ,,Als vertaler moet je normaal gesproken precies weten wat wat betekent. Bij Rosa had ik een zekere mate van vrijheid, want hij gebruikt nieuwe woorden en poëtische taal. In eerste instantie ben ik het niet grammaticaal gaan lezen, maar gewoon gaan doorlezen tot mij het licht opging en ik begreep wat hij bedoelde. Het gaat om de muziek in zijn taal, die is belangrijker dan de pure betekenis.''

,,Toen ik in 1990 in een revalidatieoord lag, na het breken van mijn heup, en ik mijn Machado de Assis-project (een negentiende eeuwse Braziliaanse schrijver) had afgesloten, dacht ik: nu moet het maar, God zegene de greep. Rosa's 'De derde oever van de rivier' had ik al in 1977 vertaald, maar bij 'Diepe wildernis: de wegen' had ik steeds het gevoel gehad dat ik er nog niet aan toe was. Ik heb het geweten. Anderhalf jaar zat ik tot vier à vijf uur 's morgens aan mijn stoel gekluisterd.''

,,Het probleem begon al op de eerste pagina met de eerste woorden 'No nada', een dubbele ontkenning, (não, nada), maar ook met de implicatie 'in het niets'. De verteller, Riobaldo, verwijst naar iets dat vooraf is gegaan en iets dat volgt. Uiteindelijk heeft het muzikale element de doorslag gegeven en heb ik gekozen voor de alliteratie in 'niets, niemendal'. Als ik doorbladerde zag ik een heleboel van die moeilijke woorden... De angst voor het onvertaalbare. Stoppen kon ik niet, want Rosa begint links bovenaan de eerste pagina en eindigt rechts onderaan, zonder hoofdstuk indeling of zelfs maar een witregel.''

Die wildernis, het 'schijnbaar onlogische', daagde Daniel Cross uit het boek te bewerken tot muziek, niet om te temmen, maar om zijn vrienden op de hoogte te brengen van het werk, als een missionaris gelijk. Cross: ,,Het is een gehaaide truc van Rosa: je wordt echt de diepe wildernis in geworpen. De eerste keer heb ik er een jaar over gedaan, ben steeds opnieuw begonnen, maar ik zou het uitlezen. Toen ik het uit had, ben ik onmiddellijk opnieuw begonnen. Ook het Nederlands is knotsgek. De eerste bladzijde heb ik zo'n honderd keer voorgelezen, aan iedereen die het horen wilde. Het is ook echt een boek om voor te lezen, want in wezen is het een gesproken tekst. Ik heb heel wat mensen aan het boek gekregen, maar jammergenoeg weigert de uitgever tot op heden een heruitgave.''

De 'muziektheatervoorstelling' kwam tot stand door de samenwerking tussen Cross en Willemsen die via de fax verliep. August Willemsen woont sinds een paar jaar in Australië, Melbourne. Hij zocht de teksten uit: ,,Het was een intense samenwerking op afstand. Ik was vereerd. Maar ook benieuwd: wat kun je er in godsnaam mee doen? Daniel stuurde mij de muzikale Diadorim. 'Oh', dacht ik, 'zo kan het ook'. De selectie van fragmenten deed ik. Daarvoor heb ik gegrasduind en hier en daar citaten geplukt. Afgezien van het inhoudelijke aspect ging het ook om de afmeting en moesten de woorden het goed doen als ze hardop gelezen worden.''

,,De woorden moeten de dramatische lijn illustreren. Ik ontdekte bij toeval de impact van de naam Hermógenes, de verrader, aan het begin van een fragment. Daar gaat zo'n dreiging vanuit, dat omineuze, dat zit hem in de herhaling die ik erin gebracht heb: 'Hermógenes, gal in halfslaap, een gesel van ijs.' Maar ook de klemtoon is belangrijk, bijvoorbeeld in de zin: 'De smaak van honing komt, als men likt aan het wóórd'. Ik vind het heerlijk om te acteren.''

In zijn muziek zocht Daniel Cross naar dezelfde ononderbroken lijn als Rosa in zijn verhaal: ,,Ik heb de muziek geschreven zonder maatstrepen, de noten gaan door, maar pas op: je kunt niet met de voet de kwarten meestampen, want ineens verandert de maat. De muziek moest dezelfde abstractie hebben als het boek, als een waterval zonder enige logica. Het merendeel van de muziek staat in contrast met de tekst. Je zou Braziliaanse muziek kunnen maken, maar dat zou dramatisch het stomste zijn wat je zou kunnen doen. Ik ben naar de sloop gegaan. Rondslaand op oud ijzer heb ik verschillende toonhoogten gesorteerd en daar een reeks van gemaakt: fis, gis, aïs, dat zijn de enige tonen.''

,,Kandinsky zei: één min één is twee: de kracht van het grootst mogelijke contrast. De accordeonist wilde maar steeds de wind nadoen, maar dat was nou niet de bedoeling. IJzer staat ver weg van het exotische, de onmetelijke wouden. De compositie is absoluut Nederlands geworden.''

Deel dit artikel