Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Art nouveau aan de Newa

Cultuur

Cees Straus

Begin 20ste eeuw tierde de art nouveau welig in tsarenstad Sint-Petersburg. De Hermitage in Amsterdam toont een fraai overzicht.

Halverwege de vier kilometer lange Alexander Nevsky Prospekt in Sint-Petersburg trekt een bijzonder winkelpand plotseling alle aandacht. Met de imposante maar wel erg robuuste Kazansky kathedraal in de rug vallen de weelderige dames en heren aan de art-nouveaupui van het Elisejev huis extra op. De ondergelegen delicatessenwinkel van Elisejev en het naastgelegen Komedie Theater krijgen met de rijk gedecoreerde gevel overdadige aandacht. Het is niet de enige plek langs de boulevard waar bijzondere architectuur uit het einde van de negentiende eeuw staat. Even verderop, waar de prospekt het Moika-kanaal kruist, staat nog altijd het voormalige onderkomen van de Amerikaanse naaimachinefabrikant Singer. Elders rijst het Vitebski station op, ook al een wonder van de ’Nieuwe Kunst’, oftewel de Stil Moderne, zoals deze stroming in Rusland werd genoemd. De Franse art nouveau en haar Russische zusje vormen het onderwerp van een mooie collectie schatten uit de Hermitage Sint-Petersburg die nu voor ruim een half jaar is te zien in de Hermitage Amsterdam.

Op deze tentoonstelling zijn uiteraard geen voorbeelden van architectonische hoogstandjes te zien. De Russische Hermitage bezit een grote hoeveelheid objecten, vooral glas in de vorm van vazen en verlichtingsarmaturen, maar ook sieraden en kleinmeubelen die nu voor een presentatie aan de Amstel worden ingezet. Het grootste deel van deze objecten was ooit in het bezit van de laatste tsaren die in het revolutiejaar 1917 door de bolsjewisten ter dood werden gebracht. In hun laatste levensjaren volgden de tsaren de Franse mode op de voet. Ze waren gek op glazen objecten van beroemde ontwerpers als Gallé en Daum uit de art-nouveauhoofdstad Nancy, maar keken ook niet vreemd op van zo’n exuberant eitje van het juweliershuis Fabergé, dat hun jaarlijks werd geoffreerd. In mindere mate kochten de tsaren ook graag porselein van Royal Copenhagen uit Denemarken.

Voor de Fabergés hadden de zaken zich al eerder in Rusland zo spoedig ontwikkeld dat ze al in de eerste helft van de negentiende eeuw besloten om in Sint-Petersburg een eigen filiaal annex werkplaats te installeren. Omdat hun naam voorgoed aan die van de tsaren verbonden raakte, was Carl Fabergé, zoon van de oprichter van de Franse firma, wel gedwongen het land bij aanvang van de Revolutie te verlaten. Daarmee kwam een einde aan een Frans-Russische relatie die meer dan een eeuw heeft geduurd.

In veel opzichten betekende dat ook het einde van de art nouveau in Sint-Petersburg. Het einde van de Eerste Wereldoorlog markeerde niet alleen een wankele periode van vrede in Europa, het was ook het begin van een woelige tijd vol snelle machtswisselingen, op straat, maar ook in regeringskringen. Daar paste de luxe sfeer van de art nouveau, die gekenmerkt wordt door een grote belangstelling voor de florale wereld, niet bij. Totalitair ingestelde staten wilden een optimistischer en vooral dynamisch soort kunst. Vandaar dat Rusland en niet te vergeten Italië stromingen initieerden als het futurisme en constructivisme, om over het latere realisme onder Stalin en Mussolini maar te zwijgen.

Wandelend over de Alexander Nevsky Prospekt die op den duur uitkomt op het gelijknamige klooster en kerkhof waar zoveel Russische kunstenaars begraven liggen, realiseer je je al snel dat Sint-Petersburg nooit de hoofdstad van de art nouveau is geweest. Dat was natuurlijk Nancy, waar een kunstminnend bedrijfsleven zat dat zijn kantoren, maar ook de particuliere woningen, door de beste Franse ontwerpers aan het einde van de negentiende eeuw liet decoreren. Art nouveau komt behalve uit Nancy ook uit Parijs (waar Hector Guimard de metro-ingangen ontwierp), Brussel (Horta), Glasgow (Mackintosh), Barcelona (Gaudí en Domènech i Montaner), Wenen (waar de term Secession werd gebruikt), zelfs Praag (Mucha), of Den Haag (Toorop) en München (Jugendstil). Art nouveau en Sint-Petersburg lijken onverenigbare krachten op het gebied van architectuur maar ook van de toegepaste kunsten. De tweede stad qua grootte in Rusland maakt meer een Italiaanse indruk, zeker als je kijkt naar de paleizen en patriciërshuizen langs de grachten in de binnenstad. Die dateren vaak nog uit het stedelijke plan van de Italiaanse bouwmeester Bartolommeo Rastrelli.

Dat achttiende-eeuwse aanzien beheerste ook de daaropvolgende eeuwen. Maar waar rond 1880 gebouwd kon worden – en dat waren beduidend meer invullingen dan alleen aan de Nevsky Prospekt – ontstonden geraffineerde vormen van bouwkunst in de trant van de Nieuwe Kunst. Vooral in de wijk Petrogradskaja-zijde is de invloed van de Franse architectuur op haar Russische collega’s duidelijk zichtbaar geworden, al wordt ze daar wel heel erg gedomineerd door historisme en eclecticisme (voorkeur voor neo-stijlen die naast elkaar en vaak in hetzelfde ontwerp konden bestaan).

De kwaliteit van de toegepaste kunst in Rusland is een ander verhaal. Bereikte de Russische architectuur een hoog niveau, voor objecten in edele metalen, in glas of keramiek moesten de tsaren en hun omgeving afgaan op de prestaties van de ontwerpers uit Nancy. In Rusland bestond op een gegeven moment zoiets als een Keizerlijke Porselein- en Glasfabriek, maar zowel de ontwerpkwaliteit als de innovatieve technische verwerking kon het niet halen bij het Franse bedrijf. Omdat Rusland door Frankrijk als een bondgenoot in de strijd tegen aartsrivaal Duitsland werd beschouwd (denk aan de Frans-Duitse oorlog van 1870 die zich afspeelde in en rond Elzas-Lotharingen waar Nancy ligt), werd het hof in Sint-Petersburg bezocht door Franse politici die de fraaiste cadeaus achterlieten.

Na de revolutie zijn veel van deze tsaristische bezittingen in de Hermitage in Sint-Petersburg terechtgekomen. Toch zijn er op enkele locaties nog stijlkamers te vinden aan de hand waarvan de smaak van de laatste tsaren op het gebied van de 'nieuwe kunst' vrij goed is te traceren. Tsarina Maria Fjodorovna (echtgenote van Alexandra III) richtte haar privé-vertrekken graag met artnouveaumeubelen en -accessoires in. Een voorbeeld daarvan is de nog altijd toegankelijke cottage, een intiem zomerverblijf dat onderdeel vormt van de Peterhof, een paleiscomplex even buiten Sint-Petersburg. Op de tafeltjes en in de vitrines van de ’study’ staan smaakvolle sierobjecten. Een sierlijke meeuw in het typerende grijsblauw van Royal Copenhagen en bovenal veel donkerrood en nachtblauw glas uit Frankrijk zijn de mooiste stukken. De Franse mode domineerde de Russische smaak, niet alleen van wie aan het hof verkeerde, maar ook wie gewoon op straat rondliep.

Deel dit artikel