Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Armando (1929 - 2018) creëerde alsof de dood hem op de hielen zat

Cultuur

Henny de Lange

Armando in 2015 © ANP
Naschrift

Schilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker: Armando, die zondagavond op 88-jarige leeftijd overleed, was het allemaal. Maar het meest zal hij herinnerd worden als beeldend kunstenaar en schrijver.

Kaarsrecht zat hij destijds klaar voor het interview met Trouw. Vlot jasje aan, glad geschoren, de haren strak in de scheiding, fonkelende ogen. Voor een tachtiger zag hij er heel goed uit. Dat straalde hij niet alleen uit, hij sprák het ook uit, met een spottend lachje. “Ja, ik mag er nog best zijn.” Maar het verzoek om samen met de verslaggeefster een wandeling te maken over zijn tentoonstelling, wimpelde hij resoluut af. “Als je me ziet lopen, ben ik ineens wel een oude man.”

Lees verder na de advertentie

De laatste jaren van zijn leven schilderde Armando alsof de dood hem op de hielen zat. Toen hij door gezondheidsproblemen moeite kreeg met lopen, realiseerde hij zich dat hij steeds minder tijd had om nog dat ene perfecte schilderij te maken. Steeds meer haast bespeurde hij bij zichzelf, omdat zijn volgende schilderij nog beter moest worden dan het vorige. “Er is geen tijd te verliezen”, zei hij bij het afscheid.

In elke idylle schuilt volgens Armando in aanleg het kwaad

Zondag overleed Armando in zijn woonplaats Potsdam in Duitsland, waar hij sinds 2008 een atelier had. Een week eerder had hij daar nog met directeur Suzanne Swarts van Museum Voorlinden in Wassenaar gesproken over de tentoonstelling die gepland is voor februari 2019. Een groots eerbetoon wordt het, omdat de kunstenaar later dat jaar negentig zou worden. Dat wordt het nog steeds, alleen nu postuum. Vanuit zijn rolstoel was hij nog steeds aan het schilderen, met hulp van assistenten. Maar dat doet niets af aan de kracht van zijn werk, zag Swarts. Ze vond zijn recente schilderijen zo goed, dat ze er daarvan ook een aantal heeft geselecteerd voor de tentoonstelling. Maar ze mocht geen foto van hem maken in zijn rolstoel.

Armando is het pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd, geboren in Amsterdam op 18 september 1929. Zijn moeder noemde hem in de wieg al Armando en zijn geboortenaam heeft nooit voor hem bestaan. De verleiding is groot om deze veelzijdige kunstenaar, die gezien wordt als één van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van Nederland, te betitelen als een multitalent. 

Een kunstenaartje

Behalve kunstschilder en beeldhouwer was Armando ook nog dichter, schrijver, acteur, film-, televisie- en theatermaker en journalist. Daarnaast trad hij een aantal jaren op als violist in het zigeunerorkest van Tata Mirando en met zijn eigen Armando-kwartet. Bij het grote publiek werd hij bekend door ‘Herenleed’, waarin hij van 1971 tot 1997 met Cherry Duyns en Johnny van Doorn sketches voor twee heren speelde met absurdistische humor, eerst in de tv-serie en daarna in de theaterversie. En dan was hij ook nog een goede amateurbokser in zijn jonge jaren. Maar een multitalent? Armando haatte dat woord. “Ik ben gewoon een kunstenaartje”, zei hij in datzelfde interview met Trouw. En dat was hij geworden, omdat hij nergens anders voor deugde. Om daar meteen met de nodige zelfspot aan toe te voegen dat een beetje valse bescheidenheid toch wel mocht.

Armando ontvangt in het Stadhuis in Utrecht de VSB Poezieprijs 2011. © ANP

Over de rode draad in het leven en werk van Armando is veel gezegd en geschreven. Gemakshalve wordt vaak geconstateerd dat zijn oeuvre gebouwd is op zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Armando werd in 1929 geboren in de Amsterdamse Pijp - in een milieu van de ‘gestampte pot’, zoals hij het zelf noemde. Vlak voor het uitbreken van de oorlog verhuisden zijn ouders naar Amersfoort, waar de jonge Armando van nabij de gevolgen van de oorlog meemaakte. Hij woonde in de buurt van het concentratiekamp Amersfoort. Hij haalde niet graag concrete herinneringen op aan die periode, maar de geluiden van schreeuwen, schieten en slaan raakte hij nooit meer kwijt. Evenals de beelden: een man die een brood over de omheining gooide, kale, uitgehongerde mensen en later, na de bevrijding, de voorbij marcherende NSB’ers die waren opgepakt. 

Uit die periode putte hij zijn inspiratie voor zijn proza, poëzie en schilderijen. Maar hij vond het te beperkt om te zeggen dat zijn werk over de oorlog gaat. De rode draad was voor hem de tragiek van de mens, de raadselachtigheid van het menselijk bestaan. Zijn werk gaat over goed en kwaad, dader en slachtoffer, schuld en onschuld. Existentiële thema’s die veel verder gaan dan de oorlog. In zijn monumentale schilderijen domineren zwarte vlaggen en landschappen van dikke rode en zwarte verfkorsten, verkoolde bomen en figuren die menselijk en onmenselijk tegelijk zijn. Zijn sculpturen lijken door oerkrachten gevormd. Zijn proza en poëzie worden bevolkt door daders en slachtoffers.

Als de mens met toestemming van boven anderen mag vernederen en vertrappen, dan doet hij dat altijd.

Armano

Armando introduceerde de term ‘schuldige bomen, bossen en landschappen’, omdat ze getuige zijn geweest van gruwelijke oorlogshandelingen. Het idyllische bos uit zijn jeugd werd zomaar ineens een strafkamp. In elke idylle schuilt volgens Armando in aanleg het kwaad. “Het bos heeft alles gezien en toegelaten, zonder een woord te zeggen. En het staat er nog: onbewogen als altijd” (Aantekeningen over de vijand, 1981).

Prinses Beatrix tijdens de opening van het nieuwe Museum Oud Amelisweerd met de tentoonstelling Armando in het woud. © ANP

'Entfleischt'

In 1949 keerde Armando terug naar Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. Hij ging in 1958 bij de Haagse Post werken, waar hij uiteindelijk chef van de kunstredactie werd. Daarnaast was hij beeldend kunstenaar. In 1959 trad hij toe tot de Nederlandse Informele Groep, een kunstenaarsbeweging die in 1960 opging in de Nul-beweging die zich afzette tegen de bestaande schilderkunst. Traditionele materialen als verf en steen moesten wijken voor afval en industriële materialen. Ook mocht het handschrift van de kunstenaar niet herkenbaar zijn, wat leidde tot seriematige producten en afstandelijke kunstwerken die enkel visuele informatie bevatten. Armando monteerde in die tijd zwarte bouten op een rood vlak en maakte zwarte en witte installaties met autobanden. Ook schiep hij ‘het zwarte water’: een bassin van zwart plastic gevuld met enkele centimeters water, maar met een enorme dieptewerking. 

Hij had geen goede herinneringen aan die tijd, bekende hij later. Toen hij net een week deel uitmaakte van de Nul-beweging, voelde hij zich al ‘entfleischt’. De Nul-groep bestond tot 1965, maar na het uiteenvallen ervan heeft hij nog twee jaar niet geschilderd, om daarna weer te beginnen waar hij voordien was geëindigd. Of zoals hij het zelf formuleerde: “Ik heb toen een paar jaar op spoor nul gezeten.”

Zijn internationale doorbraak kwam nadat hij in 1979 naar Berlijn was verhuisd. Hij ging naar die stad om de naweeën van de oorlog aan den lijve te ervaren. Hij leerde er ook om in ‘grijstinten’ te denken, zei hij in 1988 in een interview in de Haagse Post. “Kort na de oorlog lag alles veel meer zwart-wit. Ik heb meer oog gekregen voor het menselijk aspect. Je moet niet veel van de mensen verwachten. Wreedheden zitten óók in de mens. Als de mens met toestemming van boven anderen mag vernederen en vertrappen, dan doet hij dat altijd. Gretig.” 

Over zijn ervaringen in Berlijn schreef hij columns voor NRC Handelsblad, die later werden gebundeld. Voor ‘Machthebbers’(1983) kreeg hij de F. Bordewijkprijs en Multatuliprijs. Deze laatste prijs kreeg hij ook voor ‘De straat en het struikgewas’ (1988). In 1977 had hij al de Herman Gorterprijs gekregen voor ‘Het gevecht’. Voor zijn hele oeuvre ontving hij in 1985 de Jacobus van Looyprijs voor dubbeltalenten.

Kunstenaar Armando op de opening van zijn expositie in Amersfoort in 2008. © ANP PHOTO ROB VOSS

Nieuwe fase

Hij bleef tot 2004 in Berlijn wonen, waar hij jarenlang werkte in het oude atelier van nazi-beeldhouwer Arno Breker. Daarnaast reisde hij met zijn toenmalige vrouw Tony de Meijere regelmatig naar Nederland. Daar hadden ze aanvankelijk een pied à terre in Amsterdam. Daar kwam hij niet graag. Hij vond dat Nederland een ordinair, schreeuwerig en ontevreden land was geworden met als dieptepunt de ‘terreur van de Hilversum 3-herrie’. Toen hij vanwege zijn gezondheid in 2004 terugkeerde naar Nederland, was dat met forse tegenzin. Om het leed te verzachten, ging hij tien hoog wonen in een flat in Amstelveen met uitzicht op ‘vooroorlogs Nederland’: weilanden, sloten en boerderijen.

Over zijn eigen verbrande schilderijen merkte hij op: “Dat ruimt lekker op”.

Het was ook het begin van een nieuwe fase in zijn loopbaan, omdat hij had besloten zich volledig te concentreren op de schilderkunst. Want hij wilde nog ‘een paar mooie schilderijen’ maken. Schrijven had geen prioriteit meer, omdat zijn verzameld werk was verschenen. Al zat er nog wel een boek aan te komen. Het jaar ervoor had hij in het Concertgebouw in Amsterdam al zijn afscheidsconcert als violist gegeven. Zijn viool zou hij nooit meer aanraken, had hij bij die gelegenheid laten weten. Ook thuis niet, want aan spelen ‘voor de lol’ vond hij niets aan.

Vroeger was hij nog wel eens bang geweest dat zijn inspiratie zou opdrogen, maar daar had hij geen last meer van. Schilderen deed hij inmiddels wel met zijn linkerhand, omdat niet alleen uit zijn benen maar ook uit zijn rechterarm de kracht was verdwenen.

Gesamtkunstwerk

Na zijn dood, zo was bepaald, zou een belangrijk deel van zijn schilderijen, die hij tezamen als Gesamtkunstwerk beschouwde, naar de Elleboogkerk in Amersfoort gaan. Daar was in 1998 het Armandomuseum geopend. Het vooruitzicht dat zijn nalatenschap terecht zou komen in de stad waarmee hij zich zo nauw verbonden voelde, deed hem goed. Ook had hij plannen om naar Amersfoort te verhuizen. 

Daar kwam een streep door toen in 2007 een brand de Elleboogkerk en een groot deel van zijn levenswerk verwoestte. In de kerk was net de tentoonstelling ‘In het woud’ geopend, met door het bos geïnspireerde kunstwerken van oude meesters en hedendaagse kunstenaars. Waar iedereen verwachtte dat de kunstenaar zwaar aangeslagen zou zijn door het verlies van zijn werk, reageerde Armando laconiek. Wat hem vooral raakte was het verlies van de bruiklenen, waaronder een schilderij van Hercules Segers en grafiek van Dürer. Over zijn eigen verbrande schilderijen merkte hij op: “Dat ruimt lekker op”. Met die haast cynische reactie verbaasde hij de buitenwereld. Maar voor hem was het de enige manier om de realiteit aan te kunnen. Als jongen had hij dat geleerd, toen hij naast kamp Amersfoort woonde. En later had hij zichzelf daarin verder gehard. Als bokser, want dan leer je pas goed incasseren.

Daarom schilderde Armando gewoon door na de brand. Hij had geen tijd te verliezen. Hij had altijd al een enorme scheppingsdrang en die is sinds de brand alleen maar gegroeid, zei hij in 2014 in Trouw bij de opening van zijn nieuwe museum op het landgoed Oud-Amelisweerd. Het liefst wilde hij sterven 'voor de schildersezel, met de kwasten nog in mijn hand'. En bovendien is kunst, citeerde hij Nietzsche, de enige manier om de werkelijkheid te overmeesteren. “Wir haben die Kunst, damit wir nicht an der Wahrheit zugrunde gehen.” 

Het leven van Armando

Geboren op 18 september 1929 in Amsterdam als Herman Dirk van Dodeweerd
1945 studie kunstgeschiedenis
1957 eerste solo-expositie
1958 journalist bij de Haagse Post, waar hij later chef van de kunstredactie werd
1959 lid van de Informele Groep, die in 1960 opging in de Nul-beweging
1971-1979 acteur in tv-serie en theaterpogramma Herenleed
1979 verhuizing naar Berlijn en internationale doorbraak
1989 opening Armando Museum in Amersfoort
2004 terugkeer uit Berlijn
2007 Brand in het Armando Museum: 63 kunstwerken gaan verloren waaronder 35 van Armando
2008 verhuizing naar Potsdam in Duitsland
2014 heropening van het Armando Museum in het landhuis Oud-Amelisweerd in Utrecht

Armando kreeg tal van prijzen, waaronder de Multatuliprijs, de Bordewijk- en Herman Gorterprijs en de VSB Poëzieprijs. 

Lees ook:

'Sterven bij de ezel, dat wil ik wel'

Trouw sprak Armando in 2014, toen hij een nieuw museum opende op landgoed Oud Amelisweerd. "(...) Bang voor de dood ben ik niet, al hoop ik wel dat ik op een dag gewoon niet meer wakker word. Wat me ook wel mooi lijkt is om te sterven voor de schildersezel, met de kwasten nog in mijn hand." 

Deel dit artikel

In elke idylle schuilt volgens Armando in aanleg het kwaad

Als de mens met toestemming van boven anderen mag vernederen en vertrappen, dan doet hij dat altijd.

Armano

Over zijn eigen verbrande schilderijen merkte hij op: “Dat ruimt lekker op”.