Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Amsterdam - Centraal Station

Cultuur

door Karel Christiaanse

Het Stationsplein is een betekenisvolle plaats. Niet alleen vanwege de actualiteit, maar ook als historische plek.

Het Centraal Station van Amsterdam, kortweg CS, ligt op een kunstmatig eiland midden in de vroegere haven. Station en spoordijken sluiten het IJ af alsof de stad wilde laten zien dat ijzeren staven de scheepvaart verdrongen. Logisch is de situering niet. Treinen hebben weinig met water. Ook de grachten hebben niets met deze plek. Vanwege de bereikbaarheid zijn wegen als spaken van een wiel over de stadskaart getrokken. Het CS als spin in het web van weg- trein- en tramverbindingen. Want voor niemand is het station de bestemming. Dat op de duurste grond van Amsterdam geen “Hoog Catharijne” staat is een stille ongerijmdheid. Grondprijzen zie je niet, waterpartijen wel. We genieten van de charme van zulke impliciete tegenstellingen. Ze vormen een bron van schoonheid en humor. Het Centraal Station ligt daar midden in.

De over elkaar heen gelegde patronen van grachten en wegen ogen als een prachtig ontwerp. Met een schitterende entree van het station naar de oude stad. Het Stationsplein, in perspectief gezet, vormt het begin van een brede toegang naar de Dam. Straks helemaal vrij van verkeer en visuele obstakels. Zelfs de opstelling van de trams heeft iets bijzonders. Benadrukt worden ruimte, dienstbaarheid, aankomst en vertrek, het grote en het kleine, nabijheid en verte. In verwondering beziet de reiziger de historische stad, belijnd door Prins Hendrikkade, Victoriahotel en Nicolaaskerk. Dit was ooit de uiterste bebouwingsmogelijkheid.

Het eiland ligt ver buiten deze lijn. Het grenst aan het IJ, waar het water de zandlagen wegschuurde. Het station staat op een dun restant, met daarnaast een diepte van 100 meter. Houten palen reiken niet zo ver. Bij het heien verdwenen ze massaal in de blubber. Er werd naast en op elkaar geheid tot voldoende “stuit” was verkregen. Om gewicht te sparen werden lichte vakwerkbogen gebruikt. Opvijzelbare oplegpunten moesten de resterende instabiliteit opvangen. Bouwen op deze plaats is vragen om problemen. Er is alles op alles gezet om het kunststuk te voltooien. In de jaren zeventig zijn oplossingen verzonnen om rond het CS te kunnen bouwen. Dat bleek erg duur. Dat er geen gegadigden waren had voor het stadsbestuur een waarschuwing moeten zijn. Het waren immers niet de bouwkosten die ze afschrikten, maar het feit dat het eco-nomische centrum van Amsterdam zich naar “Zuid” verplaatste. Logisch, gelet op de relatie met Schiphol en de grote steden. Berlage speelde daarop in toen !

hij het “Station Zuid” ontwierp. Dat zou het centrum van Amsterdam ontlasten. Een doordacht plan dat in de latere planningswoede teloorging.

De naoorlogse filosofie was verbonden met een biologisch paradigma. Aderen (wegen) vervoeren bloed (verkeer) dat leven brengt (stedelijke functies). Verstopte verkeersaders verhinderden de doorstroming. Voor de hand liggende oplossing: dotteren. Plannen voor enorme doorbraken, waarvan bijna niemand de strekking meer kent, zouden de binnenstad opblazen. Geen ontlasting van het centrum (Berlage) maar intensieve cityvorming, gepaard met een ongebreidelde lust om oude wijken (stervend weefsel) te slopen. Dat gebeurde niet uit vernielzucht, maar -hoe gek dat ook moge klinken- voor de bouw van een nieuwe, betere wereld. Het metrotracé werd aldus, bewust, door de Lastagewegwoningen van de Nieuwmarkt geleid, wat tot woede en opstanden aanleiding was. Het motto van de overheid luidde “Vóór de burger maar niet dóór de burger”. Kritiek werd niet geduld. Het woord was aan de stedenbouwer, gedragen door in de ban geraakte bestuurders.

Slechts een enkeling realiseert een groot concept. Aanpassingen zijn interessanter, want zij sluiten aan waar de houdbaarheidsdatum verloopt, de leefbaarheid in het geding is. Niemand is god. Stedenbouw is mensenwerk. Het zijn de adepten die grote visies groot houden. Als dat te zeer tegen de verdrukking in gaat kent kritiek veel kieren om te gedijen. De cityvorming in de Amsterdamse binnenstad escaleerde tot grote tegenstellingen binnen en buiten het machtsapparaat. Leidend tot niet eerder vertoonde samenwerking met burgers. Naast belangen en emotie was er sprake van een stedelijk debat, dat knaagde aan de wortels van het beleid. Politici en ambtenaren op alle niveaus voorzagen actiegroepen heimelijk van informatie. Destijds kon je daarvoor worden ontslagen. Op de mat van de actiegroep Nieuwmarkt vielen directienotulen: Publieke Werken, Stadsontwikkeling Grondbedrijf, Metrobureau. Alternatieven, zoals voor het behoud van de Lastageweg-woningen, werden binnen Publieke Werken!

ontworpen. De actiegroep presenteerde de plannen.

Zo ook het metroalternatief door de Geldersekade. Dit zou én de Nieuwmarkt sparen én de felbegeerde noordzuidlijn realiseren. Op het oog een simpel, goedkoop en heilzaam plan, populair bij de media. De directeur Publieke Werken wees het als broddelwerk af. De actiegroep kon niet tegenwerpen dat het plan uit zijn eigen Dienst afkomstig was. Bronnen waren heilig. Een ingenieursbureau zou zich achter het plan moeten stellen. Dat gebeurde en het plan werd erkend. Maar de metroaanleg was net de buurt ingedraaid. Slim gespeeld. Tijdsverloop bepaalde de uitkomst van een dolgedraaid machtsspel. Met grote gevolgen. Ook de stadsvernieuwing had niet voortvarend kunnen beginnen zonder de morele overwinning op een uitgeput gemeentebestuur.

Gevolgen en resultaten doordringen de grond, liggen er onder, of zijn besloten in bijvoorbeeld het peperdure buurtherstel. Onder het Stationsplein krioelt de apotheose verder. Een geforceerde, onlogische opeenstapeling van stations op de meest onlogische plaats van de stad, de historische zeehaven, vormt de zoveelste aanpassing van de oude naar een nieuwe wereld. Typisch Amsterdamse humor. Typisch Amsterdamse schoonheid.

Lang na Berlage verrijst de 'Zuid-As': bouwplan van de eeuw. Maar ook bij het CS verrijst hoogbouw. Investeerders worden aangetrokken door nieuwe bestemmingen en de glans van de metro noordzuidlijn. Het kan dus toch, ook al is het te laat. De nieuwe metrolijn: laatste stuiptrekking van oud beleid. Wie zou de vingers nog eens aan zo'n miljardenpost willen branden? De binnenstad is imiddels autoluw geworden en het maaiveld teruggegeven aan de voetganger. Wie over twintig jaar het Stationsplein verlaat kijkt over de schouder naar imponerende hoogbouw. Het historische Centraal Station, optisch verkleind tot een stukje Madurodam, dat al jaren door de tourist in bezit is genomen. Geen stad ter wereld die zo uitbundig de rode loper uitlegt.

Deel dit artikel