Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als de jacht op de zwangeren is geopend

Cultuur

Jann Ruyters

Louise Erdrich. © Paul Emmel
Boekrecensie

Louise Erdrich schildert een wereld waarin de evolutie tot stilstand is gekomen en zwangere vrouwen het moeten ontgelden; klassieke sf van feministische snit.

Eindelijk is er weer eens een roman vertaald van Louise Erdrich. In de VS is ze gelauwerd, hier heeft ze, ondanks ruim dertig jaar productief schrijven (en veel geciteerde loftuitingen van bewonderaar Philip Roth) nooit een groot publiek verworven.

Lees verder na de advertentie

Erdrich bouwt aan een even eigenzinnig als toegankelijk oeuvre, met onheilspellende, geheimzinnige én troostrijke romans. Zelf een kwart Ojibwe situeert ze haar verhalen in het reservaat (in North Dakota of Minnesota) waar de bewoners kampen met armoede, zelfmoord, drank- en gokverslaving, maar er ook hun thuis en toevlucht vinden. Erdrich schrijft over de ingewikkeld vertakte familiebanden, over hartstocht en geweld dat generaties teruggaat en weer ver de schaduw vooruit werpt.

Om de licht magisch-realistische toets is haar werk wel vergeleken met dat van Gabriel Garcia Marquez, maar haar stijl blijft sober, de sfeer aards, ook als iemand op de parkeerplaats een geestverschijning heeft gezien of in de keuken een voorouder wordt aangeroepen. De toon is licht en ironisch, contemplatief. Het gaat niet om goed en fout, maar om de verwarde gevoelens daaronder. Zoals in haar voorlaatste roman ‘LaRose’ over een man die in een jachtongeluk het beste vriendje van zijn zoontje doodschiet en dan naar inheems gebruik besluit zijn eigen kind af te staan aan het getroffen gezin. Hoe iedereen daarna tobt met het verlies, schetst Erdrich ingetogen maar spannend. Kun je nog van iemand houden die iets verschrikkelijks heeft gedaan? Kun je van een vreemd kind gaan houden als het jouwe?

Erdrich schrijft over de ingewikkeld vertakte familiebanden, hartstocht en geweld

‘LaRose’ bleef jammer genoeg onvertaald. Onlangs verscheen wel de vertaling van Erdrichs laatste roman ‘Toekomstig huis van de levende God’, geen heel makkelijke titel en in sfeer en genre ook iets heel anders dan we gewend waren van van deze schrijfster: een dystopie.

Hoofdpersoon en verteller is Cedar Hawk Songmaker, adoptiefdochter van ‘gelukkig getrouwde liberale veganisten’ in Minneapolis. Ze bouwden hun fortuin op in de huizenhandel, waarin ze geslepen bleken ‘zoals alleen linkse types die de vrije markt wantrouwen kunnen zijn’. Cedars biologische moeder is een Ojibwe die in North Dakota in het reservaat woont. Ze heeft zich nooit veel aangetrokken van die inheemse roots, tot nu dan, want ze is zwanger - een zwangerschap die direct onder druk staat nu er ‘een gevaarlijke periode in de geschiedenis van de schepping’ is aangebroken: de jacht op zwangere vrouwen is geopend.

Griezelige baby’s 

Wat er precies aan de hand is laat Cedar alleen in flarden los: de evolutie is omgekeerd in regressie, honden schieten terug in wolven, DNA-deskundigen vinden tijdsprongen in kleincellige dieren. Via het computerscherm wordt Cedar aangesproken door Moeder (‘een helmharig wezen met hangwangen, glimlachje van rode streepjeslippen, pientere bruine ogen’) die zwangeren oproept zich te melden bij het ziekenhuis. Cedar duikt onder maar wordt opgepakt en belandt in een kraamhospitaal vol enge verpleegkundigen die herinneren aan Margaret Atwoods ‘The Handmaid’s Tale’. De mogelijk gedegenereerde vrucht (met een ‘verdubbeld genoom’) mag niet aan het regime ontsnappen.

In haar preoccupatie met griezelige baby’s en de macht die wordt uitgeoefend op het vrouwenlichaam, herinnert ‘Toekomstig huis van de levende god’ aan klassieke sf-horror van ‘Rosemary’s Baby’ tot ‘Alien’, maar echt uit de verf komt de nieuwe dictatuur niet.

Erdrich begon het boek in 2001 en maakte het nu af omdat ‘de tijd er rijp voor was’, maar werkte het dystopische ervan slordig uit. Personages, onder wie de Big Brotherachtige Moeder, verschijnen en verdwijnen even plotseling, de naderende ondergang beklemt niet echt.

Op dreef is de schrijfster meer in de losse observaties over Cedars gepriviligeerde opvoeding, over de inheemse gemeenschap die eindelijk haar depressie afwerpt, over het naderende moederschap. Met die zwangere vertelster tussen hoop en vrees herinnert dit boek ook wel aan het memoir ‘The Blue Jay’s Dance’ (1995) waarin Erdrich verslag deed van zwangerschap, geboorte en eerste jaar van haar dochter. Daarin vroeg ze zich af waarom er wel iconische zelfmoordscènes bestaan in de literatuur (Socrates!), maar nauwelijks bevallingsscènes.

In dit nieuwe boek doet ze er zelf een gooi naar. Nadat Cedar erin is geslaagd te ontsnappen volgt een bladzijdenlange, bloemrijke pijniging als haar voormalige celgenoot in een grot haar kind baart. “Haar handen en benen bewegen ritmisch. Alsof ze langs steile wanden omhoog en omlaag kruipt. Ze klaagt niet. Ze lijkt vastbesloten de pijn te gehoorzamen, zich niet te verzetten. Haar gezicht is gepolijst met zweet.”

En dat gaat zo door. Erdrich steekt er Margaret Atwood en Margaret Mitchell, voorgangers in de uitgesponnen bevallingsscène, misschien niet mee naar de kroon, maar een indrukwekkende climax is het wel.

Verpulverde schrijversidylle

‘De duivenplaag’ (2008), volgens bewonderaar Philip Roth Erdrichs ‘duizelingwekkende meesterwerk’, gaat over vier Indianen die gelyncht worden omdat ze ten onrechte verdacht worden van de moord op een blanke familie. In ‘The Round House’ (2012) kruipen we in de huid van een dertienjarige jongen wiens moeder in catatonie vervalt na een verkrachting. In ‘LaRose’ (2016) staat een man zijn zoon af nadat hij per ongeluk diens beste vriendje heeft doodgeschoten.

Dat het noodlot in Erdrichs meest recente romans veelvuldig toeslaat, heeft met de ‘native American’ setting te maken, maar zeker ook met haar persoonlijk leven. Erdrich groeide op in North Dakota als dochter van een Duits-Amerikaanse vader en een moeder die half Frans en half Ojibwe was. Erdrich woonde zelf niet in het reservaat. Haar ouders gaven er les op een school van het ‘Bureau of Indian Affairs’.

Erdrich studeerde Engels en trouwde met schrijver Michael Dorris, ook half ‘native American’ en vader van drie adoptief-kinderen. Het echtpaar kreeg samen nog drie dochters: Persia, Pallas en Aza.

In 1984 debuteerde Erdrich met ‘Love Medicine’ waarvoor ze de National Book Critics Circle Award won.

Het schrijversechtpaar werkte nauw samen en publiceerde samen ook een boek:’The Crown of Columbus’. De idylle verpulverde in 1996 toen het stel scheidde. Dorris pleegde twee jaar later zelfmoord.

In haar latere huwelijksroman ‘Shadow Tag’ (2010) schetst Erdrich een somber portret van de relatie tussen twee drankzuchtige echtelieden die elkaar naar het leven staan.

Louise Erdrich
Toekomstig huis van de levende God
Vert. Arjaan en Thijs van Nimwegen. De Bezige Bij; 304 blz. € 22,99

Deel dit artikel

Erdrich schrijft over de ingewikkeld vertakte familiebanden, hartstocht en geweld