Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als de imam er maar tegen was

Cultuur

door Dana Ploeger

De dag dat ze besneden werd was een zwarte dag. Meer nog dan lichamelijke schade, richt vrouwenbesnijdenis psychische schade aan. Dat zegt de Somalische Zahra Abdi Hersi. Ze schreef er een boek over.

’Ik ben verlamd door pijn, ik ben verscheurd door verdriet. Ik ben een verminkte vrouw, ik ben besneden, op een zeer brute wijze. Mijn allerbelangrijkste vrouwelijke lichaamsdelen zijn weg en dat is niet alles. Genitale verminking heeft duizenden gaten in mijn lichaam en mijn geest gemaakt. Ik kan geen kant op, overal zie ik die zwarte dag, de dag dat ik besneden ben.” Deze woorden komen van de Somalische Zahra Abdi Hersi en staan geschreven in haar boek ’Mijn vrouw-zijn ontnomen’.

„Door het op te schrijven kon ik langzaam helen”, vertelt de veertigjarige moeder van vijf kinderen, sinds 1993 wonend in Den Helder. „Toch ben ik er nog niet. Mijn kinderen verdienen een moeder die honderd procent gezond is. Maar dat ben ik niet. Geen enkele vrouw die in haar jeugd besneden is, is nog de persoon die zij voor die besnijdenis was. Ik vraag mij elke dag af wie ik was geweest als ik niet besneden zou zijn.”

Zahra Abdi geeft in het plaatselijke vrouwencentrum voorlichting over vrouwenbesnijdenis. Zij steunt het Nederlandse beleid om vrouwenbesnijdenis nu actief onder de aandacht te brengen, maar vindt wel dat de nadruk erg op de medische lijn ligt. „Vaak worden vooral de lichamelijke gevolgen van besnijdenis genoemd. Maar pijn went, je lichaam past zich aan. De kern van het probleem is de psyche van de vrouw. Deze vrouwen zijn getraumatiseerd. En zolang ze daar niets aan doen, blijft het probleem bestaan. Ze zitten vol woede, haat en wraakgevoelens. Het gaat zelfs zo ver dat deze moeders vinden dat hun eigen dochters moeten voelen wat zij hebben gevoeld. Zij moeten ook lijden als vrouw.”

Het deed Zahra Abdi dan ook pijn te zien dat haar landgenoot en nicht, Ayaan Hirsi Ali, ook vanuit woede en haat handelde. „Haar motieven kwamen voort uit wraak. Hoe zij het debat over meisjesbesnijdenis heeft aangepakt heeft ons niet veel verder geholpen, integendeel. Altijd maar verwijten en verwijten. Zij was als meisje net zo beschadigd.”

De Somalische komt geregeld bij vrouwen thuis. Door de geslotenheid van de gemeenschap is het belangrijk dat iemand uit eigen kring het onderwerp met hen bespreekt. Deze ’sleutelpersonen’ werken nauw samen met de GGD’s om zo tot de gemeenschappen door te dringen. Het idee is dat de traditie alleen van binnenuit veranderd kan worden. Op dit moment worden tientallen vrouwen uit Soedan, Somalië, Ethiopië, Eritrea en Egypte getraind als sleutelpersoon. Naast de sleutelpersonen krijgen ook artsen, jeugdartsen, leraren en imams gespreks- en informatietrainingen. Het project is onderdeel van het beleid ’Bestrijding van vrouwelijke genitale verminking’ dat sinds januari 2006 in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam, Tilburg en Eindhoven wordt uitgevoerd. Het kost drie miljoen euro en wordt betaald door de Nederlandse regering. Het richt zich op preventie, signalering, opsporing en registratie.

De Commissie Bestrijding vrouwelijke genitale verminking zei in haar onderzoeksrapport in 2005 dat in Nederland jaarlijks ’ten minste vijftig meisjes’ worden besneden. Dat is ongeveer 0,4 procent van de dertienduizend meisjes die tot de risicogroep horen. Die meiden zijn hier geboren, maar hun ouders zijn afkomstig uit onder meer Somalië, Soedan, Guinee, Eritrea, Egypte en Ethiopië.

Zahra Abdi: „Ik schat dat ongeveer tachtig procent van de meisjes in de risicogroepen nog wordt besneden. Het is een publiek geheim. De moeders doen het niet zelf, maar gaan in de zomervakantie bijvoorbeeld naar Londen, daar werkt een Soedanese arts in een speciale kliniek die de besnijdenissen uitvoert. Het gaat om meisjes vanaf vier jaar.”

Sociologe Zahra Naleie van FSAN (Federatie Somalische Associaties Nederland) is nauw betrokken bij de nieuwe aanpak van vrouwenbesnijdenis. Naleie bevestigt het beeld. „Tachtig procent van de meisjes is een realistisch cijfer, maar dan heb ik het wel over de meest lichte vorm van besnijden. Volgens de geruchten reizen de vrouwen niet alleen naar Groot-Brittannië, maar ook naar Italië of naar het thuisland. In de jaren negentig was er een Somalische verpleegkundige uit Italië die ieder jaar langs families trok om alle meisjes te besnijden. En je kon toen ook nog vrij gemakkelijk in Delft, Rotterdam en Zutphen terecht. Maar daar hoor ik tegenwoordig niets meer over. Alhoewel ik het niet helemaal uitsluit. Vrouwen wijken uit naar het buitenland omdat het hier strafbaar is.”

Meisjesbesnijdenis valt onder de Wet op de Kindermishandeling. Ouders kunnen maximaal vier jaar gevangenisstraf krijgen als ze hun dochter laten besnijden. In Zweden, Frankrijk en de Verenigde Staten worden ouders veroordeeld tot gevangenisstraf en boetes; in november gebeurde dat in de VS voor het eerst. Een Ethiopische man werd er tot tien jaar cel veroordeeld omdat hij zijn tweejarige dochter had besneden.

De kans dat het in Nederland tot een rechtszaak komt is klein, verwacht vertrouwensarts Yvonne Kas van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) in Utrecht. „Het aantal meldingen van meisjes die risico lopen op besnijdenis is op één hand te tellen. En als er al een melding komt, dan kijkt het AMK vooral naar de zorg voor het kind, of die veilig en goed is. Wij werken niet omwille van de gerechtigheid.”

De 26-jarige Sahra Elmi uit Amsterdam is juist voor stevig straffen. „Ik vind dat je helemaal niet moet besnijden, ook niet een heel klein sneetje. Ik hoop dat er nu eens een ouder veroordeeld wordt voor deze vorm van kindermishandeling. Dan pas zal het echt tot ze doordringen dat het niet mag.”

Elmi is een van de bezoekers van een voorlichtingsmiddag in Amsterdam over meisjesbesnijdenis. Veertig vrouwen en vier mannen luisteren ademloos naar het verhaal van sociologe Naleie. „Zelf heb ik vier dochters en zij zijn niet besneden. Negen jaar geleden keerde ik terug naar Somalië voor de begrafenis van mijn vader. Mijn moeder wilde mijn dochters direct laten besnijden. Ze waren toen negen en elf jaar oud. Omdat ik mijn moeder heb beloofd het in Nederland te laten doen, heb ik het ze kunnen besparen. Maar ik kon niet tegen mijn 71-jarige moeder zeggen dat ik het niet wilde. De druk van de familie is altijd erg groot.” Vanuit de zaal klinken instemmende geluiden, vooral van de moeders. Bij meisjesbesnijdenis is het de moeder of oma die bepaalt dat het tijd is om de dochters tot vrouw te maken.

De veertienjarige Hoda Dayib moet er niet aan denken. „Mijn oma wilde ook dat mijn zusje en ik werden besneden, maar mijn moeder was gelukkig sterk. Zij zei: ’Het zijn mijn dochters en ik wil het niet.’ Daar heb ik veel respect voor. God heeft mij zo geschapen, als hij het anders had gewild, dan was ik wel besneden geboren, toch?”

Voor haar vriendin Idman Jama (17) is het nooit aan de orde geweest. „In mijn familie is iedereen tegen meisjesbesnijdenis. Maar toch ken ik ook wel meiden die het juist wél willen. Ze zijn bang dat ze anders geen man krijgen.”

Naleie zit te luisteren aan de zijkant van de zaal. Naleie: „Het merendeel van deze vrouwen wil toch dat meisjesbesnijdenis blijft bestaan. Om religieuze redenen, maar ook omdat ze bang zijn dat hun dochters niet huwbaar zijn als ze ooit teruggaan naar Soedan of Somalië. Als de heftige vorm niet mogelijk is, dan kiezen ze voor de sunna, dat betekent ’extra goed doen’. Bij sunna wordt een snee in de clitoris gemaakt. Er moet wel bloed vloeien.”

Amran Mursal (25) is ook naar het Wereldpand gekomen om zich te laten informeren. Zij zegt na afloop dat ze tegen de extreme vorm van meisjesbesnijdenis is. „Ik ben er tegen, écht, maar dan heb ik het over de echte besnijdenis. Zelf ben ik sunna, dat vind ik wel oké. Alleen even laten bloeden.” Haar buurvrouw Fatima Issa (28) knikt instemmend. „Als ik later een dochter krijg, dan krijgt die dat ook. Mijn zusje is hier in Nederland geboren en die is niet sunna. Nou, als ze de kans zou krijgen zou ze het zo doen”, vertelt ze met een trotse blik in haar ogen.

De uitbanning van meisjesbesnijdenis is een langdurig proces en de oplossing ligt in de handen van veel mensen. „De witte artsen gaan het probleem niet oplossen, maar kunnen wel een bijdrage leveren aan de gezondheidswinst”, zegt Agnes Verhulst, projectmanager aanpak meisjesbesnijdenis bij Pharos, landelijk kenniscentrum migranten en gezondheid in Utrecht. „Het gaat pas werken als de religieuze leiders zich uitspreken tegen besnijdenis, als de mannen zeggen dat ze geen besneden vrouwen meer willen, als de moeders hun dochters gaan beschermen, de dochters ’nee’ leren zeggen en de vaders vertrouwen dat hun dochters niet gaan rotzooien met jongens. Dan zal het stoppen.” Eind november hebben islamitische leiders (onder wie sjeik al-Azhar, die wordt gezien als de belangrijkste leider in de sunnitische wereld), bijeen in Caïro, vrouwenbesnijdenis veroordeeld. Besnijdenis is alleen voor mannen, zei Al-Azhar daar.

Volgens Naleie is het een kwestie van een hele lange adem. Zij ziet vooral een rol weggelegd voor de imams en koranonderwijzers. „Meisjesbesnijdenis vindt zijn oorsprong in het Egypte van de farao’s en heeft alles te maken met maagdelijkheid, vergroten van huwelijkskansen en de eer van de familie. Toch denken nog veel mensen dat het bij het islamitische geloof hoort, terwijl er niets over geschreven staat in de heilige geschriften. Het zou erg goed zijn als de eigen imam hardop zegt dat hij tegen meisjesbesnijdenis is. Dat zou veel meisjes redden.”

Het boekje ’Mijn vrouw-zijn ontnomen’ is te bestellen bij Zahra Abdi via z.abdi@kpnplanet.nl



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie