Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Akwasi wil het er wél over hebben

Cultuur

Joris Belgers

© Martijn Gijsbertsen
Interview

Naast rapper, theatermaker, tv-persoonlijkheid en acteur is Akwasi Owusu-Ansah nu ook schrijver. Met zijn tekstbundel ‘Laten we het er maar niet over hebben’ kijkt hij het ongemak recht in de ogen.

Het dochtertje van Akwasi was net drie weken oud toen hij haar het manifest ‘We Should All Be Feminists’ van Chimamanda Ngozi Adichie voorlas. Andere feministische, geëngageerde werken volgden en als ze straks kan praten, begint Akwasi gewoon opnieuw. “Ze heeft een sterke moeder. En een sterke vader. Dat mag ze best weten”, grijnst hij. Ongetwijfeld zal hij haar ook zijn debuut voorlezen, want een van de eerste stukjes uit die bundel heet ‘Dochter’:

Lees verder na de advertentie

laten we het er eens over hebben
je hebt geen idee
wat je te wachten staat
ik ook niet
wel heb ik het
een en ander al meegemaakt

Met ‘Laten we het er maar niet over hebben’, een bundel van miniverhaaltjes, gedichten en gedachten, is Akwasi Owusu-Ansah (30) naast rapper, platenbaas, theatermaker en acteur nu ook schrijver. Hij brak door als rapper: met zijn formatie Zwart Licht, die bekendstaat om hun vlijmscherpe, intelligente en geëngageerde teksten. Met schrijven begon het allemaal.

Inmiddels vergeef ik ze het wel, maar in de brugklas was ik boos. Toen wilde ik een baksteen door het raam van meester John gooien.

Altijd heeft hij een klein zwart notitieboekje op zak, vertelt hij. Thuis in IJburg staan al die boekjes op rij, ze gaan terug tot zijn studententijd aan de Toneelacademie van Maastricht. Voor de bundel ging hij door al die boekjes heen, op zoek naar stukjes die binnen de titel pasten die hij had bedacht: ‘Laten we het er maar niet over hebben: een verzameling ongemak, onkunde, pijnlijke, wrijvende situaties’.

Boerka in de tram

Dat idee ontstond toen hij twee jaar terug was uitgenodigd voor een concert door het Nederlands consulaat in Zuid-Afrika. Het viel hem op dat Nederland nog altijd zo’n impact heeft op de samenleving in Zuid-Afrika, iets waar je in Nederland nooit over hoort. “Daar weten we hier helemaal niks van. Een taboe. Laten we het er maar niet over hebben. Daar is die titel ontstaan.”

Hij begon in al zijn oude boekjes te graven naar nog meer ongemakkelijke situaties. “Het was te eenzijdig om het alleen maar over identiteit te hebben.” Dus staan er stukken in over blauwtjes. Je eerste stijve als je zes bent. Over een boerka in de tram. Vegetariërs. Bruin water uit de kraan van een gehuurd appartement.

Toch lopen identiteit, afkomst en racisme wel degelijk als rode draadjes door de bundel, waarbij Akwasi opvallend vaak terugblikt op zijn jeugd. Zoals ‘Citos(c)ores’:

havo of vwo
maar mijn basisschool zei liever niet
eerder vmbo
want hij lijkt me toch het type dat
niets gaat doen
met zijn leven

Van groep 1 tot 8 had hij op de basisschool een onafscheidelijk vriendje. Ze werden altijd Duo Penotti genoemd. “We hadden dezelfde Cito-score. 542, dat is havo-vwo. Maar hij kreeg een ander schooladvies. Ik moest naar het vmbo. Ik werd gewoon verdreven uit mijn vriendschap. We waren praktisch hetzelfde, we hadden alleen een ander kleurtje. Ik snapte dat toen niet. Ik kom uit een gezin van vijf kinderen. Ik was de enige die boeken las, ik was degene die zijn best deed huiswerk te doen. Ik dacht nog helemaal niet aan vooroordelen of racisme.

“Inmiddels vergeef ik ze het wel, maar in de brugklas was ik boos. Toen wilde ik een baksteen door het raam van meester John gooien.”

Hij kan zich die leraar nog goed herinneren. “Echt een pestkop. Maar nu zou ik hem een ferme handdruk willen geven.” Die leraar komt ook elders voor in Akwasi’s bundel ‘Vrijdag 1 december 1995’:

wat een feest
nog voordat de sint was geweest
zoveel pepernootjes
nog meer cadeautjes
(…)
ik was in mijn nopjes
en
zo in mijn sas
maar toen kwam meester john
jij hoeft je straks niet te schminken hè, akwasi
jij bent al kankerzwart

Ook pepernoten?

Bij de sinterklaasviering op zijn moeders werk vond hij het vooral vreemd dat de Zwarte Piet zo zwart sprak. Hij zet een vet Surinaams accent op: “Wil je ook pepernoten, jongetje.”

“Ik dacht, waarom praat je zo raar? Pas toen ik op de middelbare school zat dacht ik: wow, dit kan niet, dit hoort niet. En dan ga je opzoeken of sinterklaas ook in het buitenland wordt gevierd. Zou je het op deze manier vieren in Atlanta, dan zouden er koppen rollen.”

Racisme was de aanzet voor de eerste tekst die hij ooit schreef. Uit machteloosheid. In 2005 werd er flink gediscussieerd over de naamsverandering van de negerzoen. Akwasi kwam op een internetforum terecht, daar zei iemand dat ze blij mochten zijn dat ze met een lekkernij werden geassocieerd.

“Ik bleef heel beleefd op dat forum. Zo van, ik begrijp dat je dit zegt, maar heel veel mensen vinden dit een heel naar woord. Werd ik uitgescholden, voor gore zwartjoekel en vieze roetmop. Waar ik écht strontchagrijnig van werd was dat ik geblokkeerd werd op dat forum. Dat was de eerste keer dat ik de pen pakte.”

Knipoog

Nu hoopt Akwasi dat zijn bundel een beroep doet op de empathie van mensen die nog steeds niet begrijpen waar de pietendiscussie om gaat. Hij wil geen drammer zijn, maar als ze hem er naar vragen, geeft hij antwoord. De knipoog is in zijn bundel nooit ver weg.

Alleen heeft hij weinig geduld met mensen die niet willen luisteren. “Mensen die roepen dat de paashaas nu in gevaar is of dat straks ook Kerstmis van ze wordt afgepakt… Die hebben een gebrek aan empathisch vermogen. Die willen niet luisteren naar de pijn van andere mensen. Kijk, ik wil heel graag dat mijn kind straks sinterklaas viert. Ik genoot vroeger ook van dat feest. Maar ik wil niet dat mijn kind straks kankerzwart wordt genoemd.”

Juist omdat hij zelf nog zo goed weet hoe dat voelde; net zoals de cultuurkloof die hij als kind heeft ervaren, bijvoorbeeld bij zijn vrienden Kevin en Wesley in Osdorp. 

mijn moeder kookte altijd extra
niet omdat ze naast mijn vader vijf
kinderen moest voeden
maar puur omdat er weleens vrienden volgden op de voet
(…)
de andere dag zat ik thuis bij diezelfde buurjongens
en het rook alsof de buurvrouw lekker had gekookt
(…)
maar toen iedereen het eten mocht opscheppen
kreeg ik een afstandsbediening
(Uit ‘Etenstijd’)

“Nog zoiets: waren we lekker aan het voetballen, moesten zij opeens eten omdat het 18:00 was. Ik snapte daar níks van! Wij aten als we honger hadden. Soms om vijf, soms om acht uur. Maar altijd, precies om 18:00: Kevin, Wesley, eten! Ik: wat is dit nou, we moeten dit potje afmaken!”

De mensen die Ibsen, Shakespeare of Homerus gaaf vinden moeten weten dat Tupac een hedendaagse Shakespeare is

Hij lacht. Bij witte Nederlanders moest je altijd een dag van tevoren aankondigen dat er iemand mee at. In de Ghanese cultuur is er altijd eten, voor iedereen, ook al is er misschien weinig geld. “En als er niet genoeg eten is, dan delen we.”

Tupac en Shakespeare

Akwasi zegt dat deze teksten meer van zichzelf zijn dan zijn rapteksten. Daarin kruipt hij vaak in de huid van personages, vertelt hij een groter verhaal, hoewel hij het op zijn eerstvolgende single ook bij zichzelf zoekt. “Die gaat over hoe ik ermee kamp dat ik niet kan stilzitten, dat er zo veel dingen in mijn hoofd zitten.”

Het is misschien niet het meest sexy hiphop-onderwerp, hij verwacht ook niet dat het een knaller van een hit wordt, maar hij wil ermee benadrukken dat rapmuziek heus niet alleen over pronkzucht en feesten gaat.

Daarom vindt hij het zo mooi dat hiphop zo populair is. “Het is geen subcultuur meer, het is cultuur. De mensen die Ibsen, Shakespeare of Homerus gaaf vinden moeten weten dat Tupac een hedendaagse Shakespeare is. Als de Pulitzerprijs-winnende Kendrick Lamar met een plaat komt, luister ik niet zo maar naar die plaat. Ik zoek de teksten erbij. En ik ga er voor zitten. Dan luister ik diep. Weet je hoeveel je daarvan kunt leren? Het is niet normaal hoe mooi het genre is.”

Akwasi, ‘Laten we het er maar niet over hebben’, Ambo|Anthos, 136 blz, € 15,-

Lees ook:

Kendrick Lamar eerste popster met een Pulitzerprijs

Kendrick Lamar is de meest bijzondere naam bij de winnaars van de Pulitzerprijzen 2018: voor het eerst in de geschiedenis krijgt een popartiest deze prestigieuze prijs.

Deel dit artikel

Inmiddels vergeef ik ze het wel, maar in de brugklas was ik boos. Toen wilde ik een baksteen door het raam van meester John gooien.

De mensen die Ibsen, Shakespeare of Homerus gaaf vinden moeten weten dat Tupac een hedendaagse Shakespeare is