Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Achter de schermen bij hertogin Maria van Gelre

Cultuur

Joke de Wolf

Het gebedenboek vormt het hart van de tentoonstelling in Nijmegen. © Paul Rapp
Tentoonstelling

Kunnen wij, mensen uit de eenentwintigste eeuw, in de huid van een vijftiende-eeuwse hertogin kruipen? Een tentoonstelling in Nijmegen over Maria van Gelre (1380-1429) laat zien dat dat minder moeilijk is dan we zouden denken.

Je zult je wel vervelen nu je hoogzwanger bent, hier heb je een cavia als afleiding.’ Het is niet waarschijnlijk dat u ooit zoiets heeft geschreven. Toch is het ook niet ondenkbaar. In 1415, meer dan zes eeuwen geleden, schreef Maria van Gelre precies deze boodschap aan haar hoogzwangere nicht in Frankrijk. Cavia’s waren hier toen nog niet, dus moest de nicht het doen met een tamme marter, ‘die seer onderhoudent is ende waermee u den tijt af en toe kunt verdrijve’. 

Lees verder na de advertentie
En blonde slanke vrouw in een blauwe jurk, met in haar handen een boek. ‘De Máxima van de vijftiende eeuw’ noemt het museum Maria graag

Maria van Gelre staat de komende maanden centraal in een grote tentoonstelling in museum Het Valkhof. Niet vanwege dit briefje, in de eerste plaats vanwege het gebedenboek dat ze rond dezelfde tijd als waarop ze het briefje schreef, liet maken. De ‘hertoginne van Gulik en van Gelre ende gravinne van Zutphen’, zoals ze haar brieven ondertekende, was tot voor kort vrijwel onbekend in de Nederlandse geschiedenis. Johan Oosterman, hoogleraar oudere Nederlandse letterkunde in Nijmegen, moest flink graven om haar levensgeschiedenis boven tafel te krijgen. Het mag een klein wonder heten dat er drie jaar nadat Oosterman zijn Maria-onderzoek begon, honderd voorwerpen bij ­elkaar zijn gebracht die de bezoeker zo ongekend dicht bij de hoofdpersoon brengen.

Met de hand geschreven

Nog voor de entree bij de expositie, afgescheiden door moderne gordijnen met Middeleeuwen-design, staat ze tegen de ramen geplakt. Een blonde slanke vrouw in een blauwe jurk, met in haar handen een boek. ‘De Máxima van de vijftiende eeuw’ noemt het museum Maria graag. Inderdaad: beiden modebewust, knap, blond (al dan niet natuurlijk), geboren in het buitenland en meteen toen ze met een Nederlander trouwden, leerden ze de taal. Daar houdt de vergelijking met onze huidige koningin op: het huwelijk tussen Maria en Reinald IV, hertog van Gelre, bleef kinderloos. Haar naam leefde voort in het gebedenboek dat ze liet maken.

Een boek van meer dan 1200 losse pagina’s, met de hand geschreven door een monnik uit Mariënborn bij Arnhem, rijkelijk versierd met honderd ­miniaturen en 124 figuurtjes langs de randen. Oosterman trof het aan in een Berlijns archief in treurige staat, en startte in 2015 een crowdfunding. Hij kreeg genoeg steun en enthousiasme voor onderzoek, restauratie en deze tentoonstelling.

Schone slaapster

Een ‘schone slaapster’, noemt Oosterman het boek, dat terecht nu in het hart van de tentoonstelling kan worden wakker gekust. De zoen valt wel een klein beetje tegen. Natuurlijk, de met een loupe te bestuderen tekeningen op de twintig bladzijden zijn fantastisch, de Bosch-achtige figuurtjes rond de geschriften, de decoraties en de heiligen wonderlijk. Maar één van de bijzonderheden van het boek is dat de gebeden niet zijn geschreven in Latijn maar in het Nederrijns, een taal die lijkt op het huidige Nederlands. Alleen is het Gothische schrift voor de gemiddelde eenentwintigste-eeuwer wat lastig te ontcijferen. 

Na afloop heeft de bezoeker de indruk zelf even onderdeel te zijn geweest van de hofhouding van Maria van Gelre

‘Je leest er bijna overheen’ staat er plompverloren op het bordje naast één van de bladen, waarop blijkbaar ‘het meest persoonlijke gebed van het gebedenboek’ staat. Volgens het bijschrift een gebed dat hertogin Maria ‘alle daighe’ moest lezen ter bescherming van haar man Reinald. Wat was het prettig geweest als we hadden kunnen meegenieten met die tekst.

© Staatsbibliothek zu Berlin

Gelukkig is ‘Ik, Maria’ meer dan een schuifeltentoonstelling langs de teksten, en het gebrek aan hertaling wordt ruimschoots goedgemaakt door de ­afbeeldingen, de bijzondere verzameling (gebruiks-)voorwerpen, documenten, toelichtingsfilmpjes, muziekfragmenten en zelfs het toen in huis ­gebruikte kruidenmengsel. Er is bijvoorbeeld de kunst die Maria in haar jeugd gezien moet hebben. Ze was ­geboren in Normandië in 1380. Nadat haar vader overleed in 1389 verhuisde ze met haar moeder, wier zus koningin was geworden, naar Parijs. Maria werd hofdame en leefde daar een luxeleven, met uitgebreide banketten en de nieuwste mode – zelfs de maagd Maria poseert er op een albasten beeldje ­bevallig in een getailleerde robe.

Geen luxe paleizen

Haar gearrangeerde huwelijk met Reinald in 1405 betekende voor Maria een verandering van omgeving. Van een leven aan een van de grootste ­hoven van die tijd verhuisde ze naar, ja, waar naartoe? Het land van Gulik en Gelre was uitgestrekt van Duitsland tot aan Zutphen, en had geen vaste hoofdstad, geen uitvalsbasis. En dus ook geen luxe paleizen à la het Louvre, er moest steeds maar weer verkast worden, onderweg van Nijmegen naar Jülich, en van Roermond naar Hattem. Voor ons, toeristen uit de toekomst, een geluk, want al die kleine objecten en boeken stonden latere vorsten en graven niet in de weg, en bleven dus bewaard. Dankzij de kasboeken is ook duidelijk waar en wanneer de hertog of de hertogin overnachtten en wat ze aten.

De tentoonstelling in Nijmegen voelt ook als zo’n reis. Met momenten van devotie bij het gebedenboek, emotie bij de antipestamuletten, vermaak bij het op ooghoogte bekijken van de jachttaferelen op de Zutphense kaarsenkroon uit de Sint-Walpurgiskerk, ­irritatie bij het ontbreken van de teksten, en lichte hilariteit bij het passen van vijftiende-eeuwse jurken om vervolgens ‘net als Maria in het gebedenboek’ te poseren in een levensgrote versierde pagina. Na afloop heeft de bezoeker, zeker wanneer die de stevige catalogus er nog eens op naslaat, de indruk zelf even onderdeel te zijn geweest van de hofhouding van Maria van Gelre.

★★★★
‘Ik, Maria van Gelre. De hertogin en haar uitzonderlijke gebedenboek’, tot 6 januari 2019. Catalogus 24,95 euro.
ikmariavangelre.museumhetvalkhof.nl

Lees ook:

Johan Oosterman: Mijn mond viel open van verbazing

Mijn fascinatie voor Maria van Gelre stamt uit 2014, toen ik in de staatsbibliotheek in Berlijn inzage kreeg in het gebedenboek dat Maria in 1415 in een klooster vlakbij Arnhem had laten schrijven.

Deel dit artikel

En blonde slanke vrouw in een blauwe jurk, met in haar handen een boek. ‘De Máxima van de vijftiende eeuw’ noemt het museum Maria graag

Na afloop heeft de bezoeker de indruk zelf even onderdeel te zijn geweest van de hofhouding van Maria van Gelre