Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aan de goede kant van het gordijn zitten

Cultuur

Hanny Alkema

Opinie

Bij De Appel gaat vanavond 'Na de repetitie' van Ingmar Bergman in première. Een toneelstuk over toneelspelen. Marjon Brandsma is de voormalige actrice Rakel.

'Eigenlijk is het voor het eerst dat iemand met gezag op dat gebied zegt dat acteren scheppende kunst is. Als iemand die al honderd jaar bezig is dat zo stelt, dan kun je daar niet schouderophalend aan voorbij. Bergman moet wel van acteurs houden. Dat zie je ook aan zijn films, die trouw aan zijn mensen.'

Marjon Brandsma (1943) speelt in 'Na de repetitie', een in 1984 voor televisie gemaakt scenario van de inmiddels tachtigjarige film- en theaterregisseur Ingmar Bergman. Plaats van handeling is een met rekwisieten volgestouwde repetitieruimte van een theater, waar de oudere regisseur Vogler in gesprek raakt met de jonge actrice Anna, een gesprek dat onderbroken wordt door de komst van Rakel, de overleden moeder van Anna en oud-minnares van Vogler, een groot actrice destijds. Het stuk gaat vanavond in première bij toneelgroep De Appel en is door Bergman zelf omschreven als 'een soort essay over hoe ik denk over theater en over het werk dat ik verricht heb.'

Marjon Brandsma is Rakel en heeft net de eerste vier try-outs achter de rug: ,,Ze waren alle vier verschillend, maar hadden allemaal wel wat, al blijf ik bloednerveus. Na 'Dark Lady' bij Toneelgroep Amsterdam met tientallen mensen op het toneel, opeens met maar vier mensen - Eric Schneider, Carline Brouwer, regisseur Aram Adriaanse en ik - Bergman aan het uitzoeken is wel een vreemde gewaarwording. Het is een leuke rol. Ik heb ooit de film gezien, vond ik mooi, maar toen ik het script las vond ik het vooral interessant als stuk dat heel erg over acteren gaat, en dat tegelijk een link legt tussen spelen en dingen uit je privéleven. Mensen denken toch vaak dat je vrolijk opgaat, na afloop bloemen krijgt en daarmee uit.''

In haar middelbare schooltijd is Marjon Brandsma veel naar toneel geweest. Dat vond haar vader geen probleem, wel dat zij actrice wilde worden: ,,'Je moet aan de goede kant van het gordijn zitten', zei hij - in de zaal, bedoelde hij dus -, 'dan kun je het daarnaast voor je plezier doen.' Dat ik toen eerst een paar jaar Nederlands heb gestudeerd, is achteraf overigens geen verloren tijd geweest. Het heeft mijn taalinzicht vergroot en tekstanalyse gaat me makkelijker af.''

Na haar eindexamen aan de Amsterdamse toneelschool, in 1970, sluit zij zich voor een paar jaar aan bij het Instituut voor onderzoek van het Nederlands theater. Veel improviseren en werken met Nederlandse schrijvers (onder wie Judith Herzberg) betekende dat, maar weinig voorstellingen. Toen Leonard Frank in 1973 Baal oprichtte, vroeg hij haar daar bij: ,,Het spannende bij Baal was, dat we tal van buitenlandse schrijvers voor het eerst brachten - Topor, Strauss, Handke - zonder traditie waar je op kon terugvallen of je tegen afzetten. Alles zelf uitvinden, zelf hun waarde bewijzen, alle energie stopten we daarin. Met huid en haar leverden we ons eraan over. Onze werkwijze, onze omgang met taal, muziek en vorm sprak aan. Het publiek stroomde toe. Ik genoot.''

Wegens een lastig misverstand - ,,Leonard dacht dat ik bang was voor een grote rol en een smoes gebruikte, maar ik snapte het te spelen stuk gewoon écht niet en vroeg daarom om de kleinste rol'' - nam Brandsma ontslag. ,,Toen belde Guido de Moor en kwam ik bij de Haagse Comedie. Een absolute tegenpool. Van de discussiechaos naar de krantenleescultuur. De regisseur dicteerde en men voerde uit. Met dat gebrek aan betrokkenheid bleek het gelukkig wel mee te vallen en alles heeft z'n voors en z'n tegens. De gedisciplineerdheid beviel me, tegelijk had ik heimwee naar het samen maken, en omgekeerd. Vandaar een periode van pendelen. Een paar jaar Baal, een paar jaar Haagse Comedie, Baal, Haagse Comedie.''

Met haar gaaf gesneden gezichtje en de wonderlijk doorschijnende lichtgrijze ogen, haar fraaie tekstbehandeling, haar frêle gestalte en 'van zichzelf gezegend met een elegante houding', zoals een criticus eens opmerkte, blijkt Marjon Brandsma ideaal te casten in het klassieke repertoire. Bij Baal, met name van regisseur Frank had zij geleerd uitersten, tegenkanten in zichzelf te zoeken en te gebruiken. Dat maakt haar spel fris en authentiek. Bij de Haagse Comedie leert zij ook traditionelere technieken te verfijnen. Zo ontwikkelt zij zich tot een eigenzinnige actrice die zowel op het grote toneel als in het kleinschaliger moderne theater thuis is.

In 1979 roept Vrij Nederland haar uit tot de beste actrice van na 1945, in 1982 krijgt Marjon Brandsma de Theo d'Or voor haar rol in Marivaux' 'Leugens onder de roos': ,,Onder regie van Jean-Paul Rousillon, de beste regisseur met wie ik daar gewerkt heb, iemand die heel technisch werkte, heel streng was. Een blijspel bijvoorbeeld was een gegeven, niet iets om zelf om te lachen. Het ging bij hem over ritme, pauzes, technieken en mise-en-scéne. Desondanks hadden we ontzettend veel plezier, omdat hij een absolute liefde voor die stukken en zijn acteurs had.''

Kort voor Marivaux had zij bij Baal een bijna nog grootser karakterrol neergezet als Vera in Thomas Bernhards 'Voor het pensioen': onder een kwetsbare verschijning wist zij een verbijsterend pervers wezen te suggereren.

Ze gaat naar Publiekstheater en later Toneelgroep Amsterdam, doet soms film ('De mannetjesmaker') en televisie ('Het jaar van de opvolging'). ,,Van toneel houd ik toch het meest, vanwege het samen maken.'' Judith Herzberg schrijft speciaal voor haar de eenakter 'Caracal', ze speelt onder Jan Ritsema, Jürgen Gosch en natuurlijk Gerardjan Rijnders, die ook tot haar favoriete, veeleisende regisseurs behoren: ,,Als je maar een beetje als kauwgom uit elkaar getrokken wordt, dan is het goed.''

Een paar jaar geleden werd Marjon Brandsma geveld door een ernstige aandoening. Van het ene op het andere moment kan zij niets meer, zeker geen teksten leren: ,,Niet spelen vind ik toch al erg moeilijk. Als je dan na een tijdje opnieuw begint, ben je banger. Gerardjan heeft me toen erg geholpen door me in 'Een soort Hades' van Lars Norén mee te laten doen. Hij vond de aantekeningen van Norén erg interessant. 'Die kun je op bed voorlezen', zei hij, zodat ik dan niet die dodelijke angst zou hebben voor die tekst, dat ik die niet in mijn kop zou kunnen krijgen. Een mens is nu eenmaal voornamelijk een chemische bal. Allerlei medicijnen werden uitgeprobeerd. Nu heb ik pillen die helpen, maar met als bijwerking gewichtstoename. In korte tijd kwam er vijftien kilo bij. Het is alsof je, tijdelijk hoop ik, in een ander lijf zit. 'Het staat wel voornaam', zei Pierre Bokma. Dat was erg lief. Bij kostuums wordt zo mogelijk gezocht naar soepel glijdende stoffen. Als iets op je heupen blijft hangen, is het helemaal verschrikkelijk. Het moet wel een beetje flatteren. Maar ach, waarom zou zo'n personage als Rakel niet dik mogen zijn? Het enige wat je kunt doen, is het uit je hoofd zetten.''

Deel dit artikel