Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Zomervacht' blijft wat aan de oppervlakte steken

Cultuur

Yolanda Entius

© Trouw
recensie

Liefdevolle schets van een mannenhuishouden dat ontspoort.

Lucien, de gehandicapte broer van de 13-jarige Brian is met zijn voet in een stuk glas getrapt. “Het is mijn schuld”, zegt Brian, “ik heb niet goed opgelet.” Emile, de man die bij Brian en zijn vader een caravan huurt, denkt daar anders over: “Je doet wat je kunt. Iemand als je broer bezeert zich snel. Je bent als een soort vacht voor hem. Zonder jou had hij vast nog meer schrammen en blauwe plekken opgelopen.”

Lees verder na de advertentie

‘Zomervacht’ is de titel van de nieuwe roman van Jaap Robben. Zijn eerste roman ‘Birk’ werd goed ontvangen, kreeg prijzen en werd een verkoopsucces. ‘Zomervacht’ is een waardig opvolger en heeft alle ingrediënten in zich om hetzelfde pad te volgen.

Aftandse caravan

Het uitgangspunt is goed: Lucien zit (‘ligt’ schrijft Robben treffend) in een instelling. Als de verbouwing daar uitloopt krijgt pa het verzoek zijn zoon voor een maand of wat in huis te nemen. Pa’s ex, moeder van beide zoons, is op huwelijksreis met haar nieuwe vriend, zo weet de directeur van de instelling hem te vertellen. Pa heeft er geen trek in, tot hij hoort dat er een vergoeding tegenover staat. Geld kan pa wel gebruiken en hij heeft zijn jongste zoon ‘Brai’ om voor Lucien te zorgen. 

Het is een man­nen­ge­meen­schap van weinig woorden en des te meer troep, bier, brommers en bougies

De jongen komt dus naar huis: een stacaravan op rommelig terrein waar, naast Brian en zijn vader, Jean en bruine Henry een loods hebben, de honden Rita en Rico rondscharrelen en voornoemde Emile (samen met zijn vissen) tijdelijk zijn intrek heeft genomen in een aftandse caravan die Jean en Henry nog wel eens gebruiken als ze ‘een vrouwtje’ laten komen. Dat terrein bevindt zich ergens in de buurt van het fictieve Saint-Arnaque (Frans voor ‘zwendel’) dat ik ergens in de Ardennen plaatste; de (eigen)namen, de heuvels, de rommelige sfeer; het had iets Belgisch.

Op zijn best moest ik ook aan ‘De helaasheid der dingen’ van Dimitri Verhulst denken, niet in de laatste plaats door de zo volkomen afwezige moeder die ook nergens echt gemist lijkt te worden. Het is een mannengemeenschap van weinig woorden en des te meer troep, bier, brommers en bougies. De enige vrouw van betekenis is Selma, het meisje uit de instelling met wie Brian wat rommelt. Maar waar het verhaal in de roman van Verhulst schrijnend wordt door de kanteling in het perspectief als de ik-figuur terugkeert naar de plekken uit zijn jeugd als hij zelf vader is geworden, blijft ‘Zomervacht’ wat aan de oppervlakte steken.

Familie Flodder

Het verhaal wordt verteld vanuit de vroegwijze Brian die met enige tegenzin, maar allengs liefdevoller, de zorg voor Lucien op zich neemt. Hij verschoont luiers, leert hem (weer) lopen, maakt de nodige ongelukken, en soms laat hij hem alleen, omdat hij op de brommer naar Selma gaat. En dan heeft Lucien rode striemen van de tiewraps waarmee Brian hem heeft vastgebonden. Of Brian is onhandig met de pillen van zijn broer die op de grond vallen en prompt door de honden worden opgelebberd. 

Het is op die momenten dat de sfeer van la-maar-zeggen ‘de helaasheid’ naar ‘de familie Flodder’ verschuift en dat is jammer. Bovendien wordt aan het einde in een dialoog nogal slecht verwoord wat we eerder veel beter en subtieler al lang hadden gezien.

“Waarom denk je dat Brian me steeds weer opzoekt?” vraagt Emile. “Je bent een vader van niks.”

“Waar haal je het gore lef vandaan…”

“Raak me niet aan!” roept Emile (…) “Laat me los.”

“Blijf van mijn jongens af. Of je gaat eraan.”

Tsja. Is dit nou expres heel kinderachtig dan wel stripachtig, of vergaloppeert Robben zich hier in zijn opmaat naar het einde, waarin dat aquarium (we hadden het al gedacht) en meer dan dat aan diggelen gaat.

Robben kan eenvoudig en fantastisch schrijven - ik bleef de eerste hoofdstukken maar mooie zinnen onderstrepen (“Mijn broer woont in een bed op een half uur rijden van onze caravan.”) - en toch bleef ik aan het einde enigszins teleurgesteld achter. Meer, dacht ik, ga nou verder, dieper, haal het onderste uit de kan, in plaats van dat je uitlegt wat al duidelijk was en de boel voorspelbaar laat ontsporen.

Oordeel

Mooi uitgangspuntmaar niet het onderste uit de kan.

Jaap Robben
Zomervacht
De Geus; 316 blz. € 21,99

Jaap Robben wordt op 22 september om 15.00 uur in boekhandel Broese geïnterviewd tijdens het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Gratis toegang.

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Deel dit artikel

Het is een man­nen­ge­meen­schap van weinig woorden en des te meer troep, bier, brommers en bougies