Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Zie mij doen' laat zien hoe mensen met een beperking naar zichzelf kijken én naar ons

Cultuur

Belinda van de Graaf

© Sofie Meelberghs
Interview

Klara van Es laat in haar bekroonde documentaire ‘Zie Mij Doen’ zien hoe mensen met een verstandelijke beperking zichzelf en anderen ervaren.

De Vlaamse regisseuse Klara van Es (55) werkte drie jaar lang als vrijwilliger in Monnikenheide, een zorgcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. In het laatste jaar filmde ze de bewoners, wat resulteerde in ‘Zie Mij Doen’, een ontwapenende documentaire over de manier waarop mensen met een beperking naar zichzelf kijken én naar ons. 

Lees verder na de advertentie

Verrassend is dat Van Es in tijdloos zwart-wit filmde en koos voor een jazzy soundtrack, iets wat je eerder associeert met het New York van Woody Allen of Jim Jarmusch dan met een zorgcentrum in de bossen bij Zoersel in de provincie Antwerpen. De film valt behalve door zijn esthetiek ook op door zijn thematiek. Zie Mij Doen, de titel zegt het al, is een uitnodiging om mee te kijken met Jessica, Sam, Quan en de andere bewoners, om te horen hoe zij hun handicap ervaren. 

Mensen met een een lichte mentale beperking bleken goed te kunnen reflecteren op hun situatie

Klara van Es

Van Es debuteerde enkele jaren terug met ‘Verdwaald in het Geheugenpaleis’, een film over dementie die uitgroeide tot de best bezochte documentaire in de Belgische bioscoop. Zij filmt niet van een afstandje, maar duikt in de belevingswereld van de mensen die ze filmt.

Voordat u begon te filmen werkte u als vrijwilliger in Monnikenheide. Kon u daardoor zo dicht bij de gedachten en gevoelens van de bewoners komen?

“Ja, dat denk ik wel. Ze waren helemaal aan mij gewend toen ik met een camera- en geluidsman aan de slag ging. Voor de bewoners voelde het vertrouwd en voor mij ook. Als ik aan een nieuwe film begin, ben ik altijd een onbeschreven blad. Als vrijwilliger kon ik het zorgcentrum goed leren kennen. Eerst heb ik systematisch alle woningen op het domein bezocht. Er wordt in Monnikenheide gewoond in verschillende huizen die verspreid in het bos liggen. Natuur, architectuur en zorg vormen een bijzondere eenheid. Het gaat om kleinschalige leefgroepen van zo’n acht tot vijftien mensen. Door mee te draaien en de sfeer te proeven kon ik de bewoners selecteren die ik wilde portretteren, en mijn onderwerp afbakenen.”

U wilde het over het emotionele leven van de bewoners hebben?

“Ja, ik kwam er achter dat de bewoners zich heel direct en ongefilterd uiten. Ze zijn duidelijk: ja is ja, nee is nee. Een verademing vond ik dat, want bij ‘gewone’ mensen zitten er vaak allerlei filters tussen. Er wordt veel meer om zaken heen gedraaid, waardoor je niet zelden moet raden wat iemand bedoelt. 

“Mensen met een een lichte mentale beperking bleken goed te kunnen reflecteren op hun situatie. Maar ook een bewoonster als Sofie, die de mentale en fysieke rijpheid van een zuigeling heeft, kun je leren lezen. Ik wilde haar absoluut ook in de film hebben, omdat ze makkelijk over het hoofd wordt gezien. Maar als je je een beetje in haar verdiept weet je dat het ene geluidje ‘blij’ betekent en het andere geluidje ‘ik heb het een beetje lastig’. Het is heel rudimentair wat Sofie kan en doet, maar ook zij communiceerde duidelijk.”

Uw film gaat ook over kijken.

“Ik deed als vrijwilliger de hele dag niets anders dan observeren en ik vroeg me op een gegeven moment af hoe ik eigenlijk kijk. Zie ik alleen de handicap of zie ik ook nog iets anders? Zie ik ook de mens? Tijdens mijn research stuitte ik toen op een boek over staren, geschreven door Rosemarie Garland-Thomson, een Amerikaanse professor die zelf een fysieke beperking heeft. Ze schrijft over hoe er gestaard wordt naar iedereen die afwijkt van de norm en hoe je met die starende blik aan de slag kunt.

“Ze raadt mensen met een beperking aan om terug te kijken. Als er sprake is van kruisende blikken kun je ook tot een wederzijdse interesse of een verstandhouding komen. En mensen die staren raadt ze aan om niet net te doen alsof ze dat niet doen, want daarmee vestigen ze er alleen maar de aandacht op. Heel interessant is dat een van de bewoonsters, Jessica, in vijf seconden zegt waar het boek over gaat. Jessica zegt in de film: Je voelt wel dat mensen kijken. Meestal doe ik alsof ik het niet heb gezien. Maar soms kijk ik terug, zo van: heb je mij gezien?”

Uw vorige twee films ‘Verdwaald in het Geheugenpaleis’ en ‘Carnotstaat 17’ speelden ook op één specifieke locatie en gingen op de een of andere manier over identiteit.

“Dat klopt wel. Als filmmaker ben ik geïnteresseerd in biotopen, maar ook in identiteit en hoe dat begrip wordt ingevuld. Verdwaald in het Geheugenpaleis ging over mensen met beginnende dementie en wat het betekent als uw identiteit afbrokkelt. In Carnotstraat 17 draaide het om vluchtelingen en de vraag wat migreren met uw persoon doet. In Zie Mij Doen stel ik de de vraag hoe beperkt mensen met een beperking zijn. 

“Mijn ervaring is dat als je je een beetje in deze mensen verdiept, je een rijke belevingswereld binnentreedt. In gesprekken tussen begeleiders en bewoners heb ik daar ook wel op aangestuurd. De vier basisemoties zijn blij, bang, boos en bedroefd en die kwamen tijdens het filmen allemaal wel aan de orde. ‘In mijn hoofd en hart is alles goed’, zegt een van de bewoners. Het is een speciaal moment in de film, omdat het zo helder is. Net als wij hebben zij ook baaldagen en ook die laat ik zien. Quan, de Chinese jongen, weet dat hij met Kerst alleen zal zijn. Hij uit zijn verdriet daarover.”

Ook door de puntgave zwart-wit fotografie en jazzy soundtrack laat u ons op een andere manier naar een zorgcentrum kijken.

“Zeker. Een belangrijke inspiratiebron was ‘Ida’ van de Poolse Oscarwinnaar Pawel Pawlikowski. Het is geen documentaire maar een speelfilm. En het onderwerp is totaal anders. Ida gaat over een Poolse novice die in de vroege jaren zestig haar wortels gaat onderzoeken. Ik werd door die film totaal van mijn sokken geblazen. Ik was niet alleen ondersteboven van het verhaal, maar ook van de manier waarop het gefilmd was, in zwart-wit: zo schoon. Ik ben van huis uit kunsthistorica, dat speelt ook mee, maar ik dacht: waarom zou je een zorgcentrum alleen in reportagestijl kunnen filmen?”

Elke week worden de nieuwste films besproken door onze recensenten. U leest de recensies hier.

Deel dit artikel

Mensen met een een lichte mentale beperking bleken goed te kunnen reflecteren op hun situatie

Klara van Es