Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Op een meubelboulevard zie je alles'

Cultuur

Co Welgraven

Review

Tony van der Meulen is journalist en columnist.

’Ik heb geprobeerd een omgeving te vinden om de verruwing en vervlakking in de samenleving te situeren; een meubelboulevard is daartoe een vruchtbare akker. Daar gebeurt van alles: er wordt nogal wat rommel verkocht, mensen zijn lomp, op zichzelf gericht en hebben alleen het eigenbelang voor ogen – zowel verkopers als consumenten –, je ziet de verloedering van de maatschappij zich voor je ogen afspelen.

Het boek begint met een scène bij de viskraam waar een vrouw twee haringen bestelt terwijl ze ondertussen met haar kind aan het bellen is. Die proloog is tekenend voor deze tijd: mensen zijn onattent, hebben geen enkele interesse in elkaar, doen waar ze zin in hebben.

Ik beschrijf de geschiedenis van een meubelboulevard ergens in het land vanuit de optiek van die haringboer (’Haring van Peter is beter’) en een Vietnamese loempiaverkoper (’Nergens is een loempia lekkerder dan, bij de Vietnamees Nah Tran’). Zíj hebben mijn sympathie – ik ben niet voor niks zoon van een middenstander. Zij moeten vechten tegen de grote meubeljongens, en tegen de projectontwikkelaars en gemeentebestuurders die onder één hoedje spelen – de verruwing slaat overal toe.

Rivierenplein heet de boulevard, dat is een fictieve naam. Het hele boek is een mix van fictie en nonfictie, faction wordt dat tegenwoordig genoemd. Overal in het land heb ik onderzoek gedaan: Leiderdorp, Rotterdam, zelfs in Oberhausen, waar volgens mij de ergste meubelboulevard van heel Europa staat. Je ziet, ik heb de ontbering niet geschuwd. Ik heb zelfs een keer op een Tweede Pinksterdag gratis ontbeten in zo’n meubelzaak. En ik ben in de leer geweest bij een visfamilie en bij een Vietnamese bootvluchteling.

Veel van de gebeurtenissen die ik beschrijf zijn echt gebeurd. Daarbij put ik onder andere uit m’n eigen journalistieke ervaring. Die Vietnamees wordt bijvoorbeeld weggepest omdat zijn klanten vette vingers zouden maken op de uitgestalde meubels. Een dergelijke zaak hebben we in de jaren negentig verslagen in het Brabants Dagblad waarvan ik destijds hoofdredacteur was. Ik denk dat de lezer wel door heeft wat fictie en wat nonfictie is, het ligt er meestal dik bovenop.

Wat ik ook aankaart, is het verschijnsel opbelradio waar mensen op de meubelboulevard naar luisteren, programma’s als Stand.nl. Het is zo’n makkelijke vorm van journalistiek: je houdt mensen een toeter onder de neus, en je hebt een stukkie; ik gruw daarvan. Je hoort ook de vreselijkste dingen.

Het idee voor dit boek kreeg ik een paar jaar geleden toen het NOS-journaal op Tweede Pinksterdag een lange reportage uitzond over de meubelboulevard, ik dacht van Marga van Praag. Op haar vraag aan een vrouw wat ze daar deed, zei deze: ’Wat moet je anders, zo’n tweede dag?’ Ik vond dat onthutsend.

Het boek is een combinatie van serieuze en vrolijke dingen. Ik erger me weliswaar aan de vervlakking, de verruwing en de onverschilligheid, maar je kunt op de meubelboulevard ook lachen, als je er oog voor hebt. ’Een satirische zedenschets’, noemde een vriend het boek. Ik vind dat een compliment.”

Deel dit artikel