Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Niets geleerd van Bijlmerramp' Dekker: Rijksluchtvaartdienst is ernstig tekortgeschoten

Cultuur

ADRI VERMAAT

Review

Vincent Dekker: 'Going down, Going down', de ware toedracht van de Bijlmerramp'. Uitg. L. J. Veen, Amsterdam.

Zeker de Rijksluchtvaartdienst (RLD) is op cruciale punten ernstig tekort geschoten. De dienst heeft een jaar geleden een verre van compleet eindrapport over de toedracht van de ramp gepresenteerd. Bovendien heeft de RLD bewust verzuimd aanbevelingen te doen die de veiligheid van woonwijken in de directe omgeving van Schiphol zouden kunnen vergroten.

Dit stelt journalist Vincent Dekker in zijn boek 'Going down, Going down, de ware toedracht van de Bijlmerramp', dat heden verschijnt. Volgens de Trouw-redacteur bevestigt zijn onderzoek naar de ramp dat economische belangen - de uitbreiding van Schiphol en de toename van het aantal vliegbewegingen - zwaarder wegen dan de ontelbare risico's die omwonenden van de luchthaven juist vanwege deze expansiedrift lopen.

Dekker maakte allereerst een constructie van de ramp zelf. Die had volgens hem nooit kunnen plaatsvinden, wanneer de verkeersleiding van Schiphol op die 4e oktober adekwaat zou hebben gereageerd op de reeks van problemen waarmee het EL Al-toestel, al kort nadat hij was opgestegen, kampte. Van de verkeersleiders zou de gezagvoerder Fuchs zonder pardon het bevel hebben moeten krijgen voor een noodlanding in het IJsselmeer. In dat geval had de bemanning en de enige passagier aan boord van het toestel vrijwel zeker de crash overleefd, meent Dekker.

Maar in plaats daarvan vloog het 'kansloze' toestel, dat was geladen met chemicaliën en propvol kerosine zat, met goedkeuring van de verkeersleiding tot tweemaal toe een ronde boven Amsterdam, om vervolgens op enkele flatgebouwen in de Bijlmer neer te storten. Het standpunt van de RLD dat een verkeersleiding volgens internationaal recht niet de bevoegdheid heeft een bepaalde route te verbieden of deze op te dragen, bestrijdt Dekker. Hij wijst op een uit 1991 daterende toelichting bij het ontwerp van de nieuwe Nederlandse Wet Luchtverkeer, die zegt dat het 'voor de verkeersleiding zelfs noodzakelijk kan zijn om, zonodig eenzijdig, te bepalen of de vlieger een handeling mag, dan wel moet verrichten, respectievelijk dient na te laten'.

Dat de RLD in het eindrapport over de ramp heeft nagelaten die mogelijkheid onder de aandacht (van de verkeersleiding) te brengen, is volgens de auteur geen toeval. Volgens hem heeft RLD-directeur H. Wolleswinkel ook willens en wetens verzuimd suggesties te doen over vervoer van chemicaliën in de lucht, het vervangen van de Buitenveldertbaan ('de gevaarlijkste landingsbaan van Nederland') door een veiliger alternatief en het weren van gevaarlijk uranium uit vliegtuigen. Dat het RLD-rapport hierover met geen woord rept, ziet Dekker als een ernstig signaal.

De ramp veroorzaakte in de Bijlmer veel paniek. De nasleep ervan bracht vooral onrust teweeg. Bewoners, die indirect slachtoffer waren geworden van het neerstorten van een vliegtuig in hun woonomgeving, pakten veelal hun huisraad bijeen en verhuisden naar elders. Nu nog kampt een aantal van hen met trauma's, die van grote invloed zijn op hun functioneren in de samenleving. Dekker noemt het tegen deze achtergrond, de feitelijke ramp vormde het te pletter slaan van een vliegtuig op woonflats, falikant onjuist dat in de RLD-rapportage voorbij is gegaan aan de veiligheid 'op de grond'. De bewering van Wolleswinkel dat een ramp als deze 'nooit meer kan gebeuren', is volgens de auteur niet meer dan een loze kreet, bedoeld om omwonenden van luchthavens tegen beter weten in gerust te stellen.

Dekker heeft daar wel een verklaring voor. Zo is Schiphol sinds vorig jaar op passagiersgebied de vierde luchthaven van Europa en de derde waar het vrachtvervoer betreft. 'Om die positie te handhaven, moet er flink worden gebouwd en uitgebreid', schrijft hij. 'In zo'n situatie komt onrust over de onveiligheid bepaald ongelegen. (. . .) De realiteit dat de Bijlmer, een woonwijk voor ruim 100 000 mensen, met Buitenveldert het meest onveilige gebied rond de luchthaven is, wil Schiphol niet breed uitgemeten zien. Het zou de roep om het sluiten van de Buitenveldertbaan te veel ondersteunen'.

Volgens Dekker heeft de RLD de toedracht van de ramp van meet af aan willen verdoezelen. De goede naam die Nederland op luchtvaartgebied en zeker ook de veiligheid heeft, mocht hoe dan ook niet verloren gaan. Dat de EL Al-Boeing tijdens de fatale vlucht twee motoren verloor, was volgens hem ook geenszins de oorzaak, maar slechts de inleiding tot de ramp. Veel belangrijker daarom is de vraag hoe het kon gebeuren dat het toestel negen minuten later uitgerekend in een woonwijk neerstortte.

Dat de RLD de verkeersleiding van Schiphol daarvoor niet mede-verantwoordelijk heeft gesteld, zou gelegen zijn in de belangen van de luchthaven. 'De angst dat de waarheid over El Al-vlucht LY-1862 de groeiplannen zou vertragen, lijkt reëel', meent Dekker, die daarmee ook een verklaring denkt te hebben voor de geringe belangstelling van de RLD voor ooggetuigen.

RLD-directeur Wolleswinkel heeft tot in de eindrapportage volgehouden dat de El Al-Boeing op de fatale oktoberdag al boven Weesp onbestuurbaar raakte en vervolgens door een ongelukkige samenloop van omstandigheden in de Bijlmermeer crashte. Het toestel zou bovendien maar één keer boven de hoofdstad hebben gevlogen en niet tweemaal. Dekker noemt deze voorstelling van zaken geheel onjuist. Maar een bevestiging van het tweemaal boven Amsterdam rondvliegen, zou hebben betekend dat de verkeersleiding van Schiphol ongewild in het verdachtenbankje terecht was gekomen, zegt Dekker.

Die heeft tenslotte sterke aanwijzingen dat de RLD hem in zijn journalistieke onderzoek naar de Bijlmerramp heeft willen schaden en zelfs geïntimideerd. Opmerkelijk noemt hij het ook dat tal van mensen die beroepshalve met hem over de ramp spraken, een spreekverbod van hun superieuren kregen opgelegd. Van de verklaringen, die zij tegenover Dekker aflegden, was niets in het RLD-rapport over de ramp terug te vinden. Hij trekt daaruit de conclusie dat de dienst het onderzoek zodanig heeft weten te sturen, dat belastend materiaal voor het Nederlandse luchtvaartwezen nooit de buitenwacht zou halen.

Deel dit artikel