Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Mijn God, alles is beter dan Zeist'

Cultuur

George Marlet

Review

De 'dorre tucht en d'onoprechtheid van uw vale straten' ten spijt, is Zeist wel degelijk een inspiratiebron geweest voor de dichter Hendrik Marsman.

Met zijn geboorte- en woonplaats (van 1899 tot 1921; volgens het bevolkingsregister zelfs tot 1929) had Marsman een - voor kunstenaars niet ongebruikelijke - haat/liefde-verhouding. ,,Ik houd niet van Leiden..., maar mijn God, alles is beter dan Zeist'', schreef Marsman toen hij in Leiden rechten studeerde. Zijn ergernis en frustratie over 'het keurige gladgepolijste leven der burgers' van Zeist stak hij niet onder stoelen of banken.

,,Dat is maar één kant van het verhaal'', zegt Pierre Rhoen, gemeentearchivaris van Zeist. ,,Marsman is veel meer door Zeist geïnspireerd dan hij wilde toegeven. De basis voor zijn literaire ontwikkeling is hier gelegd; hier schreef hij zijn eerste gedichten.'' Rhoen heeft bij gelegenheid van de herdenking van Marsman honderdste geboortedag letterlijk diens spoor gevolgd en vastgelegd. De Zeister bossen en het Kromme-Rijngebied brachten Marsman niet tot vervoering zoals de zee ('Paradise regained') en het rivierenlandschap ('Herinnering aan Holland') dat deden. Invloed heeft zijn omgeving niettemin zeker gehad. Rhoen: ,,Met andere dichters en schrijvers liep Marsman uren door de donkere bossen van Zeist. En richting Bunnik was er het weidegebied, dat in het gedicht 'Bloesem' wordt beschreven.''

Het boekje 'In de voetstappen van Hendrik Marsman (1899-1940) door het dorp Zeist' wordt donderdag gepresenteerd tijdens een Marsman-avond in de openbare bibliotheek. De uitgave is in handen van de gemeente Zeist, die een van haar 'grote zonen' al eerde met het vernoemen van een straat en het aanbrengen van een gevelsteen bij Marsmans vroegere woonhuis aan de Tweede Dorpsstraat. Daar schuin tegenover in hotel/congrescentrum Figi komt Marsmans portret in brons te staan, vlakbij het borstbeeld van zijn vriend Willem Pijper, de componist.

Gemeentearchivaris Rhoen heeft Henny (roepnaam) Marsman eerder beschreven in het boek 'Markante Zeistenaren'. ,,Ik had toen al de indruk van een twijfelaar, iemand die niet kan kiezen. Dat beeld is nog versterkt. Terwijl hij als een autoriteit bekend stond, zocht hij altijd steun.'' Die ambivalentie tekent ook Marsmans houding ten opzichte van Zeist. Hij keert zich af van de benauwende rangen- en standensamenleving, maar wil tegelijk dolgraag tot de 'betere kringen' behoren. ,,De familie behoorde zelf tot de middenstand. Zijn moeder werd daarom als 'juffrouw' aangesproken. Dat deed Marsman erg pijn, ook omdat hij wist dat hij nooit tot een hogere klasse kon behoren.''

Veel van het Zeist uit Marsmans jonge jaren is verdwenen of ingrijpend veranderd. Het woonhuis, bekleed met nep-marmeren platen, herbergt nu Grieks restaurant Akropolis. Van de paradijselijke tuin achter Beek & Royen waar Marsman in 1918 na een ernstige ziekte mocht aansterken, rest nog een wildernis waar het verkeer langs raast. Bij het nog authentieke woonhuis van de door Marsman zeer bewonderde Nell van Nie, lijkt de tijd echter te hebben stilgestaan. Ook het Broederplein en Zusterplein bij Slot Zeist zijn in een eeuw tijd nauwelijks veranderd. Marsman ging daar naar de lagere school en kerk en was vaak te gast bij Arthur Lehning en zijn familie. Marsman adoreerde Lehnings moeder, Paula Müller-Schübler, en was dan ook intens bedroefd toen zij in 1921 stierf en werd begraven op de begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente. De eerste strofe van het gedicht 'Ontbinding' is ter plaatse nog volledig herkenbaar: ,,De linden temperen het licht / wild en bedwelmend slaan de voorjaarsstormen / over de blinde aangezichten van de graven / onder de donkergroene vlammen van de bomen/ schemert het warme zomermiddaglicht.''

Met de uitgave van het boekje, een dichtwedstrijd voor scholieren, vertellingen, muziek en dans heeft Zeist het leven en werk van Marsman uitvoerig belicht. Wat archivaris Rhoen betreft, houdt het daar niet mee op. Hij ziet nog wel brood in de oral history, die ook in de biografie van Jaap Goedegebuure niet aan bod is gekomen. ,,Ik zou graag meer willen weten over de emotionele kant, de verhoudingen in de familie en het gezin. Marsman lijkt zijn ouders niet erg te waarderen. Hij presteerde het om zijn ouders geen exemplaar van een nieuw boek te sturen. Zijn vader moest hem daar per brief om vragen. Marsman is een boeiend persoon, maar ik voel er geen warmte bij. Ik ben in de archieven niets over hem tegengekomen waarvan je zegt: dat doet me goed.''

Deel dit artikel