Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Kunst hoort bij ons als de liefde’

Home

Marco Visscher

© RV
Interview

Kunst die sociale cohesie bevordert, maakt zichzelf overbodig. De Britse kunstcritica Tiffany Jenkins wil dat we kunst weer waarderen om zichzelf.

Eind vorig jaar kondigde de gemeente Amsterdam trots aan op artistiek gebied te gaan samenwerken met New York. Het gebeurde tijdens een handelsmissie; kunst en cultuur creëren immers ‘economische waarde’, aldus een hoofdstedelijke wethouder, ze bevorderen sociale cohesie en betrekken jongeren bij debatten. De ‘creatieve industrie’ kon mooi worden ingezet bij ‘citymarketing’. Een verwijzing naar de schoonheid van kunst ontbrak.

Lees verder na de advertentie
Minister Bussemaker heeft een zwak voor cultuur met betekenis voor ge­zond­heids­zorg, stedelijke ontwikkeling, kli­maat­ver­an­de­ring en voed­sel­voor­zie­ning

Het verwondert Tiffany Jenkins al langer. Regelmatig zit de Britse cultuurcritica en BBC-presentatrice bij een conferentie of opening waar een spreker vol lof is over de kunstsector en daarbij schermt met woorden als ‘creativiteit’, ‘diversiteit’ en ‘participatie’. Het klinkt allemaal mooi, maar, zo vraagt Jenkins zich af: is dit werkelijk waar het om draait bij kunst? Hoe kan het eigenlijk dat je wegkomt met een lezing zonder de naam van een enkele kunstenaar of kunstwerk te noemen?

Ook in Nederland ligt er nadruk op de maatschappelijke impact van de kunsten. Minister Bussemaker vindt dat “het bestaansrecht van kunstenaars en culturele instellingen” voornamelijk ligt “in de verbinding met de samenleving”. Daarom heeft ze een zwak voor cultuur met betekenis voor gezondheidszorg, stedelijke ontwikkeling, klimaatverandering en voedselvoorziening. En dus subsidieert het Fonds voor Cultuurparticipatie vergrijzende gemeentes. Met tienduizenden euro’s stimuleert het kunst die een positief effect zou hebben op “vitaliteit en welzijn van ouderen”.

Zelfs de cul­tuur­min­nen­de klasse weet niet meer wat kunst is en waarom het belangrijk is

De waardering voor de maatschappelijke rol van de kunsten is toch een opsteker?

“Zo denken ze inderdaad in de kunstwereld. Daar klinkt weinig verzet als beleidsmakers musea schetsen als centra voor sociale cohesie en diversiteit, of een motor voor gemeenschapszin, of wanneer ze de gunstige invloed van kunst op de gezondheid of criminaliteit prijzen. Het geeft hun een doel en autoriteit. Maar het is een curieuze trend, want dat zijn allemaal dingen waarvoor politici zich niet eerder hadden gericht tot de sector van kunst en cultuur.”

Wat op de ene plek werkt, kan op een andere mislukken

Dat hoeft toch geen probleem te zijn?

“Maar dat ís het wel. Deze ontwikkeling bevestigt de crisis in de kunsten, want zelfs de cultuurminnende klasse weet niet meer wat kunst is en waarom het belangrijk is. En de ontwikkeling bevestigt bovendien dat er sprake is van een politieke crisis, een waarin we niet langer lijken te weten wat politiek is en hoe we de samenleving kunnen veranderen. Denkt u echt dat we ongelijkheid of het verval van een gemeenschap kunnen oplossen door een kunstenaar iets te laten maken?”

De kunsten kunnen daar toch wel aan bijdragen?

“Kunst kan vragen stellen en een waarheid onderzoeken of blootleggen. Dat heeft op zich een maatschappelijk nut. Het kan ook best dat een kunstwerk in een wijk de saamhorigheid bevordert, of dat het een gezond, ontspannend effect heeft op mensen met stress. Maar die werking kun je niet veralgemeniseren. Wat op de ene plek werkt, kan op een andere mislukken. Wat de een inspireert, kan de ander juist onthutsen of volkomen koud laten.”

Is de politieke interesse dan geen goed nieuws voor de kunst?

“Ik denk het niet. Volgens mij zorgt zo’n instrumentele opvatting van kunst uiteindelijk voor onverschilligheid. Die slaat namelijk elke inhoudelijke discussie over de artistieke waarde van de kunst dood. Sterker, het gaat helemaal niet meer over die waarde. Hoe houden we het niveau van de kunst hoog als kunstenaars geen inhoudelijke kritiek meer krijgen die hen scherp houdt? In een beschaafde samenleving wil je dat zo veel mogelijk mensen kennis hebben van de grootse kunstwerken uit het verleden, dat ze weten hoe ze naar kunst kunnen kijken. Zo kweek je waardering voor kunst. Ik geloof niet dat we dit doen. Het is een vreemde paradox: juist nu we zo veel praten over het nut van kunst, cultuur en creativiteit, gaat het niet langer over de esthetiek en de kwaliteit van de kunstwerken zelf. Wie vraagt zich nog af: is dit goed? En waarom? Hoe verhoudt het zich tot iets wat iemand honderd jaar geleden maakte? Het is dan ook niet verwonderlijk dat er al jaren wordt bezuinigd op kunst.”

Wanneer we stoppen om het op te nemen voor de kunsten vanwege wat ze écht doen, waarom ze waarde hebben en onvervangbaar zijn, dan worden de kunsten irrelevant

Hoezo? Die bezuinigingen zijn toch des te opmerkelijker omdat kunst steeds meer wordt erkend om haar bijdrage aan maatschappelijke kwesties?

“Zodra de kunsten worden ingezet om iets te doen wat niet uniek is aan de kunsten, worden ze vervangbaar. Ik geef u een voorbeeld. We horen al jaren dat kunst goed is voor onze gezondheid, dat musea misschien wel net zo belangrijk zijn als ziekenhuizen. Het klinkt fantastisch en als er geld is voor projecten om kunst te brengen naar wijken en gebouwen waar mensen niet zo gezond zijn, kan het allemaal. Maar zodra er bezuinigingen komen en je moet kiezen tussen kunst en een ziekenhuis, dan legt het museum het af. Probleem is dat je dan al te laat bent om nog te zeggen dat kunst eigenlijk bijdraagt aan schoonheid en waarheid. Immers, dát argument hebben we allang niet meer gehoord. Wanneer we stoppen om het op te nemen voor de kunsten vanwege wat ze écht doen, waarom ze waarde hebben en onvervangbaar zijn, dan worden de kunsten irrelevant.”

Waarom praten we volgens u niet langer over de artistieke waarde van de kunst?

“Uit angst om te oordelen. We hebben niet langer vertrouwen in ons oordeel over wat goede en slechte kunst is. Toch kun je het beste met kunst omgaan door erover te discussiëren. Door je mening te uiten toon je respect voor de kunst en voor het oordeel van iemand anders, want anders neem je ze niet serieus.”

Wanneer we ons uitspreken, horen we al snel dat het ‘ook maar een mening’ is. Herkent u dat?

“Haha, inderdaad. Dat is toch niet respectvol? Weet u, er zijn zeer geleerde kenners die tientallen jaren onderzoek hebben zitten in kunststromingen. Toch zijn musea huiverig om aan bezoekers te laten zien wat zij weten en vinden.”

Het is alsof musea zich schamen voor de kennis die ze in huis hebben

Vandaar de celebrity curators, BN’ers als Halina Reijn, Nico Dijkshoorn en Daniël Lohues?

“Dat is toch bespottelijk! Het is een heel opzichtige poging om kunst te populariseren, maar eigenlijk is het ook minachting voor het publiek. Kennelijk denken ze bij het museum dat mensen niet naar binnen zouden komen om datgene wat er te zien is, maar omdat een bekend persoon het óók doet. Maar als je niet aan mensen duidelijk kunt maken wat voor prachtige kunstwerken er zijn en wat een schat aan informatie je daarover te bieden hebt, waarom zouden ze dan nog komen? Een museum verschuilt zich nog liever achter een bekende acteur, zanger of voetballer dan dat het laat zien waarom het keuzes maakt.

“Het is alsof musea zich schamen voor de kennis die ze in huis hebben. Dat is een uitwas van het postmodernisme: de mogelijkheid van waarheid en kennis wordt weggehoond. Omdat de kunstsector niet langer zelfvertrouwen heeft, probeert hij zichzelf te rechtvaardigen op basis van publieksaantallen of publieksparticipatie, alsof de kunsten midden tussen de mensen staan. Maar de recente politieke omwentelingen in Europa en de Verenigde Staten maken duidelijk dat dit volstrekt niet het geval is.”

Hoe bedoelt u dat?

“Als kunstenaars inderdaad meer gericht zijn op het publiek en de politiek, zoals we al jaren horen, dan is het toch eigenaardig dat zij op geen enkele manier hebben laten zien dat we de massale steun voor de Brexit of voor Donald Trump konden verwachten? Daaruit blijkt de oppervlakkigheid van de claim dat kunstenaars meer in contact zijn met de lokale gemeenschap.”

Hadden kunstenaars de veranderende opinies moeten zien aankomen volgens u?

“We leven in politiek razend interessante tijden waarin van alles verandert. Wat zou je in zulke tijden van de kunsten mogen verlangen? Ik denk dat we mogen verlangen dat ze die veranderingen inzichtelijk maken. En als we van mening zijn dat goede kunst iets van waarheid moet laten zien, dan kunnen we het snel eens worden dat zulke kunst er op dit moment niet is. De politieke kunst die we wel te zien krijgen biedt vaak slechts een reflectie van de meningen van een kleine minderheid van zelfgenoegzame progressievelingen met hun vermoeiende ironie.”

U denkt misschien aan de Britse straatkunstenaar Banksy?

“Zijn werk is inderdaad cynisch en tamelijk neerbuigend jegens gewone mensen. Ik hou daar niet van, maar goed, het is kunst, dus het mag. Banksy’s werk is als een advertentie: het is zo simpel dat je het meteen snapt en niet hoeft na te denken. Goede kunst is echter vaak gecompliceerd en onuitputtelijk en kan de tijd doorstaan. Banksy’s werk is en kan dat niet, het is als popmuziek.”

Hoe moeten we kunst beoordelen?

“Je eerste, instinctieve reactie, dat onderbuikgevoel, is belangrijk. Maar kennis is ook belangrijk, omdat je op die manier een schilderij in een context kunt plaatsen: is het een heel nieuw idee of is het technisch ingewikkelder dan wat daarvóór werd gemaakt? En je komt tot een oordeel in een gesprek met anderen. Dat is lastig, want je moet dan rechtvaardigen waarom je iets vindt. Een oordeel moet niet alleen in je hoofd worden gevormd, maar juist in relatie met anderen. Zo leer je door de ogen van een ander te kijken en bereik je consensus of worden verschillen duidelijk: het is allemaal verhelderend. Het is een beetje zoals je ook in de politiek tot opinies komt in een open debat, waarin iedereen mag zeggen wat hij of zij wil. Bij kunst en politiek moet je dat stemmetje uit jouw hoofd halen en het met anderen bespreken. Alleen zo test je jezelf en zo verleid en overtuig je anderen. Zo’n dialoog onderstreept wat het betekent om onderdeel van een samenleving te zijn. Wanneer we tegen een ander zeggen dat een kunstwerk echt heel goed is en dat die er kennis van moet nemen omdat het hem of haar kan beroeren, zien we diegene als een volledig mens, als iemand die meer is dan een wandelende brij van alledaagse beslommeringen.”

Net als liefde hoort kunst bij het mens-zijn. Er is iets unieks aan de ervaring om te kijken naar een schilderij dat iemand jaren geleden heeft gemaakt

Wat doet kunst nu eigenlijk voor ons?

“Stel dat we die vraag zouden stellen over de liefde. Wat doet liefde eigenlijk voor ons? Sommigen zullen misschien zeggen dat liefde de eenzaamheid verdrijft, of dat het kinderen voortbrengt. Waarschijnlijk missen we het belangrijkste, namelijk dat liefde ons leven verrijkt met bijzondere gevoelens en ervaringen die je anders niet zou hebben. Zo is het ook met kunst. Net als liefde hoort kunst bij het mens-zijn. Er is iets unieks aan de ervaring om te kijken naar een schilderij dat iemand jaren geleden heeft gemaakt. Ik vrees dat we die ervaring zullen kwijtraken wanneer we kunst benaderen op een instrumentele wijze. Kunstenaars zullen dan bovendien hun werk aanpassen om te laten zien wat de politici graag willen zien, en hun werk zal niet op zijn artistieke waarde worden beoordeeld. Het leidt tot eenvoudige kunst, die makkelijk te begrijpen valt en die niet meteen reflecteert wat de kunstenaar of de curator wil laten zien. Daarom moeten kunstenaars tegen deze ontwikkeling in het geweer komen.” 

Tiffany Jenkins

Tiffany Jenkins (42) is een Britse cultuursocioloog en kunstkenner. Ze publiceert in The Guardian en Foreign Policy en presenteert een kunstprogramma over kunst voor de BBC-radio.

In ‘Keeping their Marbles’ (2016) betoogt Tiffany Jenkins waarom de Britten de ooit uit Griekenland geroofde kunstschatten níet moeten teruggeven. Kunst is nu eenmaal grensoverschrijdend; een culturele claim zou historisch onjuist en sociaal onwenselijk zijn. Jenkins is ook een uitgesproken tegenstander van culturele boycots van landen als Israël: “een boycot zet muren tussen landen en tussen mensen, terwijl kunst juist is bedoeld om die muren te slechten.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Minister Bussemaker heeft een zwak voor cultuur met betekenis voor ge­zond­heids­zorg, stedelijke ontwikkeling, kli­maat­ver­an­de­ring en voed­sel­voor­zie­ning

Zelfs de cul­tuur­min­nen­de klasse weet niet meer wat kunst is en waarom het belangrijk is

Wat op de ene plek werkt, kan op een andere mislukken

Wanneer we stoppen om het op te nemen voor de kunsten vanwege wat ze écht doen, waarom ze waarde hebben en onvervangbaar zijn, dan worden de kunsten irrelevant

Het is alsof musea zich schamen voor de kennis die ze in huis hebben

Net als liefde hoort kunst bij het mens-zijn. Er is iets unieks aan de ervaring om te kijken naar een schilderij dat iemand jaren geleden heeft gemaakt