Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Je kunt gewend raken aan een apathische toestand'

cultuur

Sofie Messeman

Knud Sonderby.
BOEKRECENSIE

Oordeel: raak portret van een verveelde jeugd; gevat, afgemeten verteld
Knud Sønderby
Midden in een jazztijd
Vert. Femke Blekkingh-Muller
Oevers; 232 blz. € 16,95

Toen ‘Midden in een jazztijd’ van Knud Sønderby (1909-1966) in 1931 verscheen, was het meteen een schot in de roos. In zijn inmiddels klassiek geworden roman schetst de Deense schrijver een ontluisterend portret van de jeugd tijdens het Interbellum; jongeren die hun dagen doorbrengen in ongebreidelde ledigheid. ‘Ik luister naar de grammofoon dus ik ben’ is het adagium. Hoewel de oudere generatie de roman wegzette als ‘te weinig opbouwend’, was het jonge publiek dolenthousiast. De eerste oplage was in veertien dagen tijd uitverkocht. Het boek telt ondertussen tal van Deense pleitbezorgers, onder wie Jens Christian Grøndahl, die speciaal voor de nu verschenen Nederlandse vertaling een voorwoord schreef.

Lees verder na de advertentie
In zijn nu vertaalde ‘Midden in een jazztijd’ (1931) portretteert Sønderby de verveelde Deense jeugd tijdens het Interbellum

Hoofdpersoon is Peter Hasvig, een arme rechtenstudent die een relatie aanknoopt met de rijke Vera Bragge. Zo komt hij terecht in de welgestelde Kopenhaagse burgerij. Vera’s vrienden spelen tennis, rijden paard en spelen bridge ‘in één lange gedachteloosheid’. Of nog: ‘totdat ze bijna dood gingen van verveling’.

De hele roman is doortrokken van een enorme landerigheid. De dagen glijden voorbij met nog maar eens een rondje ‘plaatjes draaien’ of nog maar eens een dansavond, doordrenkt met alcohol en cynische gesprekken.

De landerigheid slaat over op de lezer, die wordt meegezogen in het nihilisme van de personages, overigens zonder dat het saai wordt. Daarvoor is deze schrijver te bijzonder. Want onder zijn ogenschijnlijk eenvoudige vertelling, gaan vele lagen schuil, die poëtisch, beschouwend en cynisch tegelijk zijn. Sønderby formuleert raak, afgemeten en gevat: “Er zitten mensen op kantoren. Die schrijven. Ze zijn in de weer met grote boeken, stempelen papieren af, betalen geld uit - en ze schrijven. Zonder erbij na te denken. Je kunt gewend raken aan een apathische toestand en daarin berusten, met afwezige ogen, en doen wat je doen moet. Ieder half uur haal je je horloge tevoorschijn en constateer je dat er nog maar een kwartier voorbij is gegaan, en dan schrijf je verder. Apathisch. Apathisch.”

Sønderby schetst een bijzonder overtuigend portret van de rusteloze, cynische generatie van de jaren twintig

Klassentegenstellingen

Sønderby’s roman gaat ook over klassentegenstellingen. Want Peter krijgt als arme student dan wel toegang tot de hogere burgerij, de vraag is of dit blijft duren. In een ontluisterende scène, meteen de climax van de roman, wordt Peter plots met de realiteit van zijn sociale klasse geconfronteerd. Tijdens een skireis breekt hij een waardevolle vaas in het hotel waar de vrienden verblijven. Hij moet onder ogen zien dat hij die niet kan vergoeden, iets wat zijn rijke vrienden niet kunnen of willen begrijpen. Zonder scrupule voert de kring hem af, Vera Bragge voorop.

De hele roman door wordt het meisje afgeschilderd als ‘vriendelijk en beleefd’, alsof er verder niet veel in haar omgaat. Maar wat er in mensen omgaat, weet niemand, zo beklemtoont de schrijver steeds opnieuw: “Mensen hadden een oppervlak en in hetzelfde heldere water konden gulzige haaien zijn, of dromerige zeewierbossen, sprookjesachtige landschappen met gedraaide schelpen, grotten en kostbare parels, en er kon grauwe zandbodem zijn, of kabeljauw. Alles.”

Peter druipt af naar Kopenhagen, waar hij zich in goedkope dancings overgeeft aan jazzmuziek. Ondertussen stelt hij met spijt vast dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt. “Wat voor gedachten zou je hebben als je daar als oude man loopt? Dat je het leven hebt geleefd? Dat je alles hebt geprobeerd wat de moeite waard was? Ach, ja, alles wat altijd niets werd, al die waardevolle dingen, die je waardeloos hebt gemaakt.”

Sønderby schetst een bijzonder overtuigend portret van de rusteloze, cynische generatie van de jaren twintig. Het is een generatie die - na de Eerste Wereldoorlog - niet langer gelooft in grote ideologieën, en zich dan maar overgeeft aan sport, muziek en tennis, al brengt het oeverloze hedonisme uiteindelijk geen soelaas voor eenzaamheid en het verlangen naar liefde.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
In zijn nu vertaalde ‘Midden in een jazztijd’ (1931) portretteert Sønderby de verveelde Deense jeugd tijdens het Interbellum

Sønderby schetst een bijzonder overtuigend portret van de rusteloze, cynische generatie van de jaren twintig

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.