Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik ging over al mijn grenzen heen'

Cultuur

Henny de Lange

Liesbeth van der Pol © Merlijn Doomernik

Bij het ontwerpen van gebouwen gaat Liesbeth van der Pol altijd 'tot op de grens'. 'Alleen dan worden het gebouwen met een uitgesproken karakter.' Acht levenslessen van de architect.

Les 1: Er ontstaat niets nieuws uit wat je al wist
"Een opdrachtgever kwam bij me voor een woonhuis. Het moest minstens een Palladio worden, maar ook ruig en industrieel zijn. Mijn eerste opwelling was dat die twee verlangens onverenigbaar zijn. De harmonieuze gebouwen van de Italiaanse architect Palladio hebben niets van industrieel erfgoed.

Maar dat aangeleerde denken kun je loslaten, dan wordt het spannend. Als ik er nou eens van uitga dat het wel verenigbaar is, hoe zou het er dan uitzien? Je hebt de neiging om vast te houden aan wat je al weet. Van dat veilige pad kan je afstappen. Dat is griezelig, maar ik heb geleerd dat er alleen dan creativeit loskomt."

Les 2: Live dangerous
"Je moet gevaarlijk leven, anders is er geen klap aan. Toen ik een jaar bouwkunde had gestudeerd in Delft, ben ik naar Mexico City gegaan, in mijn eentje, en daar bijna een jaar gebleven. Ik verwachtte dat iedereen zou staan applaudisseren toen ik uit het vliegtuig stapte, maar er stond helemaal niemand, dat was heel eenzaam.

Later ben ik ook nog naar Barcelona gegaan, waar ik mijn studie combineerde met werken op een stedebouwkundig bureau. Daarnaast vertaalde ik boeken en deed van alles om geld te verdienen. Het was een geweldige ervaring. Het is goed om naast je studie heel andere dingen te doen. Dat raad ik elke student aan. Maar ik liep daar langs de richel van wat nog menselijk is om te doen in je eentje.

Dat gevaarlijke leven zit ook in mijn werk. Een gebouw ontwerpen doe ik op de rand van het extreme. Wanneer val ik in die afgrond die kitsch en aanstellerij heet? Alles voor die rand kennen we al in de architectuur. Ergens op die rand ontstaat iets nieuws. Zoals mijn Rooie Donders, die drie opvallende rode woontorens in Almere. Of de Warmtekrachtkoppelingscentrale op de Uithof in Utrecht. Het is een stoer gebouw dat de kracht uitstraalt van de machinerie die achter het vlammende roestkleurige staal schuilgaat. Maar het gebouw heeft ook een warme, fluweelachtige uitstraling. Je hoeft mijn gebouwen niet mooi te vinden, het zijn ook geen pleasers, maar ze hebben wel een uitgesproken karakter. Dat zouden ze niet hebben gehad als ik niet tot op het randje was gegaan.

In Tilburg gaat ons bureau Dokarchitecten nu het verloederde gebied rond het station aanpakken. In die Spoorzone stond vroeger het Clarissenklooster. Als ik op safe had willen spelen, had ik mijn ontwerp gebaseerd op het spoor. Dat industriële van het spoor vindt iedereen op dit moment heel mooi. Het appelleert aan ruig en stoer en daar identificeert men zich nu graag mee. Het religieuze verleden is niet zo populair. Daar kiezen we nu wel voor, ook al weet ik dat contemplatieve architectuur niet stoer is. Het gaat meer over ritme en rust, dan diversiteit en bewonerskeuze.

Ik ben er zo open mogelijk ingedoken en daar komen nu fantastisch mooie aaneengesloten kloosterhofjes uit. We werken daar als Berlage in Amsterdam-Zuid. Wij alle plattegronden en vier jonge architecten de gevels, dat wordt heel nieuw. Die hofcultuur van vroeger met omlopen komt daar terug, midden in de stad."

Les 3: Ruim zelf de brokken op
"De consequentie van gevaarlijk leven is dat het mis kan gaan. Tijdens mijn studie ben ik tegen de grenzen van mijn kunnen opgelopen. Letterlijk. Ik denk dat het meer jonge mensen treft, al hoor je daar niet veel over. Daarom wil ik dit vertellen, ter bemoediging van degenen die denken dat hun situatie uitzichtloos is.

In mijn enthousiasme en gedrevenheid ben ik als jonge student die alles wilde meemaken in het leven, tegen de muur van mijn grenzen aan gestormd en er dwars doorheen geschoten. Met enorme brokstukken tot gevolg. Ik ben in een zware depressie beland, waarvoor ik twee jaar behandeld ben in een inrichting. Toen ik daaruit kwam had ik het stempel arbeidsongeschikt op mijn voorhoofd. Men adviseerde me na die twee jaar nog vier jaar psychoanalyse, maar ik dacht: ik moet onmiddellijk aan de slag met mijn studie, mijn hartstocht. Dat helpt het beste... gewoon weer aan de slag. Ik heb toen mijn studie binnen de tijd cum laude afgerond. Ik stond er zelf van te kijken.

Later heb ik het nog eens meegemaakt. Ik was drie jaar rijksbouwmeester geweest en had die zware baan gecombineerd met mijn werk als architect. Ik heb daarna drie maanden niet kunnen werken. Ook toen heb ik ervaren dat het niet goed is om alleen maar gas terug te nemen. Mensen zijn geneigd om elkaar af te blussen, een beschermende houding aan te nemen: 'Je moet het maar een tijdje rustig aan doen'. Ga liever je krachten weer testen en grenzen opzoeken. Juist daaruit heb ik nieuwe energie gehaald. Wat ik ervan geleerd heb? Ik heb geen seconde spijt van het gevaarlijke leven dat ik leidde. Hooguit heb ik geleerd dat ik ook eens op tijd naar bed moet gaan."

Les 4:Verontschuldig je niet, treed fier naar buiten
"Veel mensen verontschuldigen zich doorlopend, vooral vrouwen. Ze komen dikwijls sorry roepend binnen. Dat hoeft niet. Twijfelen mag, maar je hoeft je niet te schamen. Je hoeft niet uit te dragen dat het beter kon. Ik deed het zelf ook hoor, bij een opdrachtgever over mijn ontwerp. Het is nog niet af, zei ik dan op verontschuldigende toon. Natuurlijk kan het altijd beter, maar treed fier naar buiten. Het heeft alles te maken met kwetsbaarheid, die heeft iedereen, maar etaleer die niet zo omslachtig. Benadruk niet dat het nog niet goed genoeg is, maar zeg: 'Het is bijna klaar en dit is het'. Dat moet je leren. Ik heb deze levensles geleerd van Herman, mijn man. Hij is ook architect.

Ik leerde hem kennen toen ik als jonge architect mijn eerste opdracht kreeg voor een woningblok aan de Pieter Vlamingstraat in Amsterdam. De opdrachtgever durfde het wel met mij aan, op voorwaarde dat ik me liet coachen door een ervaren architect. Hij noemde twee goede architecten, maar voor mij onbekende personen. Ik heb ze toen alle twee gevraagd wat ze er leuk aan vonden om mij bij te staan. De een zei dat hij het voor zichzelf zo inspirerend vond om te werken met jonge mensen. Herman Zeinstra zei dat hij nu hij wat ouder was, zo vreselijk veel wist en zich afvroeg: 'Waarom heeft niemand mij dat eerder verteld?' Hé, dacht ik, díe moet ik hebben. Hij komt iets bréngen, niet iets halen.

Er was meteen een klik tussen ons. Het is inspirerend om met hem te werken en te leven. Ook thuis discussiëren we veel over ons vak. Maar we ontwerpen nooit samen. Ik kan zijn werk niet maken en hij het mijne al helemaal niet. Wij scherpen onze projecten aan de discussie erover."

Les 5: Koester je twijfels
"Als je snel tevreden bent over wat je hebt gemaakt, moeten er meteen rode lampen gaan branden. Want dan herken je iets wat je eigenlijk al wist. Dat remt de creativiteit. Daarom is het zo goed, zeker in ons vak, om te twijfelen. Liever nog een velletje eroverheen, alleen zo kom je op een hoger plan. Wat mij daarbij helpt is om mijn schetsen met aquarelverf te maken. Je moet er wel een aantal keren overheen met de kwast, voordat het wat wordt. Dat dwingt mij om goed te kijken wat er nog ontbreekt en wat er anders moet. Zo zoek ik naar het karakter van dat nieuwe gebouw."

Les 6: Met een frons kun je niet ontwerpen
"Alleen als je plezier hebt in wat je maakt, kan er iets goeds ontstaan. Als je geen lol hebt, stop er dan onmiddellijk mee, ga naar buiten of stap op de fiets. Als ik die frons bij mezelf ontdek, fiets ik naar Vinkeveen waar mijn zeilboot ligt. Dan ga ik een paar uur alleen het water op. En meestal kom ik dan als herboren terug, ook omdat ik dan even met niemand heb hoeven praten."

Les 7: Wees trots op wat je hebt en poets dat op
"Door de crisis zitten veel goede en ervaren architecten zonder werk. Ook ons bureau heeft een flinke tik gekregen. We zijn teruggegaan van 65 naar 16 mensen. Dat betekende dat we ook ons mooie maar veel te dure pand hebben moeten verruilen voor deze etage met verlaagd plafond. Ik kijk er maar zo naar: mijn hele leven heb ik al een verlaagd plafonnetje willen hebben en nu is dat gelukt! We zitten hier prima, we hebben het opgepoetst met een paar vrolijke hangmatten en grote planten.

Afgezien van het persoonlijke leed is het voor de architectuur niet slecht om even stil te staan. Ook voor Nederland zou deze crisis wel eens heilzaam kunnen blijken, nu de stroom van nieuwe woonwijken in de polders tot stilstand is gekomen.

Als rijksbouwmeester heb ik er al voor gepleit om de rode contour weer af te stoffen. Trek rond gemeenten een lijn waarbinnen ze nog mogen bouwen en daarbuiten niet. Het is uniek dat we in Nederland vanuit alle steden nog naar buiten kunnen fietsen, de polders en bossen in. Laten we dat vooral zo houden.

In Nederland hebben we de naoorlogse woningnood perfect opgelost. Laten we dat vieren. Oké, niet iedereen woont zoals hij wil wonen, de een te groot, de ander te klein of nog bij z'n moeder. Dat los je niet op met hypotheekrente-aftrek. Dat los je op met goeie verbouwingen door goeie architecten. Oppoetsen, die oude woonwijken. Dat kunnen architecten als geen ander.

In arme gezinnen wordt het schaarse zilver vaak veel beter gepoetst dan in rijke families. Laten we trots zijn op wat we hebben en daar eens goed voor zorgen, in plaats van altijd maar bij te willen bouwen. Daar ligt een prachtige uitdaging."

Les 8: Relativeer, neem jezelf niet zo serieus
"Het moet wel een geintje blijven."

Liesbeth van der Pol
Liesbeth van der Pol (Amsterdam, 1959) wilde eerst civiel ingenieur worden. Maar het werd bouwkunde in Delft. Haar gebouwen moeten zich goed verstaan met de mens en zo'n uitgesproken karakter hebben, vindt ze, dat mensen er door worden geraakt of iets ervaren dat ze de rest van hun leven meenemen.

Ze is getrouwd met de architect Herman Zeinstra. Samen hebben ze een zoon en samen leiden ze het bureau Dokarchitecten in Amsterdam.

Enkele bekende projecten van Van der Pol: De Rooie Donders, Almere; Aquartis, Amsterdam; Warmtekrachtkoppelingscentrale, Uithof Utrecht; Mediatheek, Delft; Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, zowel de vernieuwing als het depot. Van 2008 tot 2011 was ze rijksbouwmeester.

Deel dit artikel