Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Ideologische groepsdwang is een gevaar voor de onafhankelijke biografie’

Cultuur

Harriët Salm

© Bram Petraeus
Interview

Biografe Jolande Withuis ziet toenemende groepsdwang, waarbij mensen worden vastgelegd op hun afkomst. ‘Mensen reduceren tot een bepaalde sociale groep, dat is volgens mij waar de biografie ons heerlijk van geneest.’

Als je ‘wit’ bent, word je geacht ‘wit’ te denken. Hetzelfde geldt als je zwart bent: wie zwart is wordt geacht tegen Zwarte Piet te zijn, is dan de achterliggende gedachte. Dit indelen van mensen naar kleur of afkomst leidt tot een gevaarlijk soort nieuwe groepsdwang, zal biografe Jolande Withuis, bekend van verkoopsuccessen als ‘Juliana’, haar publiek voorhouden, morgen in de Leidse Pieterskerk. Withuis (69) houdt daar voor honderden luisteraars de jaarlijkse, prestigieuze Johan Huizingalezing.

Lees verder na de advertentie

Withuis neemt aan de vooravond van de lezing plaats in een etablissement op het station te Amersfoort en bestelt een thee. Haar lezing zal gaan over de populariteit van de biografie. Die populariteit is aan te tonen, zegt ze, want er verschijnen er wel veertig per jaar en geregeld belanden ze in bestsellerslijsten.

Maar er doemt ook een gevaar op voor de toekomst van de onafhankelijke biografie, houdt ze haar gehoor voor, en die zit in die ideologische groepsdwang. Een gevolg van dergelijke groepsdwang kan zijn dat de biograaf erin mee gaat, ziet Withuis. Mensen worden dan niet meer als individuen gezien, maar als deel van een collectief.

Een goede biograaf moet openstaan voor het complete verhaal van het individu

Withuis denkt dat de geschiedschrijving er niet mee gediend is. “Mensen zijn van alles. Dik, zwart, vrouw, lesbisch, directeur, bejaard, kankerpatiënt, weduwe. Wat van dat alles hun essentie uitmaakt verandert ook weer in de loop van hun leven. Een goede biograaf moet openstaan voor dat complete verhaal van het individu, onafhankelijk en open kijken, zonder vooropgezette opvattingen.”

Hoe verklaart u die opkomst van deze nieuwe groepsdwang?

“Sommige mensen hebben blijkbaar behoefte zich met een bepaalde groep te identificeren. Misschien voelen ze zich slachtoffer? Ik heb dat niet onderzocht. Het vergt wel moed om een individu te durven zijn. Ik vind het een schadelijke terugval. Omdat ik vind dat we mensen niet moeten vastleggen op hun afkomst, maar gewoon op wat zij zelf kunnen en willen.”

‘Een terugval’. Dus ook in het verleden zagen we mensen slechts als deel van een groep?

“Ja, in de tijd van de verzuiling. Toen kwamen er ook zelden goede biografieën uit. Historicus Johan Huizinga, de naamgever van deze lezing en overleden in 1945, zei ooit: ‘Nederlanders hebben geen talent voor biografieën.’ Dat vind ik geen bevredigende stelling. Geen talent? Hoezo? We zagen in zijn tijd mensen als deel van een groep, een zuil of een klasse, dát was het probleem. En pas als je mensen als losse personen ziet, kun je goede biografieën schrijven. Die ontzuiling begon in de jaren zestig al, met de secularisering, de individualisering. Rond 1990 was die mentale revolutie compleet.”

Waren biografieën voor 1990 niet onafhankelijk?

“Kijk, als een gereformeerde biograaf een biografie schrijft van een gereformeerde voorman, dan zal hij graag weglaten of zelfs niet bedenken dat de man soms last had van zijn geloof, bijvoorbeeld omdat hij ’s nachts wakker lag van angst voor de hel. Of dat hij wel eens verzuchtte: hoefde ik maar niet op zondag twee keer naar de kerk. Terwijl die gewetensconflicten een biografie nu juist echt interessant maken, in mijn ogen. Maar die konden pas goed beschreven worden toen we loskwamen van de zuilen en mensen als losse individuen gingen zien. Een onafhankelijk biograaf hoeft geen reputaties te beschermen of een ideologie uit te dragen.”

U heeft uzelf losgemaakt uit zo’n verzuild communistisch milieu en beschrijft dit in ‘Raadselvader’. U schrijft over communisten: de ‘ik’ telde niet.

“Dat klopt. Toen ik in jaren tachtig onderzoek deed naar de communistische vrouwenbeweging kreeg ik antwoorden als: ‘Ik hoef niet zo nodig vereeuwigd te worden, het gaat niet om mij, maar om de beweging.’ Binnen zo’n groep ben je dus inwisselbaar, iedereen is hetzelfde. Hetzelfde ging op voor het vak vrouwenstudies in de jaren zeventig. Daar werd gezegd: wij doen niet aan individuele vrouwengeschiedenissen, het gaat ons om de massa der vrouwen. Gelukkig is die tijd voorbij. Ik ben overigens niet tegen verbinding tussen mensen. Niemand kan alleen leven, dat is ook geen streven. Ik wil me alleen graag verbinden op basis van wie ik ben, als individu. Als ik met jou bevriend raak, dan kan dat onafhankelijk van of jij gereformeerd bent opgevoed en wij samen in de gereformeerde jeugdbeweging zaten of zoiets.”

Gaat er niet ook iets verloren als die grote maatschappelijke verbanden waarbinnen mensen zich bewegen niet meer centraal staan?

“Nee, dat denk ik niet. Laat ik nog eens beschrijven hoe het bij mij persoonlijk is gegaan. Ik ben mijn wetenschappelijke carrière niet begonnen als biograaf maar als historisch-socioloog. Dat was bijna misgelopen. Ik ben na mijn kandidaats opgehouden met mijn studie omdat ik ophield communist te zijn. In die tijd was de universiteit juist heel marxistisch. Sociologie ging over klasse en de vakbond, antropologie was omgevormd tot imperialismestudies, psychologie speelde nergens een rol.

“Ik vond het niet meer interessant. Ik was in analyse, want ik heb aan mijn communistische opvoeding wel wat overgehouden. Mijn psychiater gaf mij een briljant advies: loop eens colleges psychiatrie. Er ging een wereld voor me open, ik leerde dat mensen hele complexe personen zijn, met eigen wensen, verlangens, gevoelens. Het hele beeld dat je sociale positie bepaalde wie je was, viel voor mij om.”

In mijn biografieën van Pim Boellaard en Juliana vertel ik ook hoe de wereld in hun tijd verandert

Toch bent u weer sociologie gaan studeren?

“Ja, want toen ik dat inzicht kreeg, vond ik het weer interessant. Ik ben dus niet meer het soort socioloog dat denkt: als ik weet wat jouw inkomen is, dan weet ik hoe jij denkt en voelt. Daar geloof ik niet in. Je bent heel veel. Je bent je afkomst, je bent je vak, je bent je leefomgeving. Je bent man of vrouw, getrouwd of niet of je bent weduwe: allemaal zaken die enorme invloed op je leven hebben. Je kunt mensen dus niet terugbrengen tot alleen hun sociale positie. Tegelijk heb je natuurlijk ook grote sociale veranderingen die in een bepaalde tijd spelen. Die zijn ook relevant voor individuele levens.

“In mijn biografieën van Pim Boellaard en Juliana vertel ik ook hoe de wereld in hun tijd verandert. Maar mensen reduceren tot een bepaalde sociale groep, dat is volgens mij waar de biografie ons heerlijk van geneest. Een onafhankelijke biografie corrigeert juist generalisaties en levert daarmee vaak zelfs een belangrijke bijdrage aan hoe we over het verleden denken.”

Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n historische generalisatie die niet bleek te kloppen?

“Neem verzetsheld Pim Boellaard. Over het leven in een kamp als Dachau, waar hij belandde, bestonden veel misverstanden. In christelijke kring dacht men dat het geloof kampgevangenen sterkte. Dat was waar, maar niet altijd. Het kamp werd soms gezien als een straf van God. Communisten dachten dat mensen van rijke afkomst, zoals Boellaard, geen kans hadden, die waren geen ontberingen gewend. Boellaard bewijst het tegendeel. Zowel de religieuze als de linkse aanname is dus een simplificatie die mensen reduceert tot een sociologische categorie. Mijn biografie over dit individu Boellaard heeft de historische kijk veranderd, door te laten zien dat die simplificaties niet klopten.”

U bent zelf overtuigd liberaal geworden?

“Zo zou ik mezelf wel noemen omdat ik hecht aan het individu. En aan verantwoordelijkheid en vooral aan vrijheid. Ik vind feminisme ook een vorm van liberalisme. Even een anekdote ter illustratie. Ik ging een keer naar mijn huisarts en in de wachtkamer vroeg een Marokkaanse man: hoeveel kinderen heeft u? Geen, zei ik eerlijk. ‘Geen moeder, geen vrouw’, was zijn reactie. Dat vind ik erg. Kijk, tot in de jaren zestig dachten de meeste Nederlanders dat het de bestemming van vrouwen was om moeder te worden. Mijn punt is: je hoeft geen moeder te worden, je bent jezelf en niet je sekse.”

Je ziet biografieën al jaren geregeld op bestsellerlijsten, ze zijn populair. U verklaart dat dus door de ontzuiling?

“Natuurlijk ben ik niet de enige die zich al sinds de jaren zeventig is gaan interesseren voor de persoonlijke kant van de geschiedenis. Dat is een trend geworden. De uitkomst zie je in de boekhandel. Andermans levens zijn interessant. Het mooie van de biografie is dat er zowel herkenning in zit als verschil. Allemaal gaan we dood, allemaal hebben we geliefden waar we bezorgd over zijn, allemaal willen we mooi werk en loopt dat mis, of juist goed. Mensen zijn ook op zoek naar hoe ze met tegenslag moeten omgaan, want de oude verzuilde adviesboeken zijn er niet meer. Maar iedereen lost die problemen anders op. Dat is inspirerend om over te lezen.”

Ik denk dat de biografie die nu van Máxima wordt geschreven meer een portret wordt, geen omvattende biografie

Uw eigen grote bestseller is de biografie van Juliana. U noemt het zelf een feministische biografie, zou u zo’n boek ook over koningin Máxima kunnen schrijven?

“Nee, want ik vind niet dat je een biografie kunt schrijven van iemand die nog leeft. Je bent als biograaf toch echt gebonden aan de waarheid. En je gaat dus vrij rücksichtslos zoeken naar wat er allemaal is gebeurd. Dat is als iemand nog leeft problematisch. Je kunt ook niet verwachten dat vrienden van een nog levende persoon je alle informatie toespelen. Dat is bij Juliana wel gebeurd, veel dochters van haar vriendinnen hebben mij hun correspondentie gegeven bijvoorbeeld.

“Ik denk ook aan de Britse prinses Diana. De boeken die geschreven zijn toen ze nog niet was gescheiden, klinken bepaald anders dan die die later zijn geschreven. Er kan in een leven dat nog niet af is, van alles gebeuren dat je beeld van iemand doet kantelen. En een biograaf moet toch een soort lijn kunnen trekken door het hele leven. Laat zien: kijk, dit is het patroon. En dat kan niet. Er wordt nu door journaliste Marcia Luijten, die ik zeer respecteer, een biografie geschreven van Máxima. Ik ben heel benieuwd, maar ik verwacht dat het meer een portret wordt, geen omvattende biografie.

Wie is Jolande Withuis?

Geboren in Zutphen (1949). Studie sociologie in Amsterdam (1967-1979). Van 1980 tot 1995 docent vrouwenstudies aan de VU en in Nijmegen, proefschrift over de communistische vrouwenbeweging (1990).  Van 1999 tot 2014 onderzoeker bij het Niod.  Ze schreef onder meer de boeken  ‘Na het Kamp. Vriendschap en politieke strijd’ (2005), ‘De vrouw als mens. De mythe van het sekseverschil’ (2007, ‘Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard 1903-2001' (2008), ‘Juliana. Vorstin in een mannenwereld.’ (2016),  ‘Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog’ (2018).

Lees ook:

De levenslessen van Jolande Withuis: Vrijheid van denken is het allerhoogste

Na haar succesvolle biografie over Juliana zoekt socioloog en schrijver Jolande Withuis (67) het dichter bij huis: ze is bezig met een boek over de relatie met haar vader, die in 2009 overleed. Haar communistische jeugd voelde verre van veilig.

Deel dit artikel

Een goede biograaf moet openstaan voor het complete verhaal van het individu

In mijn biografieën van Pim Boellaard en Juliana vertel ik ook hoe de wereld in hun tijd verandert

Ik denk dat de biografie die nu van Máxima wordt geschreven meer een portret wordt, geen omvattende biografie