Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Gauguin en Laval op Martinique' toont hoe de blik van de kunstenaars veranderde

Cultuur

Joke de Wolf

Inrichting van de expositie ‘Gaugain en Laval op Martinique’. © ANP
recensie

Beeldende kunst
Gauguin en Laval op Martinique
Van Gogh Museum, Amsterdam
★★★★☆

Kunstenaarsvrienden Charles Laval (1861-1894) en Paul Gauguin (1848-1903) werden ziek op Martinique; ze bleven niet lang. Toch had hun verblijf op het eiland grote invloed op hun werk en leven. 

Lees verder na de advertentie

'Op een onbewoond eiland zijn alle dagen fijn’ zongen Kinderen voor Kinderen begin jaren tachtig. Een eeuw eerder was het beeld van de tropen niet veel anders, zo is te zien op de eerste schilderijen die Paul Gauguin en Charles Laval maakten op Martinique. Palmbomen, bergen, en een helderblauwe zee – die schilderijen zouden nog steeds zo in een reisreclame kunnen.

Maar er verandert iets in de blik van de kunstenaars tijdens hun verblijf op het Caribische eiland: de lokale bewoners kregen een steeds grotere rol. Dat ook hun leven niet zo paradijselijk was als de schilderijen doen geloven, wordt pas nu, in het Van Gogh Museum, duidelijk gemaakt.

Intiem overzicht

Het Amsterdamse museum maakte een intieme, overzichtelijke tentoonstelling met zo’n twintig schilderijen, aangevuld met beeldjes, brieven en schetsen. Gauguins tijd op Martinique is niet eerder zo uitgelicht. Al was hij er erg productief, hij was duidelijk nog zoekende naar een eigen stijl. Je zou het zijn grote leermoment kunnen noemen vóór zijn grote doorbraak. Gauguin was op Martinique nog vóór hij Van Gogh zou ontmoeten, en voordat hij zijn beroemde schilderij van het gevecht van Jacob met de Engel in Bretagne maakte.

Laval en Gauguin waren beiden op zoek naar het onbedorven leven

Zijn metgezel, Charles Laval, is geen grote bekende. Dat komt omdat hij jong overleed én omdat hij met Gauguin op Martinique zat: het werk dat ze daar maakten leek volgens latere critici zo op elkaar, dat Laval toen beide kunstenaars overleden waren, als leerling van Gauguin werd neergezet. Nu wordt duidelijk dat de twee wel degelijk een eigen benadering hadden.

Laval had Gauguin leren kennen in Bretagne. Daar waren ze beiden op zoek naar het ‘onbedorven leven’, de ‘minder’ ontwikkelde samenleving die Denis Diderot en Jean-Jacques Rousseau zo hadden bejubeld. Ze raakten bevriend, reisden verder naar Panama, waar ze samen met duizenden slecht betaalde arbeiders groeven aan het nieuwe kanaal tussen de twee oceanen.

Ze vonden het er te druk en te westers, daarom besloten Gauguin en Laval terug te gaan naar Martinique, waar ze op de heenreis een tussenstop hadden gemaakt. “Daar waar veel te doen is voor een kunstenaar en het leven goedkoop is, en de mensen gastvrij zijn”, zo schreef Gauguin aan zijn vrouw Mette.

In de tentoonstelling zijn de schetsen die de kunstenaars er maakten, vanaf juni 1887, getuigen van hun eerste indrukken, snapshots zonder camera. Daarop staan geen palmen of kokosnoten, wel opvallend veel vrouwen. “Elke dag is het een constant komen en gaan van negerinnen gekleed in kleurrijke doeken, met eindeloze variaties van gracieuze bewegingen”, schreef Gauguin als betoverd.

Vroegere slaven

Het verhaal achter die stoet vrouwen was minder gracieus, zo benadrukt het Van Gogh nu expliciet in teksten en catalogus. De slavernij was afgeschaft maar de werkomstandigheden van de vroegere slaven waren nog steeds erbarmelijk. Mannen werkten op de plantages, de vrouwen, porteuses, draagsters, brachten tegen een laag loon het fruit en groente in commissie naar kooplui op de markt in de stad. Op één dag liepen ze zo’n 60 kilometer, op blote voeten en met een lading van soms meer dan 50 kilo. De wegen van Martinique waren onbegaanbaar voor karren, en deze draagsters waren goedkoop.

De ten­toon­stel­ling zoomt in op twee aan elkaar gewaagde kunstenaars en dat nodigt uit tot heen en weer lopen

Niet geïnteresseerd in die achtergrondkennis, schilderden Gauguin en Laval vooral die vrouwen. Het ging hun om de esthetiek van hun omgeving, de nieuwe perspectieven op vlakverdeling en kleurgebruik. En die invloed is groot. Vaak kwamen de geschetste vrouwen later terug in een zorgvuldig gecomponeerd landschap.

Gauguin liet zich duidelijk inspireren door Japanse prenten (die hij had meegebracht op zijn reis) en werk van zijn leermeesters: statische composities met de porteuses als kleurrijk detail. Bij Laval zijn de vrouwen groter, beeldvullend in zijn grootste en spectaculairste schets in olieverf, duidelijk bewegend en balancerend met de zware last op hun hoofd. Dat de tentoonstelling zo inzoomt op een korte periode met twee aan elkaar gewaagde kunstenaars, nodigt uit tot veel heen en weer lopen, kijken en vergelijken.

Gele koorts

Beide kunstenaars werden al aan het begin van hun verblijf ziek. Laval zou gele koorts hebben gehad, Gauguin had malaria en dysenterie. Gauguin was in november terug in Frankrijk. Laval bleef langer en Gauguin zou later met hem breken, omdat Laval zich verloofde met een vrouw op wie Gauguin ook een oogje had.

Toch had vooral Gauguin in die paar maanden hard gewerkt, in 1890 zou hij zijn verblijf op Martinique ‘doorslaggevend’ noemen. Vincent en Theo van Gogh hadden meteen na terugkomst al het schilderij ‘De Mangobomen’ gekocht, nu ook te zien op de tentoonstelling. Vincent noemde de daarop afgebeelde ‘negerinnen’ ‘hoogstaande poëzie’, Gauguin zou zijn liefde voor de tropen de rest van zijn leven op zijn eigen manier ontwikkelen.

In 1891 vertrok hij naar Tahiti, in 1901 streek hij neer op het Polynesische eiland Hiva Oa in zijn ‘Maison du jouir’, het huis van genot. In 1903 overleed hij er aan syfilis.

Lees ook:

Alle wereldreligies ineen in het Gemeentemuseum

Het Gemeentemuseum kocht een doek van Paul-Élie Ranson, een van de oprichters van de Franse schildersgroep de Nabis, waarvan Paul Gauguin het bekendste lid is. Ranson was de gangmaker; de groep kwam bijeen in zijn huis, 'de Tempel' genaamd.

Deel dit artikel

Laval en Gauguin waren beiden op zoek naar het onbedorven leven

De ten­toon­stel­ling zoomt in op twee aan elkaar gewaagde kunstenaars en dat nodigt uit tot heen en weer lopen