Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Een gedeeld gevoel kan veel mensen bereiken'

Cultuur

Hans Oranje

Opinie

Goede voornemens hebben is niet hetzelfde als 'beginnen'. Echt beginnen vergt een gedegen voorbereiding. In de maand januari een serie over het beginnen van uiteenlopende kunstenaars. Deel 2: Studio Y.

,,In het theater komen mensen samen: het is een gemiste kans als je daar niets mee doet. Wij vinden dat mensen toch lichtelijk anders naar huis moeten gaan dan ze gekomen zijn.'

Aan het woord is Emanuel Muris, 27 jaar oud en in 1999 afgestudeerd aan de regieopleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Tijdens zijn opleiding leerde hij Bart Danckaert kennen (29), die daar een jaar eerder afstudeerde. De twee jongemannen ontdekten al vrij snel dat ze veel met elkaar deelden, en vooral een levensgevoel dat ze in een gesprek aan de Grote Markt van Haarlem omschrijven als 'het hebben van een zwaar conflictueuze relatie met de wereld om hen heen'.

In het afgelopen seizoen werkte Muris in de Haarlemse Toneelschuur bij verschillende takken van het theaterbedrijf om zich vertrouwd te maken met aspecten van de kunst die hij wilde dienen: de techniek, de publiciteit. Ook Danckaert was daar regelmatig te vinden: hij had er de Toneelschuur-productie 'Schijn bedriegt' van Thomas Bernhard geregisseerd en maakte in dat seizoen de nieuwjaarsvoorstelling 'Dukes', een jongerenproject naar 'Twelfth Night' van William Shakespeare.

In de inspirerende omgeving van die leukste toneelwerkplaats van Nederland, waar de vaste theatermaker Rieks Swarte als eerste door hen wordt genoemd vanwege de invloed die hij op hen heeft, kwamen ze tot het plan een nieuwe toneelgroep op te richten. Vanaf september 2000 kregen ze van directeur Frans Lommerse een vaste repetitieruimte in de stad tot hun beschikking, de Studio Y, waar ze ook hun groep naar noemden. Als belangrijk motief noemt Danckaert de weerzin om nu eens hier en dan weer daar een stuk te komen maken. Wat hij en Muris willen, is niet van het ene project naar het andere rollen, maar werken aan een proces: een proces waar acteurs, musici en beeldende kunstenaars samen met de twee regisseurs in jarenlange samenwerking toewerken naar die voorstelling, misschien pas drie of vier jaar verder, ,,waarin het verhaal dat we te vertellen hebben, volkomen duidelijk wordt verteld'.

Tot die tijd hebben de twee oprichters van Studio Y nu twee voorstellingen op hun gezamenlijke conto staan: 'Spoken' van Henrik Ibsen, in november door Danckaert geregisseerd met Muris als 'medemaker', en de nieuwjaarsvoorstelling die maandag in première ging: 'Alice in Wonderland - niet voor kinderen'. Hierbij was Danckaert medemaker en Muris de regisseur. Een volgende productie van hen zal de 'Don Carlos' van Friedrich Schiller zijn, die ze gaan uitbrengen als de zwanenzang van het Rotterdamse Fact dat na dit seizoen zijn subsidie door de beleidsmakers beëindigd ziet. ,,Och', zegt Muris met een lichte gloed van optimisme die hij uitstraalt, ,,over twee jaar merkt men wel dat je niet zonder Fact kunt en dan wordt het weer opgericht.'

Optimisme stralen de twee onmiskenbaar uit. ,,Voor het theater liggen er grote toekomstmogelijkheden', verklaren ze om het stelligst, en dat is natuurlijk wél opwekkend na jaren waarin de teloorgang van de toneelspeelkunst werd betreurd en misschien ook wel hier en daar heimelijk met instemming werd begroet. ,,Het cynisme kan niet zonder een idealistische kant, en daar gaat het om: wat vinden we belangrijk? Hoe voelen mensen zich? Als je wilt dat de mensen naar huis gaan met iets waarover ze nadenken, moet je als theatermaker echt met de billen bloot.'

Zo stelt Studio Y zich ook aan zijn toeschouwers voor in de programma's: 'Geen inwisselbaarheid of vrijblijvendheid. Niet projectgericht maar procesgericht werken. Continu zoeken en maken. Willen weten waarom mensen doen wat ze doen. Het publiek actief betrekken. Uiteindelijke doel: meer maatschappelijke dynamiek...' Met een vleugje ironie beschrijven Danckaert en Muris zich als conservatieve toneelmakers, die, als ze over vier jaar in het volgende kunstenplan willen meedraaien, wel mogen hopen dat er in de Raad voor Cultuur dan een iets andere wind waait.

Voorlopig voelen ze zich behagelijk in de interesse die bijvoorbeeld vanuit de Toneelschuur en Fact voor hun werk bestaat, hoewel ze beseffen dat toch vrij snel het moment komt dat ze op eigen benen moeten staan. Zo neemt nu de Schuur nog alle zakelijke en publicitaire zorgen voor zijn rekening, maar als gezelschap dat door wil gaan, zullen ze daar op een gegeven moment oplossingen voor moeten bedenken. ,,Nee, ik ben niet zakelijk', schudt Muris wat zorgelijk het hoofd.

Een ander probleem is de vraag, hoe je zo'n hechte band opbouwt met je publiek als Studio Y voor ogen staat. Tot nu toe staan ze alleen in Haarlem op de planken, en dat is ook wel een prettige thuiswedstrijd spelen. Immers, Studio Y heeft een uitstekende relatie met een bandje, dat vijf jaar geleden begon met een paar 15-jarige gymnasiasten, en nu in 'Alice' als zevenkoppige formatie, 'Susies Haarlok' geheten, met veel koper en slagwerk de voorstelling daverend begeleidt. De jonge toeschouwers die in grote aantallen naar de voorstellingen van Studio Y komen, zullen dat voor een deel ongetwijfeld doen, omdat Susies Haarlok met concerten als 'Never A Dull Moment' in Haarlem er goed de gang in houdt.

,,Als een gevoel gedeeld wordt kan het bij veel mensen komen', zeggen de twee regisseurs met hun langzamerhand vertrouwde optimisme. Daarin ligt ook een verwijt van hun kant opgesloten: ,,De generaties vóór ons zijn de ontmoeting met de zaal te veel vergeten; het publiek was voor hen niet belangrijk genoeg. Wij zijn geen trend, we willen een band met ons publiek opbouwen en vasthouden. Inspirerend vinden we wat dat betreft de Wooster Group. Traag durven zijn in een snelle tijd: die uitspraak van de schrijver Conrad is ons op het lijf geschreven.' Studio Y is dan ook de toneelgroep van het grote gebaar, het zo duidelijk mogelijk in woord en klank uitgedrukte gevoel. En ook beeldend: kenmerkend was het slot van 'Spoken', waarin de erfelijk belaste zoon Oswald het spook 'SYFILIS' op de achterwand kalkte.

In 'Alice' vindt iets dergelijks plaats. Muris, die door de film van Walter Disney en de adaptaties jaren lang dacht dat het een leuk kinderboek was, werd getroffen toen hij de echte tekst van Lewis Carroll las. Het 'wonderland' waarin Alice verzeild raakt als ze het konijn achterna duikt in zijn holletje, blijkt veel eerder een 'horror land' te zijn waarin de wreedheid niet minder is dan in sommige sprookjes van de gebroeders Grimm. ,,De onderlaag van geweld, van sadisme en seks heb ik omhoog gehaald en expliciet gemaakt.' Het woord 'expliciet' en zijn tegenhanger 'impliciet' bevatten, zo blijkt, bijna het artistieke credo van Muris en Danckaert. ,,Regels bij Carroll die me frappeerden, heb ik vrij vet aangezet.'

Met de ook weinig impliciete muziek van Susies Haarlok is 'Alice' daarmee een heftig spektakel geworden, waarin soep van een teddybeer wordt gekookt en een sigaret-rokende rups ondanks zijn geruststellende woorden een dreigende verschijning is. Aan het eind van ons gesprek maakt Danckaert zich een beetje zorgen dat ze met hun uitspraken 'als een pletwals' zijn voortgedenderd. Ik stel hem gerust: bevlogen toneelmakers moet je tenslotte koesteren in deze tijden. Maar ik moet toegeven dat tijdens de voorstelling de toeschouwer zich soms ook wel even een konijnenholletje zou wensen om voor het aanstormende geweld weg te duiken.

Deel dit artikel