Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

'Democratie en rechtstaat zijn bij supranationalisme kind van de rekening'

cultuur

Paul van der Steen

Metro van New York, multiculturalisme in beeld. 'E pluribus unum', Uit velen één, is het motto van de Verenigde Staten. © ANP
RECENSIE

Naties waren lang de gebeten hond, het heil zou komen van grotere verbanden. Onterecht, betoogt Thierry Baudet in zijn proefschrift.

Auteur hunkert te veel naar het land van ooit. Dat verzwakt zijn kritiek op het supranationalisme

Op één zondag kun je eurosceptici flink in de gordijnen jagen. Vorig weekeinde pleitte de Duitse minister van financiën Wolfgang Schäuble voor een Europese regering met een rechtstreeks door de burgers gekozen president. Op dezelfde dag onderstreepte Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, het belang van een uniform pensioenstelsel.

De Europese Unie als schrikbeeld van waar supranationalisme toe kan leiden is het onderwerp van Thierry Baudets proefschrift 'De aanval op de natiestaat'. Brussel bestaat volgens deze jurist en historicus niet om een Europese macht te scheppen, maar om de soevereiniteit van haar lidstaten in rook op te laten gaan.

'In varietate concordia' luidt de officiële EU-slogan: in verscheidenheid verenigd. Baudet gruwt van dit soort multiculturalisme. Met zulke leuzen kom je tot verenigingen die als los zand aan elkaar hangen. Van gelijke rechten kan niet of nauwelijks sprake zijn. Want met verscheidenheid zo hoog in het vaandel, worden er ook verscheidene rechten opgeëist.

De schrijver zet daar als beter voorbeeld het motto van de Verenigde Staten tegenover: 'E pluribus unum', Uit velen één. Hij pleit voor 'multicultureel nationalisme', voor samenlevingen waar plek is voor mensen van buiten, maar waarin ook een civil religion zoals de 'Amerikaanse Droom' in ere wordt gehouden. Naties zouden zich wat hem betreft verre moeten houden van supranationalisme, maar zouden wel de samenwerking moeten zoeken: een vorm van kosmopolitisme die hen behoedt voor het nodeloos opgeven van zeggenschap.

Er zijn volgens Baudet meer organen die zich, vaak sluipenderwijs, bevoegdheden van afzonderlijke staten hebben toegeëigend: het Internationaal Strafhof, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Gerechtshof, de Wereldhandelsorganisatie en de VN-Veiligheidsraad. Baudet trekt er tegen van leer en wekt twijfel aan de argumenten waarmee ze hun bestaan rechtvaardigen: de oorlogszucht die naties zouden voortbrengen, de steeds weer opgevoerde droom van een universalistische samenleving op grond van abstracte principes van rechtvaardigheid en de gedachte dat verschillende loyaliteiten zomaar goed zouden samengaan. Het hele idee wordt louter geschraagd door veronderstellingen en naïviteit, meent Baudet: rechten worden slecht gedefinieerd of zijn voor meer dan één uitleg vatbaar. Het zogenaamd universele blijkt daardoor vaak een kwestie van interpretatie.

De democratie en de rechtsstaat zijn het kind van de rekening. Want met de principes die daaraan ten grondslag liggen, neemt men het op bovenstatelijk niveau niet zo nauw. Het streven naar internationale verbanden en de daarmee samenhangende minachting voor nationale cultuur en tradities zijn desondanks nog steeds stevig in de mode, stelt Baudet.

Daarin mag Baudet deels gelijk hebben, maar er zijn toch ook kringen waarin EU- en VN-bashers het hoogste (en meestal nogal ongenuanceerde) woord voeren. De kersverse doctor behoort tot het laatste gezelschap. Ook hij schiet door. Het idee dat internationalisering de wereld mooier en beter zal maken, is met drogredenen onderbouwd, en daarmee een 'karikatuur van de werkelijkheid', vindt Baudet. Maar ondertussen ruilt hij die wel in voor een andere karikatuur.

Een aardig overzicht van de tekortkomingen en onvolkomenheden van internationaal denken verwordt zo tot een verhaal met een wel erg eendimensionaal karakter: wat de naties doen, is welgedaan, het internationalisme is de grote boef, die door Baudet wordt voorzien van alle mogelijke kenmerken die dat misdadige karakter onderstrepen: breed hoofd, doorlopende wenkbrauwen, angstaanjagende blik, gewetenloosheid, enzovoort.

In zijn pogingen te overtuigen, winkelt de schrijver wel erg selectief. Een typerend voorbeeld van zijn betoogtrant: Baudet schat de bijdrage van het natie-idee aan de excessen van de Duitse nationalisten niet hoog in. Goed beschouwd draaide het bij Hitler en de zijnen meer om imperialisme, beweert Baudet. Racisme in pseudowetenschappelijke vorm, zoals onder meer uitgedragen door partij-ideoloog Alfred Rosenberg, zou ook al geen nationaal concept zijn geweest. En passant geeft de schrijver het supranationalisme van na 1945 een vlekje mee. Ook al bezweert hij Jean Monnet, grondlegger van de Europese samenwerking, en de nazi's niet op een lijn te willen stellen, hij wijst er wel op dat in de rijke nalatenschap van de NSDAP'ers ook toespraken zijn te vinden als 'Das Europa der Zukunft' van Joseph Goebbels uit september 1940: "Ik ben ervan overtuigd dat men over vijftig jaar niet langer zal denken in termen van landen - vele problemen van vandaag zullen vergeten zijn, en er zal weinig meer van over zijn."

Baudet vergelijkt naties met fossiele brandstoffen, 'ontstaan onder een eeuwen durende druk van boven, zijn het relicten uit een verstreken tijdperk die niettemin onmisbaar zijn voor het moderne leven'. Het geeft precies aan waar zijn betog de mist in gaat. De voorraad fossiele brandstoffen is eindig. De mensheid zal op zoek moeten naar een mix met alternatieve energiebronnen. De nationale identiteit oude stijl loopt ook tegen zijn grenzen aan.

De oplossing van mondiale problemen loopt spaak vanwege hokjesdenken, ingegeven door eeuwenoude grenzen. In de concurrentieslag met de rest van de wereld kan Europa het zich niet veroorloven dat allerlei streken, zelfs in het hart van het continent, met de rug naar elkaar staan, omdat ze elk in ander land liggen. Moderne burgers voelen zich bovendien verwant met tal van identiteiten. Zelfs archetypische Henken en Ingrids voelen zich soms, bewust of onbewust, Europeaan of wereldburger.

Baudet haalt Paul Scheffer aan. "Zonder 'wij' gaat het niet", beweert die in zijn boek 'Het land van aankomst' (2007). Deze stelling wordt zelfs tot motto van zijn boek verheven. Inderdaad, zonder 'wij' gaat het niet. Maar intelligente burgers en een complexe wereld vragen om een 'multidimensionaal wij'. Baudets boek helpt om bewuster te kijken naar de omgang met internationalisering, maar hunkert net wat te veel naar het land van ooit om serieus bij te kunnen dragen aan nieuwe denkrichtingen en oplossingen op dit terrein.

Bezinning op de toekomst vraagt om nuance. Omdat onder druk alles vloeibaar wordt, zijn te veel internationale arrangementen met grote haast en te ondoordacht tot stand gebracht. Bij compromissen op de achterkant van bierviltjes of opgedofte noodscenario's als die van Schäuble en Van Rompuy is op termijn niemand gebaat. Voor de sjablonen en clichés die Baudet in zijn afkeer van internationalisme uit de kast rukt evenmin.

Thierry Baudet: De aanval op de natiestaat. Bert Bakker, Amsterdam; 456 blz. € 24,95

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.