Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Als een sportboek schrijven zo makkelijk is, dan hadden veel meer mensen het gedaan, toch?'

Cultuur

Tom van Hulsen

Michel van Egmond: 'Als iedereen naar links gaat, moet jij naar rechts.' © Patrick Post
INTERVIEW

Hij is de auteur van onder andere 'Gijp' en 'Kieft' en een van de best verkopende schrijvers van Nederland. Michel van Egmond over de kunst van het observeren. ‘Ik loop vaak als een halve zool achter iemand aan.’

‘Als ik zelf een verhaal maak, probeer ik zoveel mogelijk te vermijden dat ik op deze manier tegenover iemand zit”, zegt Michel van Egmond. We zitten tegenover elkaar, aan een tafel in zijn Rotterdamse flatwoning. “Ik ga altijd iets doen met mijn hoofdpersoon. Kattenbakvulling halen, de vuilnisbak buiten zetten. Het liefst iets zo gewoons mogelijk. Ik zit ook graag met mensen in de auto, dan ga je vanzelf met elkaar praten.”

Lees verder na de advertentie
Ik erger me als mensen laatdunkend doen over het schrijven van sportboeken. Dat ze het genre onderschatten, omdat ze het niet kennen.

Michel van Egmond schreef in de afgelopen zes jaar acht boeken, waarvan er in totaal zo’n 800.000 werden verkocht. ‘Gijp’, over het leven van oud-voetballer en tv-analyticus René van der Gijp, betekende in 2012 zijn doorbraak.

Bestsellerauteur. Vindt u dat een fijn woord?

“Nou, ik vind het wel een grappig woord. Ik heb dat natuurlijk niet zelf verzonnen - wel een beetje gecultiveerd, moet ik zeggen - maar je kunt slechtere betitelingen krijgen.”

Het is wel een vreemd woord. Het houdt eigenlijk in dat als u iets schrijft, dat automatisch een bestseller wordt.

“Ja, wat dat betreft past het wel een beetje bij het gevoel dat bij sommige mensen over mij is ontstaan. Dat het ook verkoopt als ik mijn boodschappenlijstje laat kaften. Daar ga ik zelf nooit van uit, dat zou wel van enige arrogantie getuigen.”

U verkoopt veel, ontvangt de NS Publieksprijs - maar ook scepsis.

“Ja, er zijn altijd wel mensen die dat op een of andere manier niet kunnen waarderen. Maar ik heb helemaal geen klagen over erkenning hoor.”

Ook niet uit de schrijverswereld?

“Nee, ik kan het met de meesten heel goed vinden. Maar wat is dat eigenlijk, de schrijverswereld? Wie zijn dat? Weet je wat het is: ik begeef me niet zo in de kringen van romanschrijvers. Dat is ook een andere tak van sport, ik schrijf non-fictie en sla romans niet hoger aan dan een goed non-fictie boek. Maar het interesseert me eerlijk gezegd niet zo wat anderen daarvan vinden.”

Dat kan ik me niet helemaal voorstellen.

“Ik erger me wel als mensen laatdunkend doen over het schrijven van sportboeken. Dat ze het genre onderschatten, omdat ze het niet kennen. Laatst sprak ik een schrijfster die had gehoord dat ik een half miljoen boeken verkocht had. 'Waar gaan je boeken over?', vroeg ze. Over sport, zei ik, vooral over voetbal. 'Oh', zei ze, 'tja, maar dat is ook makkelijk'.

“Dan snap je er dus helemaal niets van. Als dat zo makkelijk is, dan hadden aanzienlijk meer mensen het gedaan, toch? En lang niet iedereen die wél een poging heeft gewaagd, is geslaagd. Ik stoor me eraan, omdat er een minachting voor mijn lezerspubliek uit spreekt. Net zoals ik het tragisch vind als je geen verschil in kwaliteit ziet in sportboeken. Er komen héél veel slechte sportboeken uit, kan ik je vertellen, maar er komen ook héél veel slechte romans uit.”

Als je in Hilversum uit een tv-uitzending komt, zeggen alle redacteuren precies hetzelfde: ‘Hartstikke goed!’ Al ga je in je blote kont aan die talkshowtafel zitten.

Michel van Egmond

Bent u ooit voetbaljournalist geworden om toegang te krijgen tot het profvoetbal?

“Ik heb nooit bij dat wereldje willen horen. Ik zag collega’s die het prachtig vonden om naar wedstrijden toe te gaan, of om vriendjes te worden met spelers - er echt bij te horen - maar vervolgens met tegenzin een stukje gingen zitten tikken. Bij mij is het andersom. Pielen met woorden, dáár gaat het om, met een mooi muziekje, liefst jazz, en dat iedereen mij met rust laat.”

U vertelde eens dat uw werkwijze lijkt op die van de Engelse fotograaf Martin Parr.

“Ik wil me niet met hem vergelijken. Hij is een genie, een waanzinnige kunstenaar. Alles wat hij doet, lijkt achteloos, als je Parr ziet lopen denk je: die is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Hij lijkt pretentieloos, is heel vriendelijk en stelt zich ongevaarlijk op. Dat doe ik ook, denk ik, ik loop vaak als een halve zool achter iemand aan. Bij Parr heeft niemand in de gaten dat hij iets heel grappigs heeft gezien, dat blijkt pas bij het zien van zijn foto’s. Hij maakt bovendien keuzes die anderen niet maken. Als het regent gaat Parr niet naar binnen, hij gaat dan buiten foto’s maken.

“Zo simpel is het: als iedereen naar links gaat, moet jij naar rechts. Dat probeer ik ook te doen. Het interviewen van voetballers heeft weinig zin omdat er toch zelden iets zinnigs uit komt, bang als ze zijn op hun woorden gevangen te worden. Maar daar ben ik dus helemaal niet op uit. Ik ben ongevaarlijk en wil gewoon beschrijven wat er gebeurt.

“Daarvoor moet ik wel bij iemand in de buurt zijn. Zolang niemand je wegstuurt, gaat dat goed. Zo liep ik voor mijn boek met voetbalmakelaar Rob Jansen de bestuurskamers van Atlético Madrid en Everton binnen. Niemand die me vroeg wat ik nu precies kwam doen.”

Dat klinkt niet achteloos, maar heel berekenend.

“Dat is het ook voor een deel. Het is een houding die ik me heb aangemeten, omdat het werkt voor mij. Ik wacht af. Ik creëer niks zelf, maar ik geef het toeval een kans.”

Lees verder onder de foto

Michel van Egmond: 'René van der Gijp is wel vijf of zes keer benaderd door iemand die een boek over hem wilde schrijven. Maar niemand heeft het gedaan. Ik wél.' © Patrick Post

U publiceert ieder jaar minstens één boek. U hebt genoeg verdiend om het rustiger aan te doen. Waarom zo’n haast?

“Heel praktisch: dat heb ik met mijn uitgever afgesproken. Bovendien ben ik nu blijkbaar een beetje ‘het mannetje’. Dat blijft niet zo, straks komt er weer een nieuw mannetje dat veel boeken gaat verkopen. Dus daar moet ik maar van proberen te profiteren.”

U hebt daarnaast met ‘Gijp’ een nieuwe lezersgroep aangeboord: mensen die daarvoor nog nooit een boek in hun handen hadden gehad.

“Klopt. Het gekke is dat er een band is ontstaan met die lezers, vooral ten tijde van Gijp hielden ze mij op de hoogte van hun vorderingen in het boek. Het begon met e-mails waaruit verbazing sprak. Zo van: ‘Goh, wat is het eigenlijk leuk om een boek te lezen’. Vervolgens kwamen er mails met bedankjes. Dat ze nog maar net bezig waren en nu al op pagina 100 waren. Of dat ze pas drie weken bezig waren, en nu al over de helft.

Een vrouw schreef dat ze haar man had begraven met 'Gijp' in z'n kist

Michel van Egmond

“Ik heb geprobeerd ze allemaal te beantwoorden. Daardoor ontstond die band, op de een of andere manier. Soms ging dat ver. Sommigen zagen in de teksten van René van der Gijp filosofische dingen. Ik heb mailtjes gehad, dat wil je niet weten… alsof ze het over de dalai lama hadden. Van oncoloog Casper van Eijck, de clubarts van Feyenoord, heb ik gehoord dat ‘Gijp’ een van de meest gelezen boeken is op de afdeling waar de mensen liggen die ernstig ziek zijn. Waarschijnlijk omdat het een luchtig boek is, ze kunnen erom lachen, het relativeert. Een vrouw schreef me dat het haar man zoveel troost had geboden in de laatste periode van zijn leven, dat ze ‘Gijp’ in de kist mee hebben begraven… Tja. Bizar. Weet je, voor 80 procent zit het succes van een boek ’m in de hoofdpersoon: Van der Gijp stond op dat moment op het toppunt van zijn populariteit.”

Dat is te makkelijk, want dat zou betekenen dat iedereen het boek had kunnen schrijven.

“Nou, dat is ook een punt. René is wel vijf of zes keer benaderd door iemand die een boek over hem wilde schrijven. Oké, zei René dan, moet je doen. Maar niemand heeft het gedaan. Ik wél.

“Ik zag laatst iemand lopen met een T-shirt waarop stond: Modern Art = I could do that - Yeah, but you didn’t. Dat geldt hier ook een beetje.”

Het belang van sport wordt sterk onderschat door dezelfde wijsneuzen die vinden dat een sportboek iets is voor domme mensen

Michel van Egmond

Bert Wagendorp zei onlangs in ‘De Wereld Draait Door’ dat de beste sportboeken niet over sport gaan.

“Volledig mee eens. Daarom schrijf ik nooit over het spel zelf. Zoals je in een concertrecensie niet moet proberen de de muziek te beschrijven - muziek vangt wat niet in woorden is uit te drukken. Dat geldt ook bij sport. Je kunt nog zo vaak proberen om die goal van Marco van Basten in de EK-finale van 1988 te beschrijven, het wordt nooit mooier dan de goal zelf.

“Mijn plezier van schrijven over sport is juist alles eromheen. De gekte. De emotie. De enorme kloof die er zit tussen de romantische voorstelling die het publiek van de gang van zaken heeft en de harde werkelijkheid.”

Sport is meer dan de belangrijkste bijzaak in het leven?

“Het is geen bijzaak. Moet je eens zien wat het kampioenschap van Feyenoord vorig jaar deed... De sfeer in Rotterdam die er na de titel was, is bijna onbeschrijflijk. In alle wijken was het feest, mensen van alle kleuren liepen door elkaar heen. Díe dag was echt iedereen in Rotterdam blij en lief voor elkaar, allemaal dankzij het voetbal. Dat blijft mij fascineren.

“Het belang van sport wordt sterk onderschat door dezelfde wijsneuzen die vinden dat een sportboek iets is voor domme mensen. In Amerika zul je dat nooit horen, daar wordt het een stuk serieuzer genomen. In Nederland vinden veel mensen dat je vooral normaal moet doen, en dat je van sport zeker geen soort religie moet maken. Terwijl dat soms nu net wél aan de hand is, ook in Nederland.”

U bent inmiddels bekend van tv. Heeft die aandacht u veranderd?

“Qua karakter niet. Denk ik. Ik kan nog gewoon over straat, hoor. In praktische zin merk ik het sporadisch. Mensen spreken me aan, maar eigenlijk altijd positief. Die bekendheid heeft mij voorlopig alleen maar voordelen gebracht. Ik weet dat de meeste mensen er niet van opknappen, de tv-wereld is een bubbel waarin belangrijk wórdt wat het niet is. Op straat krijg je nog een beetje kritiek, maar in Hilversum niet. Als je daar uit een tv-uitzending komt, zeggen alle redacteuren precies hetzelfde: ‘Hartstikke goed!’ Al ga je in je blote kont aan die talkshowtafel zitten. Als je lang in zo’n schijnwereld rondloopt, ga je daar kennelijk in geloven.

“Ik heb het grote voordeel dat ik in Rotterdam woon, tussen nuchtere mensen. Bij de Markthal kwam laatst een man - beetje haveloos, plastic tasje in de hand - licht gebogen op me af lopen. Ik zag ’m al kijken. Hij stak opeens in een vlaag van grote uitbundigheid zijn wijsvinger in de lucht en groette mij, op z’n Rotterdams: Schrijvert. Hahaha. Daarom hou ik zo van Rotterdam. Hier krijg je niet zo snel de neiging tot vedetteneigingen.” 

Michel van Egmond (1968) werkte voor de Haagsche Courant en Voetbal International. Met zijn achtste boek, ‘Gijp’ (2012, oplage 350.000), won hij de NS Publieksprijs. In 2013 later won hij die prijs opnieuw, met ‘Kieft’ (200.000), en vorig jaar wederom, met ‘De Wereld volgens Gijp’ (‘Gijp 2’, 180.000). Zijn laatste boek, ‘Deal’, gaat over de wereld van voetbalmakelaar Rob Jansen.

© rv

Deal. Met Rob Jansen achter de schermen van het topvoetbal Voetbal Inside; 272 blz. €19,99

Lees ook: Het onbevroede succes van het voetbalboek

Deel dit artikel

Ik erger me als mensen laatdunkend doen over het schrijven van sportboeken. Dat ze het genre onderschatten, omdat ze het niet kennen.

Als je in Hilversum uit een tv-uitzending komt, zeggen alle redacteuren precies hetzelfde: ‘Hartstikke goed!’ Al ga je in je blote kont aan die talkshowtafel zitten.

Michel van Egmond

Een vrouw schreef dat ze haar man had begraven met 'Gijp' in z'n kist

Michel van Egmond

Het belang van sport wordt sterk onderschat door dezelfde wijsneuzen die vinden dat een sportboek iets is voor domme mensen

Michel van Egmond