Opinie

Zwatelwerk in plaats van kunstwerk

Een van de toneelspelers van Toneelgroep Amsterdam werd jaren geleden door een stalker lastiggevallen. Het zette regisseur Gerardjan Rijnders, immer monologen en tekstflarden verzamelend, op het spoor van zijn jongste montagevoorstelling 'Stalker' die hij nu als het vierde 'toptheater van de lage landen' voor het Holland Festival ensceneert.

Hoewel vervaarlijk met scharen in de hand knippend, wijzend en prikkend, is de stalker van Rijnders eerder een lastige mug dan een levensbedreigende waanzinnige. Hooguit heeft hij 'last van scheefte, maar dat is een ander verhaal', zoals het in de proloog luidt. De stalker is 'in het hoofd gaan wonen' van een kunstenaar die met het ontwerpen van een kunstwerk bezig is. Aanzetten tot dat kunstwerk zijn op het voortoneel zichtbaar, waar gedanst, gelopen, geblinddoekt, gerend en gemind wordt. Een enorme wand op het achtertoneel scheidt de wereld van verbeelding en die van werkelijkheid. Achter de tralies van de wand, in een miezerig kamertje zoniet een kerker, werkt de kunstenaar aan zijn kunstwerk, en kibbelt & kijft hij aanhoudend met zijn vrouw en zijn moeder. Met dat kunstwerk wordt het natuurlijk weinig; met het leven van de kunstenaar zelf al helemaal niets. Zelfs niet door de komst van de stalker, die juist niet als ordeverstoorder, maar als 'katalysator' heet te fungeren. Maar hoewel hij in het kunstenaarshuis doordringt, en tot op zekere hoogte ook in de hoofden van de kunstenaar en zijn familie is gaan wonen, versnelt de stalker de ontreddering alleen maar. We eindigen zoals we begonnen: in verwarring en verlatenheid. De blote jongensengel die aan het begin even sussend op het voortoneel kwam zitten, heeft niets kunnen uitrichten.

Rijnders' tekst en toonzetting volgen de darrende manier waarop hij met zijn woordennetje in discotheek, op straathoek of op tramhalte woorden, zinnen, en overige rondslingerende one-liners vangt. Hij laat die op het toneel herhalen, en door verschillende personages zeggen. Maar daardoor wordt de opeenstapeling van dooddoeners niet dramatischer en allerminst boeiender. Na zo'n modieuze sneer of vier, weet je het wel. Terwijl er dan nog een stoet aan stuurloos gezwatel moet volgen: 'Als ik jou zie, zie ik ziekte', 'Wie ben jij: ben jij niet een digitaal trapveldje?', 'Ik vraag je niet mijn wereld in te kleuren, dat doe ik zelf wel', 'Als wij een dreamteam zijn, dan is dit zeker de nachtmerrie', 'Misschien ben ik een afgespeelde grammofoonplaat, maar ik ben trots op m'n groeven.'

Nog geen seconde geloof je in dat kunstenaarsgekibbel van Marjon Brandsma, Lineke Rijxman en Pierre Bokma. In de stalker zelf eigenaardig genoeg wél, en dat komt niet door Rijnders' personage, maar door het vervreemdend-bescheiden figuurtje dat Roeland Fernhout van hem maakt. Het is raar maar waar: temidden van deze theatrale zwalkpartij speelt Fernhout de TGA-trofee Bokma zowaar van de planken. En, oja: mooie (eindelijk eens niet-oorverdovende) muziek van Harry de Wit, dat wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden