PoëzieJanita Monna

Zware zon

Beeld Trouw

De bekendmaking ging nét niet met stille trom voorbij, al was die natuurlijk feestelijker gepland, in een theater, met poëzievoordrachten en muziek. Dat ging nu even niet, maar gelukkig was er nog de radio. En zo was maandag in ‘Opium’ te horen dat Vrouwkje Tuinman de tweede Gro­te Poëzieprijs had gewonnen. Met het aangrijpende en indrukwekkende ‘Lijfrente’, dat ze schreef na de dood van F. Starik, haar geliefde. Ze had geduchte concurrentie, van Ellen Deckwitz, Marwin Vos, van debutante Asha Karami, en ook van Peter Verhelst, enige man tussen de vijf genomineerden.

De bundel van de Vlaamse Verhelst, met daarin ook enkele, licht herziene gedichten uit zijn Poëzieweekgeschenk uit 2018, straalt alleen al vanwege het omslag: een oranje vlak, met in het midden een warm­gele cirkel. Een titel ontbreekt, maar dat stralend ronde vlak zegt: ‘Zon’.

En die zon is overal, magistraal stralend op ongeveer iedere pagina, van lila in de ochtend, tot bloedrood in de avond, van ‘citroengeel’ tot oranje. Licht omkranst (jeugd)herinneringen, de zon vindt een evenbeeld in de hanenkammen van toen: “We wreven dikke strepen duister door onze haren en trokken ze stijf omhoog.” En zoals de zon zindert, zindert deze poëzie. Die is sensitief en sensueel. “Die glimlach in het eerste licht / toen je me zag, alsof je in de nek werd gekust.”

Hoe poëzie langzaam zwaarder wordt

Regels uit het nummer ‘Sun Arise! (An invocation, an introduction)’ van Phosphorescent zijn als intermezzo’s tussen de verschillende afdelingen geplaatst. Luister het, en hoor het tinkelen van het vroege zonlicht, hoor in het aanzwellen van de klanken het aangroeien van de dag, zoals ook de poëzie in deze bundel langzaam aangroeit en zwaarder wordt.

Want ‘Zon’ is een heel levenslustige bundel, maar wel met een heel donkere kant. En al laat die duisternis zich al vroeg voelen en loert overal afscheid (‘Wie waren we toen allemaal al / uit het oog aan het verliezen?’), hij wordt gaandeweg onontkoombaar, als de leeuwen komen en de blik verglijdt, van meer persoonlijk naar maatschappijkritisch. Eerst nog vermomd als fabel, wanneer Verhelst zijn versie geeft van Fontaines ‘De wolf en het lam’, dan luider. Tot de dichter de barricaden beklimt en zich uitspreekt tegen de populistische wind die door zijn land en door vrijwel heel Europa waait. Hij knipt en plakt citaten van onder anderen N-VA politici en toont hoe de dood van kinderen op de vlucht, of een migrantenjongen getroffen door een politiekogel gebruikt wordt voor politiek gewin: “Het is niet omdat een van hun kinderen hier stierf en begraven werd / dat de ouders het recht hebben om in ons land te blijven.” Hier kleurt de zon inktzwart. Verhelst waarschuwt om niet mee te knikken.”

Zijn poëzie licht, ook als het donker wordt. “Ik hoop / dat er nooit een eind komt aan elke kleur // die wit bevat, elke afzonderlijke kleur / vergezeld van bijbehorende gezangen.”

Rode namiddag

Ik vroeg me af –

een helrode wolk dreef landinwaarts. Vanuit de kamer zagen we

bloed schuimen over het strand, miljoenen insecten tikten

tegen de ruiten op zoek naar die ene kier, hou me vast.

Maar je viel in je sprong, ik lag op de grond

en probeerde je met mijn lichaam te beschermen.

Ik vroeg me af waarom wat we niet krijgen echter lijkt dan wat we hebben.

Uiterst langzaam zonk het bloed in de zee.

De laatste rode sluiers verwaaiden over het strand.

We omhelsden elkaar. Nooit eerder

stond de avondhemel zo prachtig in brand. Nog altijd

vraag ik me af waar alles wat we niet kregen uiteindelijk is gebleven.

Peter Verhelst

Peter Verhelst
Zon
De Bezige Bij; 128 blz. € 20,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden