Review

Zutphens paspoort komt uit een moederschoot

Emoties zijn schaars in de Nederlandse architectuur. De norm is het modernisme zoals gedicteerd door de Nieuwe Zakelijkheid en De Stijl en dat betekent pragmatisme en functionalisme als dwingende leidraad. Thomas Rau - een architect in de traditie van de antroposofisch/organische school van Alberts & Van Huut - heeft daar geen last van. Hij probeert via zijn gebouwen 'in gesprek te komen met mensen', al dan niet afgedwongen. Zoals in het nieuwe stadhuis van Zutphen.

Bouwen in Nederlandse binnensteden is altijd een lastige opgave. Wij koesteren de historie nu eenmaal meer dan de toekomst, hoe vooruitstrevend Nederlandse architecten ook zijn. Zeker de 17de-eeuwse stadscentra zijn bijkans heilig. In bijvoorbeeld Amsterdam wordt hoogbouw in de buurt van de grachtengordel door velen nog steeds gezien als een belediging voor de pittoreske grachten. Hoogbouw komt pas in beeld, wanneer er geen historische context is, zoals in het platgebombardeerde Rotterdam. En zo gaat het eigenlijk bij iedere vorm van moderne architectuur die in een historische omgeving moet worden ingepast, terwijl prachtige puien in oude winkelstraten er zonder enig publiek gemor uitgeramd mogen worden ten faveure van de diverse winkelketens die er met hun glazen standaardinvullingen voor in de plaats komen.

Ook Thomas Rau kreeg bij het ontwerpen van het nieuwe stadhuis in Zutphen met alle sentimenten te maken die bij bouwen in een oude binnenstad horen. Hij nam de potentiële criticasters echter direct de wind uit de zeilen, door ze vanaf het begin bij het ontwerpproces te betrekken. De plek is er ook naar: aan het 's-Gravenhof, recht tegenover de Walburgiskerk en tussen talloze monumentale panden. Maar het is Rau gelukt en dat op zich is al een prestatie. Zeker gezien het grote terrein van 9 000 vierkante meter dat hij moest behandelen. Het is een driehoekig gebouw van vier lagen geworden, dat zo zorgvuldig met de meetlat in de historische context is ingepast, dat de vierde laag voor het grootste deel voor de passant op straat verhuld wordt.

Stedenbouwkundig is er weinig aan te merken op Rau's oplossing, al had een doorsteek vanuit het winkelgebied voor de hand gelegen. Nu is de publieksentree volledig op het 's-Gravenhof georiënteerd, waardoor je eigenlijk moet omlopen.

Zo bescheiden als Rau is in de stedenbouwkundige inpassing, zo uitgebreid pakt hij uit in de architectonische vormgeving. Golvende groenkoperen panelen wenken je naar de entrees (één voor het publiek, drie voor de ambtenaren), als decorstukken in het stedelijk landschap. Hier spreekt de antroposoof, die architectuur 'een gesprek' wil laten zijn. En dus is de architectuur op 'de mens' toegesneden. In het exterieur levert dit anti-monumentale elementen op zoals lichtjes naar voren hellende gevels (het stadhuis torent niet boven de Zutphenaren uit, maar neigt schoorvoetend naar buiten) en de eerder genoemde gepatineerde koperen panelen die als scherven over elkaar schuiven om het vlak niet te frontaal te maken.

De échte antroposofisch/organische beeldtaal vind je echter in de grote binnenhal, in de randen waarvan alle stedelijke diensten liggen. Het interieur van het hoofdkantoor van de ING Bank in Amsterdam van Alberts & Van Huut komt meteen in gedachten: geleidende scheve muurtjes, krommende relingen, veel hout, zachte kleuren en een ruimte die is opgebroken in 'behapbare' fragmenten.

Anders dan in Amsterdam staan er echter ook zware stalen constructieve elementen in de ruimte: pylonen die als spinnenpoten uit sokkels omhoog rijzen en vooral een majestueuze vakwerkligger, die als een ruggengraat een slingerend daklicht steunt. Ze heersen in het atrium, maar eerder als organische elementen dan als exponenten van hightech-architectuur.

Alles bij elkaar komt de stadshal over als een moederschoot, een vergelijking die Rau vast zal bevallen. Al zijn architectonische middelen zet hij in om dit soort emotionele gevoelens los te maken. Die drang is zo groot, dat hij de neiging heeft om te overdrijven. Werkelijk ieder detail staat in dienst van deze grote gedachte. En alsof dat nog niet genoeg is, voegen twee kunstenaars daar nog eens New Age-getinte kunstwerken aan toe. Zo wordt de stadshal programmatisch zwaar belast met een ideologie die de bezoeker wordt opgedwongen. Een moederschoot kan iedere stad gebruiken, maar zij moet niet verstikken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden