Review

Zodat hij de zon straks op ziet gaan

Drinkende en meppende mannen zijn vaste ingrediënten van de Ierse roman. Maar John McGahern beschrijft dit geweld (tegen vrouwen en dieren) niet hanig, maar ingetogen, en zoekt een tegenwicht in de liefdevolle, geduldige beschrijving van de natuur. Een unieke schrijver.

Uit het werk van de Ierse schrijver John McGahern spreekt een diepe afkeer van de blijkbaar onuitroeibaar menselijke, in de praktijk vaak mannelijke, neiging tot wreedheid en een grote bewondering voor vrouwen die het leven ondanks alle geweld draaglijk weten te houden. Zo ook in de twee nieuwe verhalen die hij in maart van dit jaar, vlak voor zijn dood, nog wist toe te voegen aan de verzamelbundel ‘Creatures of the earth’. In beide verhalen zijn de vrouwen weduwe en de mannen moordenaars.

In het eerste, ‘Creatures of the world’, beschrijft McGahern hoe Mrs. Walton geschokt raakt door een grove daad van dierenmishandeling. De dader is een man met een schapenhond die zij met enige regelmaat op haar wandelingen over de steile paadjes langs de rotsen en tussen de schapen tegenkwam. Als zij hem daar, voor het eerst na de begrafenis van haar man, opnieuw ontmoet, vertelt hij terloops hoe hij zijn jonge, in zijn ogen onwillige, collie van de rotsen in zee heeft gesmeten. Ontdaan keert zij terug naar huis, onzeker over het lot van haar diezelfde dag verdwenen kat.

‘Creatures of the world’ is een verschrikkelijk verhaal. Het effect is vooral zo groot, omdat ‘de camera wegzwenkt’ op het moment dat de wreedheden zich voltrekken. Juist die discrete afstand versterkt de verbeelding.

Gepaste afstand kenmerkt ook het tweede verhaal, ‘Love of the World’. Omdat het hier enkel mensen betreft, is het in zekere zin minder wreed dan het vorige verhaal, maar niet minder dramatisch.

Maggie is sinds kort weduwe. Ondanks dit verdriet wordt haar leven beheerst door het moeizame huwelijk van haar dochter Kate. Als Kate door haar man, een over het paard getilde oud-sportheld, vermoord wordt, neemt Maggie de zorg voor de kinderen over. Behalve een ode aan alle Maggies in de wereld is het verhaal in een warm pleidooi voor liefde, tegen de verdrukking in. Als de verteller, een oudere, hoffelijke man, Maggie na afloop van een speciaal voor haar georganiseerd feest thuisbrengt, keert de levensvreugde terug onder het schijnsel van de maan boven het meer waar zij aan woont: ,,Who this night would not want to live?’’ Het is de aankondiging van een hersteld paradijs. Alsof het is zoals allemaal begon: ,,Het is heel stil hier. Er gebeurt nooit wat.’’

John McGahern werd in 1934 in Dublin geboren, maar woonde het grootste deel van zijn leven in het oostelijk van Sligo gelegen graafschap Leitrim. Daar gaf zijn moeder les, terwijl zijn vader als politieman in een van de kazernes in het noorden bivakkeerde.

Beide ouders hebben, zoals hij uitvoerig beschreven heeft in zijn herinneringen (‘Memoir’, 2005) zijn thematiek bepaald. Johns wijze en diepgelovige moeder stierf in het laatste oorlogsjaar op 42-jarige leeftijd aan kanker. Voor John en zijn zusjes begon daarna de hel. Ze verhuisden naar de kazerne, totdat John terechtkwam op een streng katholieke kostschool. John hield er zijn weerzin tegen gewelddadige en zichzelf overschreeuwende mannen (en dat zijn er veel in Ierland) aan over. Wie zijn romans en verhalen leest, bijvoorbeeld zijn debuut ‘The Barracks’ (1963) en ‘Amongst women’ (1990) komt ze overal tegen. Alleen vrouwen zijn in staat de gemeenschap sociaal te dragen en bij elkaar te houden, zoals in ‘Amongst women’, waarin de dochters van een driftige boer en oud-Ira-strijder samen met diens tweede vrouw de vrede op het erf herstellen.

Anders dan veel van zijn Ierse collega’s zoals John en Malachy McCourt en Patrick McCabe, die eveneens het armoedige sociale leven onder het juk van de kerk en drinkende en/of gewelddadige vaders tot thema hebben, heeft McGahern nooit de behoefte gevoeld daar ruw of hilarisch wraak op te nemen. Zijn verhalen zijn nooit stoer of sterk, integendeel. Hij beent juist weg van het café, de huiskamer in, of liever nog, de velden op. Het uitgesprokene wordt bij hem vervangen door een ingetogenheid die binnen de Ierse literatuur zeldzaam is.

Minstens zo uniek zijn McGaherns uitgebreide natuurbeschrijvingen. Ze lijken een zekere troost te bieden in het verdriet dat al die mannen met hun grote monden en wrede daden veroorzaken. Hij neemt er zo de ruimte en de tijd voor dat je de turf ruikt, de watervogels hoort opvliegen en de distelpluisjes op een warme dag voorbij ziet dwarrelen.

Niet het spectaculaire, maar het zien van de dingen zoals ze gaan en bestaan, maakt McGaherns boeken bijzonder. Neem John Murphy uit ‘That they may face the rising sun’, hier in een prachtige vertaling van Anneke Bok verschenen als ‘Aan het meer’. Omdat er maar één zoon op het erf van zijn overleden ouders kan blijven wonen, verlaat John het platteland en vindt werk bij Ford in het Engelse Dagenham. Hij vindt er nooit zijn draai, maar weet dat teruggaan onmogelijk is. Als hij zijn baan verliest komt hij in Dublin in een basement terecht, waar hij vereenzaamt. Tijdens een logeerpartij bij zijn ‘thuisgebleven’ broer Jamesie, overlijdt hij. Dan volgt een weergaloze scène. Niet Jamesie, maar diens buurman, de verteller, legt Johnny af, samen met een oude vriend, die erop staat dat zijn blik op het westen gericht zal zijn, zodat hij bij het grote ontwaken de zon zal zien opgaan.

McGahern is bij zijn verscheiden wel een Ierse Tsjechov genoemd. Maar ik denk eerder aan Paustovski. Zoals deze in ‘Verre jaren’ de sfeer heeft getroffen van de bossen van Brjansk en het leven op het platteland in het tsaristische Rusland, zo heeft McGahern dit gedaan voor de meren rond Mohill en het Ierse platteland aan het einde van de 20ste eeuw.Peter Sierksma

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden