ReportageTheater

Zo voelt machteloos wachten voor statushouders

Acteur Adam Kissequel tijdens een repetitie voor ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’.Beeld Mohammad Alzoabi

In ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ tonen tientallen statushouders hoe het voelt om jaren te wachten. ‘In het azc ligt de tijd van een paar honderd mensen begraven.’

Je hebt twee soorten wachten. Kort en geïrriteerd wachten, zoals Nederlanders wier trein een kwartier vertraagd is. Of lang en machteloos wachten, zoals vluchtelingen die niet weten hoeveel jaar ze in een asielzoekerscentrum (azc) moeten blijven en wat er daarna gebeurt. Het contrast tussen die belevingen is pijnlijk voelbaar in het boek ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan Al Galidi, en komt dankzij de gelijknamige voorstelling nu ook in het theater tot uiting.

De voorstelling, die vrijdag in première gaat bij Internationaal Theater Amsterdam, is geregisseerd door Floris van Delft van theaterorganisatie ‘Wat we doen’. “Ik vond het boek mooi, enerzijds omdat het aangrijpend laat zien wat wachten met je doet als je geen grip hebt op je lot, en anderzijds omdat het gaat over iemand die jaren aan de rand van ons land naar binnen heeft gekeken en ons een spiegel voorhoudt. Door vreemde ogen zie je jezelf anders.”

De hoofdpersoon is Semmier Kariem, een Irakese vluchteling die negen jaar in een azc doorbrengt. Daar worstelen hij en andere asielzoekers met depressie en discriminatie, hopend dat ze ooit een verblijfsvergunning krijgen. Kariems ervaringen zijn voor een groot deel gelijk aan die van auteur Al Galidi. ‘Misschien zal mij gevraagd worden of dit mijn verhaal is’, schrijft die in de proloog. ‘Dan zeg ik: nee. Maar als mij gevraagd wordt: Is dit ook jouw verhaal? zeg ik volmondig: ja.’

Tientallen statushouders spelen mee

“Je moet voelen dat dit het verhaal is van heel veel mensen”, vindt ook Van Delft. Daarom spelen in zijn productie, naast vijf professionele acteurs, tientallen statushouders die in azc’s hebben gezeten. “Ik wilde dit alleen maken als er mensen die dit hebben meegemaakt op de vloer staan. Het moet een ontmoeting zijn die de werelden van de spelers en het publiek wat dichter bij elkaar brengt.”

Tijdens sommige scènes zijn de statushouders slechts figuranten. Maar ze hebben ook een belangrijkere rol in het toneelstuk: ze dansen wat de makers intern ‘de choreografie van het wachten’ noemen. Het Amsterdams Andalusisch Orkest verzorgt de muziek, en de choreografie zelf is georkestreerd door dansgezelschap ICK Amsterdam.

Hoe breng je wachten in beeld? “We begonnen met simpele oefeningen”, vertelt Emio Greco van ICK. Er ging veel tijd zitten in de spelers leren stilstaan en luisteren. “Het is moeilijk om niets te doen, maar soms is dat belangrijker dan actie.” Door aandacht voor elkaar te hebben, leren de spelers als groep te bewegen. Bovendien weerspiegelt het niets-doen de stilstand in het azc.

Die rust wordt onderbroken door geagiteerde bewegingen; dans, gebaren en nerveuze tics die het ongemak van de asielzoekers tonen. En tot slot voegde Greco nog een element toe aan de choreografie: rijen. “Gewoon letterlijk in de rij staan. Daarmee beelden de spelers routines in het azc uit. Soms gaan ze van de ene naar de andere rij, gevolgd door wat chaos en dan wéér een rij. Het heeft iets absurds: op een gegeven moment weet je niet meer hoe vaak je in een rij hebt gestaan of waar je op wacht.”

De dagelijkse rij voor de post

Het klinkt misschien abstract, maar voor veel asielzoekers zijn rijen iets zeer concreets. Zo beschrijft Al Galidi de dagelijkse rij voor de post als het belangrijkste moment in een azc. Een brief kon nieuws betekenen, over familie, een verblijfsvergunning of juist uitzetting. Als er geen post was, ‘dan dwaalden de asielzoekers door de gangen, alsof ze in een transithal waren waarvandaan je niet mocht vertrekken’. Ook in de voorstelling speelt post een belangrijke rol. En dat komt voor sommige spelers erg dichtbij.

“Elke dag ging ik twee of drie keer naar de receptie”, zegt Zafer Alsadaka, een dichter uit Syrië die in de voorstelling speelt. “Heb ik post? Het antwoord was steeds nee. Soms werd ik boos. Hoe lang gaat dit duren?” In tegenstelling tot de hoofdpersoon in het verhaal, had Alsadaka een vrouw en kinderen die nog in Syrië waren. Zijn opluchting was immens toen hij een brief kreeg waarin stond dat zij naar Nederland konden komen. Ze arriveerden op 13 juli 2015. Zelf bracht Alsadaka iets meer dan een half jaar in azc’s door voordat hij een verblijfsvergunning kreeg.

Al Galidi beschrijft het azc als ‘een enorm graf, waarin de tijd van een paar honderd mensen begraven ligt’. Is het niet moeilijk voor ex-asielzoekers om dat te herbeleven, zelfs al is het als dans? Greco van ICK vertelt dat een groep spelers daar inderdaad over heeft gediscussieerd. Zij besloten dat meedoen een manier was om de regie over hun eigen verhaal te krijgen. “Je kunt besluiten om er fictie van te maken. Je bepaalt zelf of je een slachtoffer blijft, of een protagonist wordt,” aldus Greco.

Vertraging van negen jaar

Eén speler had in eerste instantie niet door dat de choreografie om wachten draaide – en is daar eigenlijk wel blij om. Toen de repetities begonnen, wachtte Farouk Ashour Ebaiss namelijk zélf nog op een verblijfsvergunning. “Ik hoorde over de voorstelling via de theaterklas bij mijn azc in Utrecht. Ik was toen negen maanden in Nederland. Ik was op de vlucht voor het wachten in het centrum en de duistere gedachten die daarbij komen kijken. Soms maakt het je wanhopig en depressief.”

Spelers vormen een rij tijdens een repetitie voor ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’.Beeld Mohammad Alzoabi

Ebaiss hoopt hierna meer in theater te doen. Enkele andere statushouders kregen al werk door de voorstelling. “Achter de schermen hebben we zes nieuwe Nederlanders aangenomen, onder andere als kostuumontwerper”, vertelt regisseur Van Delft.

Om te verzekeren dat het project een ontmoeting tussen spelers en toeschouwers wordt, gaat de theaterproductie vergezeld van een verdiepingsprogramma, De Expeditie, met onder meer kunst, workshops en debatten, waar statushouders, beleidsmakers, theaterliefhebbers en anderen met elkaar in gesprek kunnen gaan.

Hoe in andere culturen wordt gedacht

Van Delft weet uit ervaring dat die gesprekken leerzaam kunnen zijn. “Door het werken met deze groep ben ik me bewust geworden van mijn eigen aannames over asielzoekers. Aannames over hoe in andere culturen wordt gedacht over man-vrouwverhoudingen en wat je wel en niet mag zeggen of doen. Vervolgens blijkt dat sommige mensen inderdaad zo denken, maar anderen totaal niet. Hetzelfde met religieuze opvattingen. Daar valt echt geen pijl op te trekken in dit gezelschap. Dat veranderde van een groep in een verzameling individuen. Als ik het hardop zeg klinkt het bijna schaamtevol. Hoe heb ik dat niet zo kunnen bedenken?”

Soms blijft het zoeken naar compromissen. “Waar ik mijn reis met de tram en de trein elke dag op de minuut plan, komen sommige spelers laat bij repetities, hangen ze ontspannen hun jas op en gaan ze nog even naar de wc.” Die frictie komt ook voor in het boek, bijvoorbeeld wanneer de hoofdpersoon tegen het einde een jonge Nederlandse vrouw op een treinstation spreekt: ‘Kut’, zei ze geïrriteerd. ‘Een kwartier vertraging.’ Ik lachte hardop. Zij keek mij vragend aan. ‘Ik had net ook vertraging, negen jaar.’

Het contrast tussen de twee soorten wachten wordt ook zichtbaar tijdens een repetitie voor de voorstelling, wanneer een groepje spelers staat te babbelen terwijl actrices Wimie Wilhelm en Whitney Sawyer al klaar zijn voor de volgende scène. Na een poosje is Wilhelm – wellicht in de geest van haar personage – de onderbreking zat: “We staan te wachten”. 

Regisseur Floris van Delft met spelers tijdens een repititie voor ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’.Beeld Mohammad Alzoabi

Lees ook

‘Vertel het verhaal van het nieuwe Nederland’

Mooi hoor, voorstellingen voor aparte doelgroepen. Maar de nieuwe directeur van de Meervaart, Yassine Boussaïd, is al een paar stappen verder. Bied gelaagde voorstellingen aan die verschillende groepen mensen aanspreken, zegt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden